Hoogoplopende spanningen tussen Tsjaad en Soedan

Tsjaad spreekt dreigende oorlogstaal. Het land wil de Soedanese regio Darfur binnenvallen om de Verenigde Rebellenmacht (URF), die vanuit het gebied Tsjaad bestoken, de kop in te drukken.
Tsjaad maakte dinsdagavond bekend dat er ‘in de komende uren’ een aanval zou plaatsvinden. De Soedanese regering zegt woensdagmiddag nog niets gezien te hebben dat wijst op een aanval. Het leger houdt echter zijn troepen gereed en heeft ook al de verbale oorlog opgevoerd.
In een officiële verklaring van het Soedanese ministerie van Defensie staat dat ‘het geen enkele vorm van agressie gericht tegen Soedan zal tolereren.’ Verder waarschuwt het ministerie dat ‘het leger elke troepenmacht die het Soedanees grondgebied binnentrekt zal vernietigen.’

‘Het is ons recht’


Zondag vond al een aanval plaats in het grensgebied. Bij ‘precisiebombardementen’ door het Tsjadisch leger zijn, volgens een regeringsmededeling, zeven rebellengroepen vernietigd en honderden rebellen gevangen genomen.
Zowel de luchtmacht als grondtroepen zijn Soedan 30 kilometer binnen getrokken. Er vielen volgens Tsjaad geen burgerslachtoffers bij deze aanval. De redenen die Tsjaad voor beide aanvallen aanhaalt, zijn de voortdurende aanvallen in Tsjaad door rebellen die zich in Soedan schuilhouden.
Het binnentrekken van het land is volgens Tsjaad gerechtvaardigd. ‘We hebben hiervoor geen toestemming nodig. Het is ons recht om de rebellen aan te vallen’, verklaart Defensieminister Adoum Younousmi. De aanvallen zijn in feite een vergelding. Eerder deze maand hebben die rebellen een aanval gepleegd op Tsjaad, echter zonder succes.
Al deze aanvallen zetten de vredesonderhandelingen tussen beide landen onder druk. Vorige maand beloofden beide landen in Doha, de hoofdstad van Qatar, dat ze elkaar niet meer zouden aanvallen.
‘Tsjaad moet nadenken en het vredesakkoord respecteren. We houden het land verantwoordelijk voor de gevolgen van hun acties’, vertelde Ali Youssef Ahmed, medewerker van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Soedan tegen Reuters. ‘We willen dat Tsjaad het geweld afzweert en de soevereiniteit van ons land niet schaadt.’

Rebellen


Volgens waarnemers steunen beide landen rebellenbewegingen in het andere land. Tsjaad zou de Recht en Gelijkheidbeweging (JEM) steunen. Die vecht in Darfur al sinds 2002 een oorlog uit met de Janjaweed. Die zou door de Soedanese overheid gesteund worden.
De leiders van het JEM zijn van dezelfde etnie als Idriss Deby, de president van Tsjaad. De rebellenbeweging zou de regering ook geholpen hebben met het afslaan van de aanval op de hoofdstad Ndjamena in februari 2008. Dat beweert Alex de Waal, een onderzoeker over Afrikaanse conflicten aan Harvard.
De aanval was georganiseerd door een coalitie van Tsjadische rebellengroepen, die op hun beurt gesteund worden door de Soedanese regering. De rebellen, sinds januari verenigd onder de naam Verenigde Rebellenmacht (URF), zouden zich schuilhouden in Soedan. Beide landen ontkennen echter banden te hebben met rebellenbewegingen.
De rebellenbeweging JEM heeft ondertussen de vredesgesprekken in Doha verlaten. Ze beweert dat het een verspilling is van haar tijd. De beweging vraagt de vrijlating van haar gevangenen en de terugkering van de uitgedreven ngo’s.
Eerder deze maand vervoegde de JEM de vredesgesprekken onder druk van de Verenigde Staten. De gesprekken tussen beide landen en hun rebellenbewegingen lijken op niets uit te draaien. Een mogelijk nieuwe inval betekent op zich meer ellende voor de bevolking van de grensregio’s, voornamelijk Darfur.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift