IJslandse melk bevat te veel dioxine

Op IJslandse landbouwbedrijven zijn te hoge dioxinewaarden vastgesteld in melk en vlees. Boosdoeners zijn afvalverbrandingsovens in de buurt.

De alarmbel werd geluid toen een distributeur melk testte die afkomstig was van de boerderij Efri-Engidalur. De boerderij ligt in een vallei op nauwelijks 1,5 kilometer van een afvalverbrandingsoven die vorig jaar gesloten werd omdat hij te sterk vervuilde.

De melk bevatte te hoge dioxinewaarden. Als gevolg daarvan ging het IJslandse Voedselagentschap ook melk en vlees van andere boerderijen in de buurt onderzoeken. In de meeste stalen werden eveneens te hoge dioxinewaarden vastgesteld.

Drie ovens

In 2007 voerde het Milieuagentschap metingen in uit bij afvalverbrandingsovens. Aan drie installaties werden dioxinewaarden gevonden die ver boven de Europese norm lagen, in Isafjordur (21 maal te hoog), in Kirkjubaejarklaustur (95 maal te hoog) en op het eiland Vestmannaeyjar (84 maal te hoog).

In het stadje Kirkjubaejarklaustur, in het zuiden van IJsland, maakt de verbrandingsinstallatie deel uit van het complex waartoe ook de school, het sportcentrum, het zwembad en de muziekschool behoort; in het oorspronkelijke plan zou de warmte van de oven gebruikt worden voor de verwarming van de omringende gebouwen. De inwoners reageerden boos, sommigen haalden hun kinderen weg uit de school. Maar volgens het Milieuagentschap wees onderzoek uit dat de vervuiling in de onmiddellijke omgeving van de oven klein zou zijn.

Haarstalen

De IJslandse gezondheidsdiensten besloten de inwoners van de drie plaatsen met hoge dioxinewaarden te monitoren via haarstalen. Maar Steingrimur Jonsson, de boer van Efri-Engidalur, de boerderij waar onlangs de vervuilde melk is gevonden, zegt dat nog niemand hem is komen onderzoeken. Zijn gezin consumeerde regelmatig melk en vlees van zijn twintig koeien en tachtig schapen. “Maar sinds ze dioxine hebben gevonden in de melk, eten we onze eigen producten niet meer.”

Dioxine is giftig voor de mens wanneer hij er veel van binnenkrijgt. Dat kan onder meer het geval zijn voor de plaatselijke boeren, die veel van hun eigen producten consumeren. De vraag is daarom wanneer de vervuiling begonnen is.

“Ze kunnen via bodemstalen nagaan hoe lang de vervuiling al bezig is”, zegt Jonsson. “De stalen zijn al genomen. Maar het gaat zo traag.” Hij vreest voor de toekomst van de veeteelt in zijn gebied.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2848   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift