Hugo Camps: solidair met de hinkende mens

‘Kút!’ bliksemt hij naar de vrouw die hem op het zebrapad bijna aanrijdt, terwijl ik aan zijn huisdeur sta te wachten. En de sterren stonden al niet gunstig voor dit interview over gedrevenheid en media. Hugo Camps deed eerst een vage belofte in Amsterdam, wat veranderde in een ‘nu niet’ aan de telefoon en op het laatste moment zou het ‘later’ moeten worden. Maar als Camps tegenover mij zit, dan is hij er ook helemaal. Na anderhalf uur haast ik mij, over datzelfde zebrapad, naar huis om dit gesprek uit te beitelen. Opdat -woorden van Hugo Camps- ‘de geïnterviewde en wie dit leest zich minder eenzaam zouden voelen’.
U staat bekend als een gedreven journalist.

Het is een kwestie van temperament en van inzicht in de absurditeit van een leven alleen. Het is ook woede. Woede tegen onrecht, tegen hypocrisie en tegen de leugens van de moraalridders die je kan ontmaskeren als calculerende, slimme jongens. Woede tegen de mystificatie van het goede doel, tegen de ranzige cultus van het ‘slachtofferisme’ waardoor slachtoffers na de feiten nog misbruikt worden. Het verbaast me dat mensen zo gemakkelijk met hun woede kunnen leven, dat er zo weinig ongeregisseerd protest is. Woede heb ik van bij mijn geboorte en als ik om mij heen kijk, blijft er mij geen andere keuze dan het protest. Die keuze voor het protest is voor mij soms ook kiezen voor de schoonheid. In de keuze voor schoonheid ligt een daad van opstandigheid besloten. Als ik over Bosnië hoor praten, zie ik acht in het zwart geklede vrouwen die op een kar zitten terwijl het regent. Tegen zulke beelden kan ik niet. Het raakt mij in mijn gevoel voor esthetiek. Het raakt mij omdat het om totale weerloosheid gaat. Mij stoort het vaak dat mensen die het wellicht goed menen zich opsluiten in zo’n onesthetische plunje, een pater Versteylen-look, de Mieke Vogels-outfit. Mijn bewondering voor de Nicaraguaanse revolutie kwam ondermeer doordat de Sandinistische vrouwen een schitterend rood bandje in hun haar hadden. Dat was zoveel efficiënter dan een revolutionaire tirade van drie kwartier lang. De schoonheid, de ontroering en de verwondering zijn zeker zo belangrijk als het zinvolle argument. Kiezen voor schoonheid is zich verzetten tegen de bekoring van het cynisme. De schoonheid is mijn mantel tegen het cynisme.

Vandaar het chique herenhuis en de orchideeën op de tafel?

Ik ben in zekere zin een bourgeois en een bourgondiër. Ik hou van mooie dingen, van mooie kleren, van lekker eten en drinken en van een mooi huis. Ik heb geen enkel bezit maar ik consumeer als de beste. Ik consumeer wat ik heb op aan de liefde, niet alleen aan mezelf. En daar houd ik geen enkel, maar dan ook geen enkel schuldgevoel aan over. Ik zie niet in waarom ik op een studentenflat zou moeten leven. Wat zou dat toevoegen aan mijn rechtvaardigheidsgevoel of mijn ethische zingeving? Ik wil mijn hopscheutje in het seizoen. Ik wil mijn oesters of mijn asperges in het seizoen. Ik leerde van sportmensen dat je een lichaam dat afziet ook moet kunnen verwennen. De ochideeën dank ik aan mijn geliefde. Vóór ik haar kende, had ik nooit een bloem in huis. En nu zie je dit staan. Dat is uitzonderlijk. Zo groei je in genot en ook in schoonheid. Ik werk hard. Dat is voor mij ook een alibi om goed te leven. Als ik het allemaal zomaar kreeg en er niets moest voor doen, zou ik mij misschien schuldig voelen. Na dit gesprek moet ik naar Harelbeke terwijl ik -zoals het hoort- op een terrasje zou willen zitten. Maar neen, de auto in naar Harelbeke om daar een ploegleider te interviewen want het is straks de Ronde van Vlaanderen. En dat moet ook nog deze week geschreven zijn. De enkele uren die ik hier thuis ben, wil ik niet naar een kloterig, treurig plantje zitten kijken.

Is het dan maar schijn dat u een verbitterd man lijkt?

Ik ben een illusie-arme man, ik ben absoluut niet verbitterd. Ik werd illusie-arm omdat niets beweegt. Als er al iets beweegt dan is het de vlucht in de irrationaliteit zoals de Witte Waan, de Witte Woede. Dat bestempelt men dan als het maatschappelijk elan van een volk dat al duizend jaar lang slaapt! Een volk dat niet eens protesteert wanneer een monstertje als Luc Van den Brande in naam van het golfbaankapitalisme om ‘Vlaamse verankering van het kapitaal’ roept. Maar als er een kind misbruikt wordt of verdwijnt… Ik lach daar niet mee, maar geef het in godsnaam de plaats die het heeft. Terwijl wij elkaar nu spreken, worden er waarschijnlijk zevenentachtigduizend kinderen misbruikt over de hele wereld. Daar komt niemand voor op straat. Selectieve verontwaardiging is even pervers als slapend door het leven gaan. Ik wil een dissidente stem zijn. Dat is het enige wat belang heeft. Ik weet ook dat ik de wereld niet verbeter. Wat dat betreft ben ik wel alle illusies kwijt. Ik ben destijds jarenlang hoofdredacteur geweest, ik heb scherp en hard geschreven tegen een aantal politici van wie ik vond dat zij ‘met God aan hun kant’ het volk bedrogen en belogen. De illusie dat ik de wereld kan veranderen, die ben ik al lang kwijt. Dat neemt niet weg dat ik namens het hoopje machteloosheid dat ik ben en dat ik zie, toch een stem laat horen.


Uw emotie stoort wellicht mensen die van een journalist objectiviteit verwachten?

Helaas bestaat er geen objectivering van het lijden. Er is een objectivering van onrecht, maar de objectivering van echt leed is veel moeilijker. Ik wantrouw mensen die, zonder iets van hun eigen kwetsbaarheid mee te delen, oordelen over recht en onrecht in de wereld. Objectiviteit behoort tot de orde van het geluk. Je streeft ernaar en het feit dat je dat zegt betekent dat het niet bestaat. Als ik in De Morgen destijds die spaghettiposter zag na het arrest Connerotte, waarmee die krant haar politieke correctheid manifesteerde, dan vraag ik mij af: is dat objectiviteit? Dat is puur subjectief opportunisme. Ik ben natuurlijk niet alleen maar emotie. Ik denk ook na. Er is geen enkel veranderingsproces zonder emotie. Het is mijn taak om als toetssteen te functioneren. Wanneer je in het schrijven de emotie verbergt, krijgt je werk misschien het sérieux dat mensen imponeert. Maar ik loop niet op de wereld rond om mensen te imponeren.

U bent wel een gerenommeerd journalist. Maakt u dat alleen maar trefzekerder?

Neen. De wankelmoedigheid is mijn condition humaine. Ik haal uit niks enige zekerheid. Misschien uit de verliefdheid, maar verder uit niks. Ik ervaarde in mijn leven dat van zodra je vrijmoedig wordt en kritiek levert op de ‘bloedgroep’, zeg maar: de journalistieke verwanten, je dan kwetsbaar wordt. Ik heb geen enkel gevoel voor autoriteit, wel voor autonomie. Ik had altijd een hekel aan zelfcensuur, het sleutelbegrip in de Belgische media. Nu werk ik al dertien jaar bij Elsevier, het grootste Nederlandse opinieweekblad, en schrijf ik columns voor het NRC-Handelsblad. Ik maakte daar nog nooit mee dat iemand zei: ‘Neen, dit kan niet’. Desondanks blijft het schrijven zelf een wankelmoedige bezigheid. Ik heb nog nooit in mijn leven een stuk geschreven waarvan ik dacht dat het af was. Ik ben geïrriteerd en nerveus als ik mijn kopij moet inleveren. Telkens als ik het nalees, denk ik: ‘Godverdomme, dit had ik anders moeten doen’. Ach ja, ik bewaar natuurlijk wel een beetje de illusie van te schrijven voor de eeuwigheid, al weet ik dat een krant die 24 uur oud is, ook ‘out’ is. Dan wordt de prei ermee ingepakt. Een journalist die naar de kruidenier gaat, weet hoe onsterfelijk hij is.

Maar journalisten dragen meer bij tot de democratie dan kruideniers?

Het is pretentieus om te denken dat de media het laatste oordeel zijn over de democratie. In de jaren zestig werd de democratie veroverd ondanks de media. Die dienden zowel in Frankrijk als bij ons op een ‘unverfroren’ wijze de macht. Ze hadden in wezen een conservatieve, systeem-bevestigende toon. En wat zie ik vandaag? Dat de media de democratie misbruiken en bijdragen tot een hyperventilerende democratie. De media bevorderen de spektakelstaat, de personencultus en de theatralisering van de politiek. Het gaat er niet meer om wat je zegt, het gaat erom hoé je het zegt.

Moet u dan toch niet weten van emotie in de politiek?

Je hebt goede en slechte emotie. De emotie die de democratie heeft doen hyperventileren, is slechte emotie. Al die politici die in spelprogrammaatjes zitten. Het hele afbladderingsgedoe van wat ik nog altijd een serieuze bezigheid noem: de politiek. Ik wil de rol van de media niet nivelleren of marginaliseren maar de pretenties van de media gaan mij te ver. In de overvloed van informatie is hun rol te herleiden tot het selecteren van het nieuws. In die selectie kunnen ze ethische normen aanwenden. Maar commerciële factoren geven vaak de doorslag. Kranten zetten op de voorpagina liever de foto van de Rode Duivels die zich kwalificeerden voor het wereldkampioenschap dan de foto van het Argentijnse jongetje dat in een diepe put na vierentwintig uur crepeerde. Selectie. Het ene leed wordt verdrongen door een numeriek groter leed of door een leed dichter bij huis. Alles wordt provinciaals omdat mensen tegenwoordig in een identiteitscrisis zitten. Dus ontstaan de VTM-natie, de Club Brugge-natie, allemaal kleine natietjes. Terwijl het enige wat een natie voorstelt is dat je behoort tot een zelfde lotsgemeenschap, met gedeelde herinneringen en met een gedeeld referentiekader. Het dorp blijft maar duren. De dorpsreflex wordt steeds groter.


U behoort blijkbaar ook tot de mensen die gefascineerd worden door de sportnatie?

Sport is de enige wereld waar de sociaal-democratie nog echt bestaat. Of je nu de zoon van een bankier bent of de zoon van een failliete bakker: om bij Ajax te komen, moet je kunnen voetballen. Dát is gelijkheid. Sport bereikt de mensen in het rijtjeshuis. Mijn solidariteit ligt per definitie bij de hinkende mens. Ik weet dat een poster van Marco van Basten de jongetjes in de sloppenwijken van Lima meer zelfbewustzijn schenkt dan de preek van hun pastoor. Dus zeg ik: leve Marco van Basten. De Rik Van Looys, Johan Museeuws en Eddy Merckxen van deze wereld zijn mensen die komen uit de onderkant van de samenleving. Daar ligt mijn affiniteit. Dat zijn stuk voor stuk mensen die behoren tot de ‘umwelt’ van de hinkende mens. Zoals iedereen zijn iconen en postmoderne heiligen zoekt -een moeder Teresa, een Lady Di of erger- zo vinden gewone mensen hun iconen en postmoderne heiligen in de sportwereld. Ik vind het prachtig dat renners en voetballers zonder privilegies in staat zijn aan de anonimiteit te ontsnappen en de wereld te verbazen.

Ik mag niet meer zeggen dat sport bijdraagt tot de verdwazing van de massa?

Je kan niet alle verdwazing uit de weg gaan. Er is nog zo weinig om in te geloven. God? Daar moet je niet meer over spreken. Wie nadacht, wist dat al lang. Sociaal-democratie? Waar zijn de Willy Brandts? Ik zie alleen nog arrogante sociaal-democraten die het gelijk monopoliseren. Wat blijft er dan over? Alle mensen in wie ik geloofde, verdwenen. Juliette Gréco, Brassens, Sartre. Alles is weggevallen, er is geen ideologie meer. En wat kwam ervoor in de plaats? De calculerende burger. De anonimiteit van het kapitaal. De economische democratie was nooit zo oncontroleerbaar als vandaag. Je kan morgen naar de Andes reizen en als je daar je computertje inplugt, kan je met de hele wereld zaakjes doen.

Ik wil gepassioneerd in het leven staan en ik wil ook wel, als het kan, aan de goede kant staan, maar niet als een zonderling. Ik heb evengoed behoefte aan primaire sensaties zoals competitie, passie, driften en lust. Ik ben niet geschikt om mij als intellectueel of als een missionaris over de mensheid te buigen. Ik wil ook wat sensatie, vuurwerk om mij heen.

Wanneer bent u tevreden over een interview?

Als mensen zeggen wat ze niet willen zeggen. Als mensen uit hun harnas vallen en zich kwetsbaar opstellen. Ik hoop dat mensen iets prijsgeven van de manier waarop ze omgaan met de last van het leven. Ik hoop eigenlijk alleen maar dat de man of de vrouw die ik interview en diegenen die het nadien lezen zich minder eenzaam zouden voelen. Dat is voor mij voldoende. Het gaat er mij niet om hoe vaak en met wie ze neuken. Het interesseert mij niet of iemand al dan niet gescheiden is, of hij homo is of niet. Dat interesseert mij alleen maar als het bepalend is voor een gedrag dat buiten de privé-sfeer ligt. Maar ik wil altijd zover mogelijk gaan. Zonder schade te berokkenen aan derden. Ik heb de jongste jaren een paar grote interviews gemaakt waarbij ik mij niet geschroomd heb om sommige menselijke ruïnes te laten zien en te laten aanvoelen. Om de angst voor verlatenheid of de drug van de eeuwige verliefdheid te laten zien. Ik probeer zover mogelijk te gaan.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.