Hongersnood in Somalië: een gedeelde verantwoordelijkheid

Op 27 augustus organiseert Oxfam zijn vierde Trailwalker in de Oostkantons. Verschillende teams zullen proberen om zich voor minstens 1500 euro te laten sponsoren. De opbrengst van het evenement gaat naar duurzame landbouw. MO* sprak met Brigitte Gloire van Oxfam Solidariteit over landbouw en voedselvoorziening in Afrika en over de verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap.
  • MO*/Alma De Walsche Brigitte Gloire MO*/Alma De Walsche

De voorbije weken werden we overspoeld met berichten over de hongersnood in Somalië. Altijd opnieuw wordt het beeld versterkt van honger en ellende in deze regio van Afrika. Waar liggen volgens u de oorzaken van deze crisis?

Een eenduidig antwoord is er niet. Wat er gemeenschappelijk is aan al de grote en kleine crises in het gebied, is ten eerste het feit dat de Hoorn van Afrika een regio is die zeker de mogelijkheden heeft om voedsel te produceren en zijn bevolking te voeden, maar dat die geteisterd wordt door een heel grote instabiliteit. Somalië heeft geen daadkrachtige regering, en dus ook geen daadkrachtig landbouwbeleid.

De andere landen rond Somalië hebben wel sterkere regeringen, maar zij kennen ook een zeer fragiel evenwicht in hun voedselproductie. Wanneer er dan een droogteperiode aanbreekt, loert de hongersnood om de hoek. In Somalië is dat overduidelijk: er is geen overheid, geen landbouwbeleid, de voedselproductie wordt niet ondersteund. Er is geen garantie van voedselsoevereiniteit in dat land.

Maar voor de hele regio geldt dat de externe financiering voor voedselproductie en landbouw in het kader van ontwikkelingssamenwerking, in dalende lijn is gegaan, wat een effect heeft op de basisvoeding van de mensen. In 1983 ging nog 20 procent van de officiële ontwikkelingshulp naar landbouw. In 2006 was dat nog maar 3 procent. Men zag onvoldoende in dat voedselproductie prioritair is.

Daar bovenop is er de wereldwijde voedselcrisis van 2008

Die heeft ook zijn oorzaken. De landbouwprijzen zijn lange tijd structureel gedaald, waardoor er te weinig stimuli waren om te investeren in de landbouw en om voldoende voedselproductie te garanderen. Indien de producenten niet ondersteund worden door de overheid, komt de productie van basisvoedsel in het gedrang. Alle landbouwproductie werd georiënteerd naar export, cash crops, en de jongste jaren naar energiegewassen voor biobrandstoffen.

Basisvoeding voor de bevolking wordt al 25 jaar niet meer als een prioriteit beschouwd, de gronden worden voor andere projecten ingepikt. Dan hoeft het niet te verbazen dat, wanneer er droogte heerst, eventueel in combinatie met politieke problemen, de crisis hard toeslaat. En armoede versterkt ook de crisis. Hoe armer je bent, hoe minder weerstand je kan bieden aan zo’n crisis. Hoe armer een land is, hoe dodelijker de crisis is omdat men niets heeft om die op te vangen.  

Ook de klimaatimpact is een versterkende factor.  

We zeggen niet dat deze honger veroorzaakt wordt door de klimaatverandering, maar het veranderende weer heeft er wel veel mee te maken. Er zijn meer periodes van droogte of zware regenval, extreme weersfenomenen komen vaker voor en de onvoorspelbaarheid van het weer is groter geworden. Klimaatverandering verergert het probleem dus. In de toekomst zal dat zelfs nog zwaarder gaan wegen.

Een andere kwestie is het grondgebruik. Er is steeds minder land beschikbaar om aan landbouw te doen. In 1960 was er 1,6 hectare om een persoon voor een jaar van voedsel te voorzien, vandaag is dat 0,7. Dat heeft met demografische groei te maken maar ook met het feit dat gronden ook anders gebruikt worden. De druk op de grond is toegenomen en de grond wordt intensiever gebruikt.

De liberalisering speelt ook hier een rol. Er wordt meer ruimte beschikbaar gemaakt voor internationale operatoren en minder voor de eigen bevolking. Dat alles samen maakt dat er meer grond beschikbaar is voor non-food doeleinden

Is Europa een actor in dit spel?  

Europa heeft geen vrijhandelsakkoorden met de Hoorn van Afrika, maar er zijn wel Europese ondernemingen die belangen hebben in de regio. Italiaanse bedrijven die grond kopen in Ethiopië bijvoorbeeld. In de Hoorn van Afrika is er grondroof voor projecten van palmolie en andere producten.

Er wordt hier opgeroepen om geld te storten, maar de solidariteit in België blijft erg klein.

Ik kan de vermoeidheid van de mensen begrijpen, zeker als je ziet dat België een land is dat nauwelijks banden heeft met die regio. Telkens opnieuw vraagt men om te geven, maar de mensen zien ook in dat de voorwaarden om een volgende crisis te vermijden, niet vervuld werden. Niet door de overheden van de getroffen landen, maar ook niet door onze eigen overheden. Het Westen steunt de landbouw in het Zuiden niet, men wil integendeel open grenzen. In plaats van de brand te gaan blussen en voedsel te laten aanrukken, moeten we structurele verandering mogelijk maken. Als we geen aandacht schenken aan het globale voedselsysteem, zijn nieuwe crises onvermijdelijk.

Sommigen in de regio zien in de humanitaire hulp het paard van Troje.

In Somalië kan dat zo gezien worden. In een land zonder overheid ligt de ruimte open voor elk land dat zich een hogere plaats wil toe-eigenen op geopolitiek vlak. Er is nog nooit hulp voor een land geweest zonder dat daar geopolitieke belangen mee gemengd waren, zeker in de Hoorn, door de nabijheid van de Arabische staten. Ethiopië werd gesteund door de Verenigde Staten, omdat het een hinterland was voor al-Qaeda.

Er zijn mensen die denken dat Afrika een Groene Revolutie nodig heeft om toekomstige hongersnood te vermijden, zoals we dat in de jaren zestig in Brazilië en in India zagen.

Men moet zich realiseren dat, ook in het geval van Brazilië en India, zulke revoluties voor- en nadelen hebben. We moeten op onze hoede zijn voor valse oplossingen, die zowel voor voedselproductie als voor klimaatverandering voorgesteld worden. Veel van die oplossingen, zoals irrigatie, zijn oplossingen die het probleem niet oplossen maar in stand houden. Soms zijn ze zelfs slechter dan niets doen.

Aan de basis van het probleem ligt het huidige landbouwproductiemodel, omdat het een model is dat niet duurzaam is, dat weinig werkgelegenheid biedt, dat niet tegemoet komt aan het recht om zich te voeden, dat veel hulpmiddelen uit de natuur gebruikt, zoals water en bodem,… Veel bossen worden nu gekapt om in onze voedselbehoeftes te voorzien.

De manier waarop we nu de wereld voeden, ligt aan de basis van het probleem. Het is dus een sociaal probleem én een milieuprobleem. Maar evengoed kan landbouw bijdragen aan de oplossingen, op sociaal vlak en op vlak van milieuherstel. Landbouw blijft nog altijd nodig. Over heel de planeet leven nog steeds twee miljard mensen van de landbouw.

Brazilië lijkt wel aan te sturen op een Groene Revolutie in Afrika.

Het eigenaardige aan Brazilië is dat het zelf, in eigen land, de twee modellen ondersteunt. Het heeft twee ministeries van landbouw: een van agro-industrie en een van de familiale landbouw. Brazilië is een snelle groeier, maar die groei is onhoudbaar als er geen sociaal vangnet is.

Men zegt al te gemakkelijk dat de twee modellen naast elkaar kunnen bestaan maar dat is niet evident. Er zijn financiële belangen die het ene model steunen tegen het andere en dat levert spanningen op. De private sector zal vooral de agro-industrie steunen, en dat doet Brazilië ook in Afrika. Maar er is publieke ondersteuning nodig voor de familiale en duurzame landbouw. Men kan niet aan duurzame landbouw doen zonder boeren, zonder een familie die een boerderij doet draaien.

Wat zou een betere opstelling zijn van het Westen ten aanzien van die regio?

Ten eerste moet het Westen stoppen met foute dingen te doen, “do not harm”. Vervolgens moeten landen het recht op voedsel behouden, het recht op bescherming van de voedselbronnen, “the responsability to protect”. Regeringen moeten hun bevolking veilig stellen. België bijvoorbeeld erkent dat recht van de landen.

Het respecteren van de rechten van de bevolking is essentieel en in die zin moeten de staten op hun verantwoordelijkheid gewezen worden in deze crisis. Voor ons is deze crisis een failliet van de staten, die de verantwoordelijkheden doorschuiven naar andere actoren.

Intussen heeft iedereen ook wel begrepen dat klimaatverandering zijn impact laat voelen, zeker in de ontwikkelingslanden. Maar men handelt er nog niet naar. Onze CO2 uitstoot moet naar beneden en we moeten stoppen met schijnprojecten die onze uitstoot compenseren. Een klimaatpolitiek die een risico vormt voor ontwikkelingslanden en die geen duurzame oplossingen aanbrengt, is uit den boze. Biobrandstoffen zijn geen duurzaam alternatief. Men kan dus ook niet accepteren dat biobrandstoffen gekocht worden van ontwikkelingslanden.

Europa moet die factoren aanpakken die de voedselsituatie in ontwikkelingslanden nog meer onder druk zetten, en ons consumptiepatroon moet volgen. We weten bijvoorbeeld dat België palmolie consumeert, en dat de productie daarvan een effect heeft op klimaatverandering, op de sociale situatie van de boeren en op de voedselcrisis. We moeten ook de negatieve impact van die productie internaliseren in de prijs, maar dat is niet gemakkelijk.

Landbouw moet opnieuw hoger op de agenda?

Inderdaad, men moet het ontwikkelingsbudget voor landbouw verhogen, maar niet voor om het even welk landbouwmodel. Wel voor een agro-ecologisch en sociaal model. Vaak beweert men dat zo’n model onvoldoende voedsel produceert, maar er bestaan studies die precies het omgekeerde bewijzen. Agro-ecologie kan wel degelijk de wereld voeden. Maar de instellingen zijn er nog niet klaar voor. Er is nochtans vooruitgang geboekt; zelfs binnen de VN-voedselorganisatie FAO verschuiven de oude paradigma’s.

Ook meer zekerheid voor toegang tot grond voor de boeren is heel belangrijk, en toegang tot krediet.  Dat alles samen kan garanderen dat er genoeg geproduceerd wordt en dat er een voldoende hoge prijs betaald zal worden. Voedselsoevereiniteit als basisprincipe betekent ook dat er eerst voorrang gegeven wordt aan voedselproductie, vervolgens aan grondstofproductie zoals katoen en jutte, en pas daarna energie, met daarin voorrang voor warmte (om te koken of te verwarmen) en vervolgens energie voor transport. Maar het leggen van die prioriteiten is een politieke kwestie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2388  proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift