Hutu's en Tutsi's bestaan officieel niet meer

Negen jaar na de genocide in Rwanda staat de bevolking niet meer geboekstaafd als Hutu’s, Tutsi’s of Twa’s. In een poging om de verschillen tussen de bevolkingsgroepen op te heffen, geeft de recente volkstelling enkel uitsluitsel over leeftijd en geslacht.

Volgens de derde en meest recente jaartelling leven er 8,12 miljoen inwoners in Rwanda, waaronder 52 procent vrouwen, op een oppervlakte van ruim 26 000 vierkante kilometer. De bevolking telt 48 procent kinderen en jongeren onder de zeventien jaar en groeit jaarlijks aan met drie procent. De telling zegt niets over de etnische samenstelling van de bevolking.

Daarmee behoren de statistieken die de Rwandezen opdelen in 84 procent Hutu’s, 14 procent Tutsi’s en 1 procent Twa’s definitief tot het koloniale verleden. De Belgen waren in 1933 verantwoordelijk voor deze opdeling. Volgens Christophe Bazivamo, minister van Binnenlandse Zaken en vooraanstaand lid van het Rwandese Patriotisch Front (RPF), liggen deze cijfers aan de oorzaak van veel ellende. De etnische opdeling van de bevolking in percentages is de oorzaak van de drama’s die dit land gekend heeft. Ze gaf de meerderheidsgroep de legitimatie om de macht exclusief op te eisen en de andere groepen te onderdrukken.

De afschaffing van etnische volkstellingen was een hoofdthema in de verkiezingsstrijd van het RPF. De partij is gesticht door afstammelingen van Tutsi’s die tijdens de revolutie van 1959 baan moesten ruimen voor een elite van Hutu’s. Sindsdien werd de ‘wet van de statistiek’ ingeroepen zowel om de bevolking te identificeren als om de toegang tot onderwijs of tot openbare posten volgens een quotumsysteem te verdelen. Met als gevolg dat niet meer dan één op tien leerlingen, beambten en rekruten van het leger een Tutsi mocht zijn. Deze politiek van ´etnisch evenwicht´ had funeste gevolgen. Ze leidde uiteindelijk tot een aanval van het door Tutsi’s gedomineerde RPF in oktober 1990.

De aanval werd door de RPF gerechtvaardigd als een poging om de oorspronkelijke macht te herstellen, en zou de Tutsi’s duur te staan komen. Tussen april en juli 1994 lieten de identiteitskaarten de Hutu-radicalen toe om de Tutsi’s als de vijand te identificeren en uit te moorden, of uit hun gelaatstrekken hun etnische oorsprong bleek of niet.

In juli 1994 werd er een overgangsregering geïnstalleerd met een overwicht van het RPF. De partij ging meteen over tot het afschaffen van elke verwijzing naar etnische oorsprong van de bewoners. Er werden nieuwe identiteitskaarten aangemaakt en verdeeld, kaarten zonder vermelding van Hutu, Tutsi of Twa. Op alle andere officiële documenten verdwenen de verwijzingen. Van dan af werd elke referentie naar etnische oorsprong veroordeeld als een daad van ´divisionisme`.

Niet iedereen vindt dit een goede oplossing. We vergissen ons indien we geloven dat we de wortel van de Rwandese kwalen kunnen uitroeien door elke verwijzing naar de etnische origine te onderdrukken. We moeten integendeel streven naar een positieve coëxistentie tussen de verschillende bevolkingsgroepen, bepleit Faustin Twagiramungu, de verliezer van de presidentsverkiezingen van augustus. Hij werd door de tegenpartij verketterd als ´divisionist`.

Ook Zépherin Kanimba, voorvechter van een vereniging die opkomt voor de Twa, gelooft niet dat men alle groepen over één kam kan scheren. Men kan zijn afkomst wel schrappen uit een document, maar in de geesten blijft het onderscheid voortbestaan en zal men wel achterhalen wie wat is.

Wie morfologische kenmerken als uitgangspunt neemt om mensen te identificeren, beweegt zich echter op glad ijs. Door de vele gemengde huwelijken en de homogene levenswijze van de bevolking kan men mensen niet meer opdelen in grote Tutsi’s met fijne trekken en kleine Hutu’s met platte neuzen. De opdeling werd hoe dan ook artificieel doordat mensen zich soms lieten uitschrijven als Tutsi en registeren als Hutu. Onder andere Etienne Gasarabwe deed dit om met zijn gezin in vrede te kunnen leven na 1959. Niet lang voor de genocide werden hij en zijn achtkoppig gezin desondanks ‘ontmaskerd’ als Tutsi. Enkel Etienne Gasarabwe overleefde de slachting.

Het huidige Rwanda is meer dan ooit een smeltkroes. De Hutu- en Tutsi-buurten zijn afgeschaft. Beide groepen leven nu samen, gaan naar dezelfde cafés, werken zij aan zij en sturen hun kinderen naar dezelfde scholen. Er zijn ook steeds meer gemengde huwelijken. Maar indien je vraagt waar iemand woonde voor 1994, of weet dat hij naar het buitenland vluchtte of de genocide overleefde, dan weet je of je met een Hutu of Tutsi te doen hebt. Er blijft een onderscheid, aldus Jeanne Mujawamaliya, een zaakvoerster uit Kigali.

Jean Ruremesha

xml=7

Ref: af pr ip hd

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift