‘Iedereen weet nu dat de Arabische burgerbevolking bestaat’

Interview met Leila Shahid, PLO-vertegenwoordigster in Brussel

De Palestijnse PLO-vertegenwoordigster Leila Shahid weet maar al te goed wat de hang naar vrijheid betekent. Ze kent de Arabische wereld als haar broekzak maar werd –zoals de rest van de wereld– in snelheid genomen door de Tunesische en Egyptische jongeren die hun presidenten onttroonden. Een gesprek over de Arabische revoluties, de uitgelekte Palestine Papers en de interne verdeeldheid onder de Palestijnen.

 


Identikit Leila Shahid
° Beiroet, 1949
ID: Palestijns
Beroep: vertegenwoordiger van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) bij de Europese Commissie sinds 2005. De PLO wordt sinds 1974 door de Verenigde Naties erkend als de legitieme vertegenwoordiging van het Palestijnse volk.
Woonplaats: Elsene


 

Leila Shahid groeide op in Libanon, huwde een Marokkaan, woonde ook in diens thuisland, heeft een vaste band met steden als Caïro en Tunis en komt regelmatig in de Arabische landen. Shahid kent de wereld, zeker het Arabische deel ervan, en ze volgde de revoluties van de kinderen van vrienden in Tunesië en Egypte langs de telefoon. Op het moment dat ze door MO* bij haar huis in Elsene geïnterviewd wordt, ergens begin maart, staat Libië in brand, wordt de sfeer in Jemen grimmiger en wordt in Qatar een coup tegen het staatshoofd gepleegd. Die revoluties kunnen nog alle kanten op. Daarom praten we vooral over wat al verwezenlijkt is in Tunesië en Egypte. Zelf staat ze erop om het over de Arabische revoluties te hebben, “gebeurtenissen” vindt ze een te lichtzinnige invulling, ‘alsof de revoltes een toevallige passage zouden zijn’.

Leila Shahid: ‘Natuurlijk weten we niet wat de toekomst brengt, maar we zijn getuige van een historische Arabische burgerrevolutie zonder precedent. In Tunesië en Egypte deden jongeren hun landgenoten ontwaken uit een decennialange, collectieve anesthesie. Jonge vrouwen die in het vrouwonvriendelijke Caïro amper de bus durfden nemen, zeker niet zonder hoofddoek, kwamen ongesluierd naar buiten en vormden een alliantie met de mannen. Ze onttroonden hun presidenten in een mum van tijd en riepen met goed gekozen slogans om modernisering, wars van ideologie of religie. Voordien waren het telkens islamitische groepen die zich sinds de Iraanse revolutie in 1979 organiseerden: het FIS in Algerije, de Hezbollah in Libanon, Hamas in Palestina, de Moslimbroeders in Egypte… Die stonden nu achteraan.

Hoe vullen de Egyptenaren en de Tunesiërs hun eis om te moderniseren in?
Leila Shahid:
De demonstranten wisten verbazend goed wat hun rechten zijn en wat de rule of law betekent. Ze kennen de artikels uit de grondwet, ze weten welke electorale wetgeving en welke bestuursvorm ze willen, en ze eisen dat hun bestuurders goede managers zijn die rekenschap afleggen aan de bevolking. Het zijn technocraten en dat is nieuw in de Arabische wereld. Voor mijn generatie was de benaming ‘technocraat’ een belediging, synoniem voor een verrader van de zaak. Wij voerden een militante, ideologische strijd en hadden het nauwelijks over burgerrechten.

Turkije werd door sommige experten naar voor geschoven als het ultieme model van een democratische moslimstaat. Terecht?
Leila Shahid:
Neen. Turkije telt bijna tachtig miljoen inwoners, grotendeels moslims. Egypte is ook een groot land, met 84 miljoen inwoners, eveneens voor het merendeel moslims. Maar daar stopt de vergelijking. De Turkse premier Erdogan slaagt er behoorlijk in een bestuurlijk evenwicht te vinden tussen het kemalisme (de officiële staatsleer, die zich kenmerkt door secularisme,  td) en gematigde islamitische partijen. Hij voert een liberaal beleid, maar het model is niet zomaar te exporteren.

De geschiedenissen van Turkije en van de Arabische landen zijn totaal verschillend. Turkije heeft de traditie van een keizerrijk, dat van de Ottomanen. Het secularisme dat stichter Atatürk installeerde, werd na zijn dood op een rigide, dogmatische manier geïnterpreteerd. De breuklijnen tussen het secularisme, het nationalisme dat in strijd is met de rechten voor de Koerden, en de culturele religie tekenen tot vandaag nog diepe groeven door het land.

De recente Arabische revoluties hebben ongetwijfeld een impact op het gemoed van de Palestijnse burgerbevolking. Merk je dat?
Leila Shahid:
De Palestijnen delen de Arabische solidariteit en de zegeroes van de Tunesiërs en de Egyptenaren maar hebben –als gevolg van de bezetting– veel minder kansen op revolutie. De Palestijnen zijn niet alleen moegetergd, de Palestijnse gebieden zijn bovendien erg gefragmenteerd. Organiseer maar eens een massabetoging als je niet van Ramallah op de Westoever naar Jeruzalem kan zonder Israëlische toelating. Er waren betogingen, dat wel, maar de Palestijnse mobilisatiekracht is veel kleiner. De Palestijnse demonstranten scandeerden dezelfde slogans tegen het regime als de Tunesiërs en de Egyptenaren maar voegden daar hun eigen eisen aan toe: een einde aan de bezetting en aan de Palestijnse verdeeldheid.

Eind januari berichtte Al-Jazeera over uitgelekte, vertrouwelijke Palestijnse documenten over de vredesonderhandelingen met Israël, onder de vleugels van PLO-onderhandelaar Saeb Erekat. Samen met de revoluties vormen die Palestine Papers het ultieme recept voor een Palestijnse opstand die zich ook tegen de Palestijnse Autoriteit zou kunnen richten.
Leila Shahid:
Het publiek maken van die documenten in complete 007-stijl, maakte duidelijk deel uit van een regionale politieke campagne door Qatar, dat daarvoor Al-Jazeera inschakelde. Qatar is bijzonder ambitieus en wil zijn positie in de regio versterken, naast de huidige twee dominante staten: Egypte en Saoedi-Arabië. Qatar is geen fan van president Mahmoud Abbas en zijn Palestijnse Autoriteit (PA) –dat weten we al langer. Dit was een poging tot diskreditering. Maar exact het omgekeerde gebeurde. De Palestijnen verdedigden Abbas als hun Palestijnse leider, niet omdat ze het eens waren met de inhoud van de documenten of hun grieven over Abbas lieten varen. Ze zijn de twisten tussen Hamas en Fatah beu. Ze vinden echter dat Qatar niet kan pretenderen om meer Palestijns te zijn dan de Palestijnen. De Palestijnen nemen het de Arabische regimes, en dus ook Qatar, zeer kwalijk dat ze niet genoeg gedaan hebben voor de Palestijnse zaak. En om op de impact van de Palestine Papers terug te komen: in Europa keerde de verontwaardiging zich tegen Israël omdat de Israëli’s weigerden in te gaan op de verregaande toegevingen van de PA.

‘De Palestijnen delen de Arabische solidariteit en de zegeroes maar hebben als gevolg van de bezetting veel minder kansen op revolutie.’

De Palestine Papers legden toch ook bloot dat de Palestijnen een aantal gevoelige eisen zouden opgeven?
Leila Shahid:
Het gaat hier niet over nieuwe of onbekende argumenten of toegevingen over het uitwisselen van stukken grond tussen Israel en Palestina. Wie de vredesonderhandelingen van zeer dichtbij gevolgd heeft, weet dat dezelfde argumenten ook werden gebruikt in Camp David in 2000, tijdens de Taba-onderhandelingen in 2001 en in het Genève-initiatief van Yossi Beilin en Yasser Abed Rabbo in 2003. Het voorstel rond Jeruzalem lag al in Camp David op tafel. En ook het Genève-initiatief bevatte een voorstel om sommige Israëlische nederzettingen rond Jeruzalem aan Israël te laten.

Zal het Egypte van na Moebarak een andere rol gaan spelen tegenover Israël en de Palestijnen?
Leila Shahid:
Neen. Egypte is altijd nauw betrokken geweest bij de Palestijnse zaak. Het was het eerste land dat militair verwikkeld was in de strijd met Israël in 1948. In 1956 was Egypte het eerste land dat de Israëli’s bombardeerden. En dan volgden de zesdaagse oorlog in 1967 en de Jom Kipoeroorlog in 1973. Die oorlogen hebben Egypte enorm belast, om te beginnen op financieel vlak, want Egypte is een arm land. Het heeft geen olie, mineralen of andere natuurlijke rijkdommen. Maar ook politiek wegen die oorlogen door: geen enkele opvolger van Moebarak zal een letter willen veranderen aan het Camp David-akkoord van 1979. De Egyptenaren hebben toen gevochten om de Sinaï terug te krijgen, ze zullen dat niet opnieuw in vraag stellen vanuit een emotioneel Arabisch solidariteitsverhaal.

Egypte kreeg enorme kritiek tijdens de Gaza-oorlog omdat het Rafah, de grensovergang tussen Gaza en Egypte, afsloot. Eisen de Egyptische burgers niet dat Egypte zich meer solidair opstelt?
Leila Shahid:
Moebaraks houding tegenover Gaza was inderdaad een van de redenen waarom hij moest gaan. De Egyptenaren waren woedend toen hij zich verschuilde achter het argument dat Israël niet alleen de Gazanen belegerde maar ook Egypte gijzelde in Rafah. Moebarak heeft zich opgesteld als de dienstverlener van de Amerikanen die zo tegen Hamas waren. Hij heeft zich nooit gerealiseerd dat het hem zijn kop zou kosten.

Europa heeft zich altijd sceptisch opgesteld tegenover de democratische slagkracht van de Arabische moslimlanden. Zal Europa zijn visie moeten bijstellen? 
Leila Shahid:
Ja. Je merkt nu al de Europese publieke opinie haar kijk op de Arabieren sterk heeft bijgesteld. Dat is opmerkelijk omdat Europa tien jaar lang is meegegaan in een mondiale staat van hysterie en islamofobie, met dank aan figuren als Osama Bin Laden, George Bush en Samuel Huntington (auteur van The Clash of Civilisations, td). Europa verwachtte een islamitische revolutie maar ziet nu dat Arabische burgers zich, boven de grenzen van religie, kunnen organiseren in de roep om democratie.

Europa heeft zich in bilaterale akkoorden met Arabische landen niet al teveel aangetrokken van hun burgersamenlevingen. Zal dat veranderen?
Leila Shahid:
In de Europese Commissie en in de Europese Externe Actiedienst was er zowel uit linkse als rechtse hoek een onmiddellijk verzoek om de criteria en de afspraken voor goed Europees nabuurschap en de mediterrane diplomatie te herdefiniëren. Hoeveel van de Europese buitenlandse investeringen in de Arabische wereld gaan echt naar de ontwikkeling van de samenlevingen, naar de gemeenschap, naar de creatie van jobs, naar rurale gebieden? En hoeveel van de opbrengsten komt terecht in de portefeuille van staatshoofden en hun entourage? We hebben daar het raden naar. Europa moet zich bezinnen over die akkoorden en in de toekomst transparantie garanderen over de inhoud van nieuwe bilaterale afspraken.

Moet Europa zijn aanwezigheid in de Arabische regio herzien?
Leila Shahid:
Zeker. Stabilisering van de regio en de regimes is nodig om de Europese belangen veilig te stellen: olie en gas, commerciële uitwisseling, strategische afspraken, akkoorden over illegale migratie. Maar hoe doe je dat? Tot nu vertrok Europa in de regio vooral vanuit veiligheidsconcepten om te stabiliseren. Europa steunde de Arabische landen in hun versterking van de leger- en politieapparaten. Die versterkte veiligheidsapparaten braken in drie weken! De vraag is dus of stabiliteit het resultaat is van een veiligheidsstrategie of het resultaat van een democratisch staatsbestel.

Europa heeft de Arabische burgers altijd bepamperd, in de veronderstelling dat ze nooit een democratische traditie hebben gekend en die dus ook niet kunnen verdedigen. De Europeanen weten nu dat er een Arabische burgerbevolking bestaat die men moet betrekken bij de onderlinge afspraken.

Wat verwacht u nog van de VS, na het Amerikaanse veto tegen de VN-resolutie over de uitbreiding van de Israëlische nederzettingen?
Leila Shahid:
Obama’s ongelofelijke speeches tijdens de revoluties in Tunesië en Egypte hadden hem opnieuw krediet opgeleverd in de Arabische wereld. De mensen waren, na de bekendmaking van het veto, echter opnieuw ziedend. Die resolutie vertaalde precies de Amerikaanse positie over de nederzettingen. Maar dan toch dat veto. Waarom? Omdat het niet het juiste moment was? Dat bevestigde eens te meer het koloniale, arrogante, superieure imago van de Amerikanen bij de Arabische bevolking.

Er staat veel op het spel voor de Amerikanen. Wat zullen ze bijvoorbeeld doen in Libië, met een Khadafi die je niet zomaar wegkrijgt? Een militaire interventie –die veel Libiërs absoluut niet willen¬– houdt het reële risico in dat Khadafi die perfect politiek kan recupereren en gebruiken om zijn positie opnieuw te verstevigen.

Komen er in 2011 Palestijnse verkiezingen?
Leila Shahid:
Kijk, we hebben nooit zo’n interne Palestijnse verdeeldheid gehad als nu, en het vreet onze energie op. Je kan als nationale bevrijdingsbeweging niet sterk zijn als je verdeeld bent. Punt. Het lijkt alsof we geen stap dichter bij de verzoening komen, ook niet na de talloze discussies die we de laatste twee jaar hebben gehad. Onze laatste strohalm zijn dus de verkiezingen: laat het volk beslissen. We hebben een parlement en gemeentebesturen die vier jaar voorbij hun mandaat zijn en een president die er vijf jaar over is. We naderen gevaarlijk dicht de situatie waarin de bevolking het beu zal zijn dat er geen echt wettelijk kader is en dat hun stem niet gehoord wordt.

Maar er is geen akkoord over de verkiezingen.
Leila Shahid:
Zelfs dan nog moeten er verkiezingen komen, gemeentelijke in juli en de presidentiële en parlementaire verkiezingen in september. Het klopt dat Hamas dat heeft afgewezen maar daarmee snijden ze in hun eigen vel. Ze zijn het zichzelf en de Palestijnen verplicht om de bevolking een stem te laten uitbrengen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2940   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift