IJslanders verwelkomen Oost-Europese migranten

IJsland kent sinds mei van dit jaar een opmerkelijke toestroom van migranten uit de nieuwe Europese lidstaten. Niemand klaagt daarover, want de nieuwe Europeanen zijn onmisbare en goedkope arbeidskrachten voor de snelgroeiende economie op het eiland. De dupe zijn niet-Europese migranten: voor hen is het vrijwel onmogelijk geworden om werk te vinden.
In 1985 was de voormalige vikingkolonie in de Atlantische Oceaan zo goed als etnisch homogeen. Slechts 1,4 procent van de bevolking was buitenlander, tegen 7 procent nu. Een groot deel van de migratie is heel recent. Eind 2005 waren er 13.378 buitenlanders en daar zijn in 2006 6227 vreemdelingen bijgekomen, overwegend mannen uit de nieuwe EU-lidstaten. Wie een Europees paspoort heeft, kan zonder werkvergunning naar IJsland komen en heeft zes maanden om een baan te vinden. Sinds mei 2006 geldt dat ook voor de nieuwe EU-lidstaten.

Toch hoor je in IJsland geen gesakker over Poolse loodgieters, “die ons werk komen afpakken”. De regering rolt de rode loper uit voor arbeiders die de economie draaiende houden. Van de nieuwkomers werkt 65 procent in de bouw en een ruime meerderheid komt uit Polen. Er wonen 7500 Polen op het eiland, 1394 van hen in Reydarfjordur waar ze 75 procent van arbeiders uitmaken die betrokken zijn bij de bouw van de aluminiumfabriek Fjardaraal.

Met de gevreesde sociale dumping blijkt het nogal mee te vallen. “Daar waar de lonen volgens vaste schalen worden uitbetaald, in ziekenhuizen bijvoorbeeld, verdienen de buitenlanders evenveel als de IJslanders”, zegt Gudmundur Hilmarsson van de IJslandse Arbeidsconfederatie. “In de bouwsector worden de IJslanders doorgaans flink boven het minimum betaald, voor de buitenlanders is dat minder het geval”.

Er zijn wel klachten dat de nieuwe arbeiders exorbitante huurprijzen moeten betalen voor een schamel appartement dat door de werkgever ter beschikking wordt gesteld. Er was ook sprake van dat bedrijven IJslanders aan de deur zetten om hen te kunnen vervangen door goedkopere buitenlanders. Volgens vakbondsman Hilmarsson valt dat in de praktijk nogal mee.

De meeste migranten weten heel weinig over IJsland en nemen zich voor maar een korte tijd te blijven om veel geld te verdienen. In de praktijk blijven velen langer dan gepland en sommigen raken zo goed ingeleefd dat ze hun familie laten overkomen. IJsland maakt er wel een punt van dat de nieuwkomers IJslands leren en gaat taalcursussen aanbieden.

De dupe van het verhaal zijn de niet-Europese migranten op IJsland. Zij hebben het moeilijker gekregen om in IJsland aan de slag te raken, omdat de voorkeur uitgaat naar Europeanen. Een werkgever moet kunnen bewijzen dat hij een vacature in de hele EU heeft verspreid, voor hij een werkvergunning mag geven aan een niet-Europeaan.

Toshika Toma, een priester die met buitenlanders werkt, maakt zich zorgen over die trend. “Wanneer iemand van Thailand of de Filipijnen bijvoorbeeld zijn ouders wil laten overkomen, moeten ze eerst een baan vinden voor die mensen. Omdat de Europeanen nu overal de voorkeur krijgen, is dat moeilijk. De wet zou eigenlijk niet zo onrechtvaardig mogen zijn”.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift