Hoe meer munten, hoe beter

Een van de belangrijkste streefdoelen van de Latijns-Amerikaanse landen van de ALBA (Alternativa Bolivariana: Venezuela, Cuba, Bolivia, Ecuador, Nicaragua en Honduras) is de afhankelijkheid van de Verenigde Staten te beperken. Ze sloten al Handelsverdragen tussen de Volkeren als een alternatief voor de vrijhandelshandelsverdragen met de VS en met de Europese Unie.
De top van staats- en regeringsleiders van de ALBA-landen hield half oktober ook een eigen munt –de sucre– boven de doopvont, als alternatief voor de dollar. SUCRE staat in dit geval voor Sistema Unico de Compensación Regional: een Eenheidssysteem voor Regionale Compensatie.
De munt is bedoeld voor buitenlandse handel, maar volgens president Chávez van Venezuela is het ook de bedoeling om programma’s te financieren om de armoede in de ALBA -landen tegen te gaan. Om dat te kunnen doen zou er tegelijk een soort reservefonds worden aangelegd waarmee ontwikkelingsplannen gefinancierd kunnen worden. De landen willen op die manier ook een grotere effect sorteren dan met de programma’s voor de millenniumdoelen is bereikt.
Bernard Lietaer, die gespecialiseerd is in geldsystemen en die ook mee de euro ontwierp, reageert gematigd enthousiast op het sucre-initiatief. ‘Het is vooral een politiek wapen om afstand te nemen van de VS, het vergroot de autonomie van de betrokken landen. Maar deze sucre stelt het banksysteem als zodanig niet ter discussie, zoals ook de euro dat niet deed. Het blijft een munt geschapen door de banken. Het is zoiets als de bestuurder van de auto vervangen terwijl het probleem bij een constructiefout in de motor ligt.’
Lietaer wijst op een nieuw systeem dat stilaan vorm krijgt in enkele Latijns-Amerikaanse landen en waar hij persoonlijk bij betrokken is. De Nederlandse vzw Strohalm ontwikkelde een nieuw financieringsmiddel speciaal gericht op kmo’s, de zogenaamde C3: Circuito de Créditos Comerciales of Commerciële Kredietcircuits. Uruguay en Brazilië hebben dit systeem al ingevoerd, maar ook de Argentijnse provincie Buenos Aires en Ecuador hebben er interesse voor.
In Uruguay bijvoorbeeld nemen kmo’s negentig procent van de banen in de privésector voor hun rekening. De regering gaat er ook belastingen innen in C3’s. Lietaer: ‘Dit is een structurele innovatie, niet alleen geografisch. Ook in Europa kan men daar iets van leren.’
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.