Honger dreigt ook in West-Afrika

Senegal maakt de ergste droogte in 30 jaar mee en
heeft de internationale gemeenschap om 3 miljard CFA (ongeveer 4,6 miljoen
euro) noodhulp gevraagd. Daarmee zouden in verschillende delen van het land
dreigende voedseltekorten kunnen worden opgevangen. Maar het is afwachten of
de buitenlandse hulp komt: alle aandacht gaat momenteel naar Angola,
Ethiopië, Eritrea en zes landen in Zuidelijk Afrika waar de honger nog veel
erger toeslaat.


Volgens de Senegalese minister van Landbouw, Pape Diouf, worden alle delen
van het land getroffen door de droogte. Er komen alarmerende berichten uit
de streken in het noorden aan de grens met Mauritanië, maar evengoed uit de
zuidelijke Casamance. Overal heeft de uitblijvende regenval de normale
landbouwcycli verstoord. Als het nog twee weken droog blijft, zal de
belangrijke maïsoogst van november helemaal mislukken. Om daarop voorbereid
te zijn, moeten nu overal voedselvoorraden worden aangelegd.

Boerenorganisaties en belangengroepen van het platteland eisen dat de
regering snel noodmaatregelen treft. Volgens de Nationale Raad voor Overleg
en Samenwerking van de Plattelandsbevolking (CNCR) heeft de regering
nagelaten tijdig het nodige te ondernemen en heeft ze pas met veel
vertraging de omvang van de problemen erkend. De CNCR verwijt de regering
niet voldoende voeling te houden met de Senegalese boeren en experts die de
problemen in de landbouw begrijpen. CNCR-voorzitter Momodou Cissokho gelooft
dat Senegal voor een echte ramp staat. Sinds 1973 heb ik zoiets niet meer
meegemaakt. Als we de komende tien dagen geen overvloedige regen krijgen,
hebben straks gewoon niets te oogsten.

Ook de oppositie haalt de regering door de mangel. En ook landbouwsocioloog
Jacques Faye deelt de algemene kritiek dat de regering niet goed voorbereid
is om de crisis het hoofd te bieden. Volgens hem ligt dat aan het feit dat
Senegal decennialang gespaard is gebleven van zware voedselcrisissen. Er is
niet genoeg ervaring met een extreme droogte zoals die zich voordoet. De
regering maakt een moeilijk leerproces door.

Maar de regering van president Abdoulaye Wade zegt dat ze klaar staat de
problemen aan te pakken. Het voorbije weekend heeft ze besteed aan
reflectie over en studie van de situatie in de landbouw. De regeringsploeg
is tot de slotsom gekomen dat de huidige problemen toe te schrijven zijn aan
extreme natuurfenomenen waartegen ze niets vermag, maar wil in de toekomst
toch meer werk gaan maken van de modernisering en de hervorming van de
landbouw - taken die de vorige regeringen volgens haar hebben laten liggen.
In het verleden heeft president Wade zijn critici er altijd van beschuldigd
de situatie op het platteland dramatischer voor te stellen dan ze in
werkelijkheid is om op die manier munt te slaan uit de verzuchtingen van de
boeren.

Maar de CNCR en andere boerengroepen zeggen dat de regering wel degelijk
steken heeft laten vallen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de problemen in de
belangrijke pindanootsector, die voor een groot deel in handen is van de
overheid. Sommige pindaboeren zijn nog altijd niet betaald voor hun laatste
oogst, en nog veel meer betrokkenen klagen over het verval van de oude
distributienetwerken. Critici stellen ook dat de geplande privatisering van
het openbare pindabedrijf Sonacos de sector nog dieper in de crisis zal
duwen.

Internationaal zou de hulpoproep van Senegal wel eens zonder veel gevolg
kunnen blijven. Andere delen van Afrika staan voor veel grotere problemen.
In Zuidelijk Afrika kunnen de komende maanden 12 tot 14 miljoen mensen met
voedselproblemen kampen, in Ethiopië en Eritrea acht en in Angola vijf
miljoen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift