Hoe financiële crisissen voorkomen en beheersen?

Op 1 september 1998 kondigde Maleisië aan, controles op het buitenlandse kapitaal te zullen opleggen. Dit nieuwe spoor was een moedige poging om de basis te leggen voor een herstelprogramma. Tot vóór kort waren kapitaalcontroles taboe. Met zijn optreden brak Maleisië het beleidstaboe, terwijl de Amerikaanse economist Paul Krugman nauwelijks een week eerder het intellectuele taboe gebroken had door ervoor te pleiten dat de Aziatische landen wisselcontroles zouden instellen.
Het Maleisische optreden bevatte maatregelen om de internationale handel in de lokale munt en de bewegingen van buitenlands geld te reglementeren. Het was bedoeld om het land te beschermen tegen financiële speculanten en tegen de toenemende verwarring in de globale financies.

Het nieuwe Maleisische beleidspakket omvatte:

De officiële vastlegging van de Maleisische ringgit op 3.80 ten opzichte van de Amerikaanse dollar, waardoor de rol van de markt in het bepalen van de dagelijkse waarde van de lokale munt sterk beperkt werd (de waarde van de ringgit ten opzichte van andere munten zal verder schommelen volgens de koers van die munten tegenover de dollar). Die maatregel neemt de onzekerheid weg over de toekomstige koers van de ringgit.
Maatregelen met betrekking tot de lokale aandelenmarkt. Zo werden de secundaire markten gesloten, waardoor er alleen via de beurs van Kuala Lumpur verhandeld kan worden (dit om speculatie of manipulatie vanuit het buitenland uit te sluiten). Ook werd bepaald dat buitenlanders die lokale aandelen kopen, de aandelen of de opbrengst van verkoop een jaar lang moeten behouden (dit om speculatieve buitenlandse handel op korte termijn in lokale effecten te beperken).
Maatregelen om de internationale handel in ringgit te beperken en te beletten, door financiële activa uitgedrukt in ringgit - zoals cash- en spaardeposito’s - terug naar het land te brengen. Dat gebeurt doordat het land deze activa niet langer erkent of aanvaardt na de limiet van één maand. (Onder bepaalde voorwaarden kan echter toch toelating gegeven worden.)
Reizigers die in het land verblijven mogen niet meer dan 1000 RM (Maleisische Ringgit) in ringgitbiljetten importeren en een onbeperkt bedrag in vreemde munten. Ze mogen niet meer dan 1000 RM exporteren ringgitbiljetten en in buitenlandse munten niet meer dan het equivalent van 10.000 RM.
Buiten de betalingen voor de invoer van goederen en diensten mogen inwoners vrij betalingen uitvoeren aan buitenlanders tot ten hoogste 10.000 RM of het equivalent ervan in vreemde munten ( tot dan toe was de limiet 100.000 RM).
- Inwoners hebben toelating nodig voor investeringen in het buitenland onder gelijk welke vorm en voor betalingen onder garantie voor niet-commerciële doeleinden.
- Betalingen voor export zullen uitsluitend in vreemde munten gebeuren (voordien kon het ofwel in vreemde valuta ofwel in ringgit vanaf een Externe Rekening).
- Binnenlandse kredietmogelijkheden aan buitenlandse banken en aan buitenlandse effectenmakelaars zijn niet langer toegestaan (voordien waren binnenlandse kredieten tot 5 miljoen RM toegelaten).
- Inwoners moeten voorafgaande toelating hebben om betalingen te doen aan buitenlanders met het oog op buitenlandse investeringen voor bedragen in vreemde valuta boven het equivalent van 10.000 RM.
- Inwoners mogen geen kredietfaciliteiten in ringgit krijgen van buitenlanders.
Maatregelen die voorwaarden opleggen voor operaties en transfers van fondsen in externe rekeningen. Transfers van gelijk welk bedrag tussen externe rekeningen vereisen voorafgaande toelating (voorheen vrij toegelaten); voor transfers van externe naar interne rekeningen is vanaf 30 september toelating nodig; bronnen om externe rekeningen te spijzen worden beperkt tot opbrengsten van de verkoop van waarden in ringgit en van andere activa in Maleisië, tot lonen, tot intresten en dividenden en tot verkoop van vreemde valuta.
In het algemeen is de ringgit nog steeds vrij converteerbaar (of zo goed als) in vreemde munten voor handel (exportontvangsten en invoerbetalingen), voor binnenkomende directe buitenlandse investeringen, en voor het repatriëren van winsten door buitenlanders. Er bestaat een zekere mate van convertibiliteit voor bepaalde andere doeleinden, zoals voor het financieren van de opvoeding van kinderen in het buitenland. Maar de convertibiliteit van autonome kapitaalbewegingen die niet direct verband houden met handel is beperkt.

De bedoeling van de operatie werd toegelicht door de Maleisische eerste minister Datuk Seri Dr. Mahathir Mohamad. Op de vraag van een journalist of de maatregelen van wisselcontrole een terugval in de tijd betekenden, antwoordde hij ontkennend: de terugval bestond integendeel in de huidige onstabiliteit en manipulatie van de munten. Hij zegde dat toen de wereld afweek van het Bretton-Woods systeem van vaste wisselkoersen, men dacht dat het systeem van de vlottende koersen een betere manier was om de munten te evalueren. ‘Maar de markt wordt nu misbruikt door munthandelaars die munten aanzien als goederen waarin zij handel drijven. Ze kopen en verkopen valuta volgens hun eigen systeem en halen er winst uit, maar ze veroorzaken armoede en schade aan hele naties. Dat is een echte terugval: de wereld gaat niet vooruit maar boert achteruit.’

Hij voegde eraan toe dat de Maleisische maatregelen een uiterst redmiddel waren. ‘We hadden de internationale organisaties gevraagd de geldhandel te regelen, maar zij lieten begaan, zodat we zelf onze munt moesten reglementeren. Als de internationale gemeenschap aanvaardt de geldhandel te regelen en de muntfluctuaties te beperken en als ze de landen toelaat opnieuw te groeien, dan kunnen we teruggaan naar het systeem van vlottende wisselkoersen. Maar we zien nu de schade die dat systeem heeft aangericht in de hele wereld. Het heeft het harde werk van landen tenietgedaan ten bate van de speculanten, alsof hun belangen opwegen tegen het leed van miljoenen mensen. Dat is de echte regressie.’

Om de maatregel uit te leggen die het gebruik van de buitenlandse ringgit verbiedt, zei Mahathir dat het gewoonlijk de buitenlandse ringgit was die speculanten gebruikten om de munt te manipuleren. De speculanten houden ringgitbedragen aan in vreemde banken in het buitenland en hebben overeenkomstige bedragen in banken in Maleisië.

Mahathir wees er ook op dat het invoeren van de wisselcontroles toeliet de band tussen intrestvoet en wisselkoers door te knippen. ‘We kunnen de intrestvoet verlagen zonder dat speculanten onze munt devalueren. Onze bedrijven kunnen herademen. Als onze munt opgewaardeerd wordt, kunnen de bedrijven importeren tegen niet te hoge prijzen.’ Hij voegde eraan toe dat het land niet erg getroffen zou worden door externe gebeurtenissen, zoals dit het geval was bij de Russische crisis.

Op de vraag of het IMF de maatregelen zou betreuren, antwoordde Dr. Mahathir dat de tussenkomsten van de organisatie de buitenlandse bedrijven ten goede kwamen maar niet in het belang van het land waren. ‘Zij beschouwen onze moeilijkheden als een gelegenheid om ons bepaalde regimes te doen aanvaarden, om onze markt open te stellen voor vreemde bedrijven die er zaken kunnen doen zonder enige voorwaarde. Het IMF zegt dat het ons geld wil geven als we onze economie openstellen, maar als we dat doen, leveren we al onze banken, bedrijven en industrieën over aan vreemdelingen.’

Ten slotte verklaarde hij dat de Maleisische maatregelen bedoeld waren om de speculanten een stok in de wielen te steken, om de speculanten uit de valutahandel te halen. De periode van de grootste economische groei, zei hij, was die van het Bretton Woods-systeem van vaste wisselkoersen. Het vrijemarktsysteem dat er kwam na het Bretton Woods-systeem heeft gefaald wegen misbruiken. Er zijn tekenen dat de mensen hun geloof in dat vrijemarktssysteem kwijt geraken, maar sommige landen profiteren van de misbruiken, hun burgers halen er mooi geld uit, en daarom zien ze niet in waarom ze tegen de misbruiken zouden moeten ingaan.’

Korte analyse van de Maleisische maatregelen

Men moet de Maleisische regelgeving beschouwen als een drastische poging om de economie een redelijke kans tot herstel te geven. Door de beschikbaarheid van ringgit in de buitenlandse markten te beperken en door de internationale handel in ringgit terug te schroeven, halen deze maatregelen de speculanten die winst maken uit de waardeschommelingen van de ringgit de wind uit de zeilen.

De beslissing de koers van de ringgit te laten bepalen door de financiële overheid in plaats van door de markt zal eveneens zorgen voor de grotere financiële stabiliteit, omdat ze de onzekerheid vermindert van de voorwaarden waarin bedrijven en consumenten nu moeten werken.

Eerder dan de wisselkoers te laten bepalen door een systeem van muntcommissie (waar het geldaanbod en de binnenlandse intrestvoeten bepaald worden door de buitenlandse reserves en door de in- en uitstroom van geld) heeft Maleisië gekozen voor een controle op de bewegingen van ringgit en van buitenlandse valuta.

Het grote voordeel van deze aanpak is dat de overheid meer vrijheid krijgt om het binnenlandse beleid te bepalen, voornamelijk door de binnenlandse intrestvoeten te beïnvloeden.

Het kan nu de intrestvoeten verlagen zonder te sterk gehinderd te zijn door de reacties van de markt en door de vrees voor devaluatie van de ringgit. Sedert het invoeren van de maatregelen zijn de intrestvoeten met vier of vijf percent gedaald. Dat heeft de schuldenaflossing van de bedrijven en van de consumenten (vooral van de woningkopers) en de financiële positie van de banken vergemakkelijkt.

De beslissing om de ringgit die in het buitenland wordt aangehouden na verloop van een maand ongeldig te maken zal zorgen voor het terugvloeien van ringgit naar het land. Ze zal ook de buitenlandse ringgitbronnen doen opdrogen waaruit speculanten lenen om de ringgit te manipuleren, bijvoorbeeld door ‘selling short’.

Zonder twijfel zullen sommige Maleisiërs die ringgitrekeningen in het buitenland hebben, of die veel reizen en fondsen naar het buitenland moeten transfereren, enige hinder ondervinden. Maar die persoonlijke offers moeten aanvaard worden als een bijdrage tot het scheppen van de voorwaarden voor het op gang brengen van een ernstige herstelbeweging.

De Maleisische wisselcontrolemaatregelen zijn een antwoord op de grondoorzaken van de crisis die het land en de regio treft. De crisis begon met het toelaten dat fondsen vrij in en uit de betrokken landen konden stromen. Deze landen hadden kort geleden hun financiële systemen geliberaliseerd en toegelaten dat inwoners en buitenlanders vrij buitenlandse valuta in lokale munt konden omzetten en vice versa.

Die muntconvertibiliteit stond toe, niet alleen om transacties op de lopende rekening - bv. handelsoperaties - te financieren (wat ook in het verleden toegelaten was), maar ook om operaties te verrichten op de kapitaalrekening, bv. investeringen, leningen uit en naar het buitenland, geldzendingen naar het buitenland door individuen en door bedrijven voor spaardoeleinden of voor eigendomsverwerving overzee.

Door het invoeren van deze ‘kapitaalrekeningsconvertibiliteit’ openden deze landen de mogelijkheid voor buitenlanders en voor eigen inwoners om autonome geldstromen in en uit het land te bewerkstelligen. Op die manier stelden ze de lokale munt bloot aan speculatie en aan volatiliteit en wispelturigheid van de wisselkoersen.

De crisis werd teweeggebracht door speculatie en door een wilde vlucht van het vreemde kapitaal, kort daarna gevolgd door de eigen inwoners die hun geld naar het buitenland stuurden, terwijl de plaatselijke munten een scherpe val maakten.

Nu dat de landen in een diepe depressie zitten, veroorzaakt de kapitaalrekeningsconvertibiliteit een ander, even zwaar probleem. Ze heeft hen belet te kiezen voor een beleid dat herstel mogelijk maakt.

Een noodzakelijke beleidsregel is het verlagen van de intrestvoeten (om de zware schuldaflossing van consumenten en bedrijven te verlichten) en het verhogen van de overheidsuitgaven (om de vraag naar bedrijfsgoederen en de inkomens van de arbeiders te stimuleren). De landen zijn echter niet bij machte deze gedragslijn te volgen omdat speculanten de lokale munt opnieuw kunnen aanvallen. Ook kunnen sommige lokale inwoners verleid worden meer spaargeld naar het buitenland te sturen op zoek naar hogere intresten.

De vrije convertibiliteit van kapitaalrekeningen opent de weg voor geldvlucht en belet dus het nemen van de nodige herstelmaatregelen.

Daarom zou het logisch zijn dat de getroffen landen opnieuw een gedeeltelijke controle op de convertibiliteit van de lokale munt opleggen. Dat zou de wind uit de zeilen van de speculanten nemen, het zou de kapitaalsvlucht afremmen en de instroom van ongewenste vormen van kortetermijnkapitaal tegengaan.

Vele waarnemers wijzen naar China en naar India als voorbeelden van landen die geen last gehad hebben van volatiele kapitaalsstromen en van onstabiliteit van de munt, omdat zij geen volledige convertibiliteit van hun munt toestaan.

De les is dat ontwikkelingslanden die zichzelf willen beschermen tegen financiële crisissen met externe oorzaak bepaalde vormen van controle moeten behouden (of herinvoeren) op de convertibiliteit van hun munt.

De optie om opnieuw zekere vormen van kapitaalcontrole in te voeren is tot vóór kort niet openlijk aan bod gekomen, omdat het onderwerp taboe is. De heersende ideologie die door het IMF en door de Groep van de zeven rijkste landen wordt verdedigd en verspreid is dat de landen hun kapitaalrekening moeten vrij maken, en de landen die dat gedaan hebben zullen gestraft worden als ze weer controles invoeren.

De beleidsmakers van de getroffen landen vrezen dat als ze zelfs maar durven spreken over de voordelen van kapitaalcontrole, hun land op de zwarte lijst komt van het IMF, van de rijke landen en van de financiële speculanten. Door te zwijgen blijven die landen onderworpen aan de inzichten en de belangen van de ‘marktspelers’, ondergaan ze de gevolgen van een beleid van relatief hoge rentevoeten en blijven ze verstoken van een spoedige heropleving.

Enkele reacties op de Maleisische ingreep

De aankondiging van de Maleisische beleidsmaatregels is in het buitenland op uiteenlopende wijze ontvangen. Het IMF en de monetaire autoriteiten van vele westerse landen hebben opmerkelijk vijandig gereageerd. De Japanse autoriteiten daarentegen hebben tenminste een zekere mate van steun betuigd. De beleidmakers van vele ontwikkelingslanden kijken nauwlettend toe of de maatregelen resultaat opleveren. Als dat inderdaad het geval is, mag men verwachten dat ze meer en meer onder druk komen om eveneens kapitaalcontroles in te voeren.

Het IMF drukte zijn ongenoegen uit door te verklaren dat het in het algemeen zijn overtuiging is dat ‘gelijk welke beperking van de kapitaalsmobiliteit geenszins zal leiden tot het versterken van het vertrouwen van de investeerders’. Het IMF, dat over het algemeen de opinies van het financiële establishment van de rijke landen weergeeft, is de grote verdediger van de overheersende, streng orthodoxe doctrine dat landen een onbeperkte in- en uitstroom van kapitaal moeten toestaan. Het heeft landen de raad gegeven (en wanneer het leningen toestaat, wordt dat een voorwaarde voor de lening) hun economieën te liberaliseren en open te stellen voor een vrije geldstroom.

Sommige analisten, vooral zij die verbonden zijn met investeringsfondsen die van de vrije kapitaalsbeweging afhankelijk zijn om speculatieve en investeringswinsten te maken, waren giftig in hun kritiek. Een analist uit Londen zei dat Maleisië aan wel aan een ‘IQ-crisis’ moest lijden om zulke stupide ingreep te doen.

Toch waren er ook heel wat bloemen. De bedrijfsgroepen, de consumentenverenigingen en de vakbonden van het land stonden achter de maatregels, en de lokale effectenbeurs ging omhoog. Ook buitenlandse investeerders van het land drukten hun steun uit via de Internationale Handelskamer.

Een hoofdartikel stipte aan dat sommige economisten de mening verdedigden dat controles op kortetermijnkapitalen een vast beleidsdeel moesten worden voor jonge industrielanden, om de destabiliserende in- en uitstroom van kapitaal te voorkomen die de basis vormden van de Aziatische crisis.

Controles op kortlopende kapitalen zouden de landen die door de crisis getroffen zijn een grote monetaire flexibiliteit verlenen en zou de bankhervorming vergemakkelijken, terwijl de lagere rentevoeten een stimulans zouden geven aan de groei. Zonder die controles hebben de Aziatische landen het zeer moeilijk om hun banken te herstructureren, omdat ze een strikt monetair beleid moeten voeren om hun munt stabiel te houden.

Het hoofdartikel wees er echter op dat kapitaalcontroles tijdelijk moeten zijn en moeten dienen om economische hervormingen te vergemakkelijken, niet om ze te ontlopen. Het waarschuwde dat controles een tweesnijdend zwaard zijn: ze scheppen betere voorwaarden voor hervormingen, maar verlagen de druk om ze door te voeren.

Op het academische vlak werd het taboe doorbroken in augustus 1998 toen de economist Paul Krugman ervoor pleitte dat de Aziatische regeringen weer kapitaalcontroles zouden opleggen, als de enige weg om uit de crisis te geraken. Krugman is een befaamd handelseconomist die gelooft in vrijhandel en geen wilde rakker is, wat zijn pleidooi des te geloofwaardiger maakte.

In zijn Fortune-artikel dat de titel draagt ‘De redding van Azië: het is tijd om RADICAAL te worden’, gaat Krugman akkoord met de kritiek op het IMF die zegt dat de hoge rentevoeten die het IMF oplegt zelfs gezonde banken en bedrijven over kop zouden doen gaan. Er is dus veel voor te zeggen dat de landen hun rentevoeten laag houden en ervoor zorgen dat hun economie blijft groeien. Toch, zegt Krugman, blijft het oorspronkelijke bezwaar tegen het verminderen van de rentevoeten gelden, namelijk dat de munten van de regio nogmaals een vrije val zouden kunnen maken als de intrestvoet niet hoog genoeg is.

‘Kort en goed, Azië zit vast: zijn economieën liggen dood in het water, maar als men een ingrijpende zet zou doen om ze weer vlot te krijgen, dan riskeert men een nieuwe kapitaalgolf uit te lokken, en kapitaalvlucht, en een nog ergere crisis. In feite is het economisch beleid van de regio de gijzelaar geworden van wispelturige investeerders’.

Krugman zegt dat er een uitweg is, die hij plan B noemt, ‘maar die oplossing is zo ongewoon, zo gebrandmerkt, dat niemand ze durft uit te spreken. Het vermaledijde woord is: wisselcontroles’.

‘Kort gezegd houdt plan B in dat men voor enige tijd de poging opgeeft om het vertrouwen van de internationale investeerders te winnen en dat men de band tussen de binnenlandse rentevoeten en de wisselkoers verbreekt. De vrijheid van beleid die Azië nodig heeft om zijn economieën weer op te bouwen zal zeker een prijs vereisen, maar nu het debacle met de dag verergert, lijkt het meer en meer de moeite waard die prijs te betalen.’

Een persbericht van Fortune vermeldde ook dat Krugman ervoor waarschuwde dat indien Azië niet vlug te werk ging, de crisis kon uitgroeien tot een depressie zoals die van de jaren dertig, en dat de IMF-programma’s die hogere rentevoeten eisten om de vrije val van de munten tegen te gaan, de zaken hadden verergerd.

Tijdens een TV-interview legde Krugman uit hoe hij tot het ‘radicale voorstel’ van plan B kwam. ‘We probeerden plan A uit (het bezuinigingsbeleid van het IMF)… maar het werkte niet, wat doe je dan? Het is moeilijk voor het IMF en voor het Amerikaanse ministerie van Financiën om toe te geven dat ze zich vergisten en om een andere aanpak uit te proberen. Maar het is hoog tijd. Waarom ben ik zo radicaal geworden? Ik wou dat niet, maar we zitten in de val.’

Krugman voegde er aan toe: ‘Het is een lelijk woord, kapitaalcontroles, maar we hebben ze nodig om uit de rats te geraken’.

Krugman is zeker niet de eerste die pleit voor kapitaalcontroles als deel van de oplossing van de Aziatische financiële crisis. Hij is, zoals hij zelf zegt, een bekeerling. Maar hij is zo’n belangrijke vertegenwoordiger van het economische establishment dat zijn voorstel gewicht in de schaal kan werpen om het taboe tegen externe wisselcontroles te doorbreken.

Nu meerdere economisten vrijuit spreken, begint men de kapitaalcontroles te erkennen als een aanvaardbare optie voor regeringen die op zoek zijn naar een doelmatig instrument om verdere financiële stormen te voorkomen.

Na de aankondiging van de Maleisische maatregelen publiceerde Krugman een open brief aan de Maleisische eerste minister. Daarin drukt hij de vurige hoop uit dat de drastische ingreep vruchten zou afwerpen. Tevens waarschuwt hij dat deze controles risicovol zijn en geen waarborg bieden op succes.

Hij gaf vier richtlijnen: de controles moeten het bedrijfsleven zo weinig mogelijk verstoren; ze moeten tijdelijk zijn; de munt mag niet te hoog gewaardeerd worden; de controles zijn geen alternatief voor hervormingen, maar moeten integendeel helpen hervormingen tot stand te brengen.

De auteur is directeur van Third World Network, een internationale NGO die haar zetel heeft in Maleisië. De bijdrage werd voorgesteld op een belangrijke conferentie georganiseerd door ‘Focus on the Global South’ in Bangkok in februari 1999. De tekst is enigszins ingekort en is uit het Engels vertaald door Bob Hendrickx.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift