'Ik dank mijn leven aan de IAO'

De Internationale Arbeidsorganisatie werkt sinds 1919 aan sociale vooruitgang. Critici noemen de IAO een hond die blaft maar niet bijt. Om het beestje beter te leren kennen, kampeerde John Vandaele een week op het IAO-hoofdkwartier in Genève.
De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) is de oudste dochter van de Verenigde Naties, de enige die dateert van vóór de Tweede Wereldoorlog. Sinds 1919 werken vakbonden, werkgeversorganisaties en regeringen uit de hele wereld er aan sociale vooruitgang. Althans, ze proberen dat. Critici noemen de IAO een hond die blaft maar niet bijt. Om het beestje beter te leren kennen, kampeerden we een week op het IAO-hoofdkwartier in Genève, net op het ogenblik dat de jaarlijkse arbeidsconferentie er bijeen kwam.
‘We waren de enige internationale organisatie die zijn deuren niet heeft gesloten toen de andersglobalisten in Genève kwamen betogen tegen de top van de G8 (de 7 rijkste landen plus Rusland, jvd) in Evian’, zegt Dominique Peccoud. Hij is jezuiet en werkt op de IAO als socio-religieus adviseur van de Chileense IAO-baas Juan Somavia. ‘De IAO hoeft niet bang te zijn voor de andersglobalisten. Wij zijn immers de enige internationale organisatie die een andere mondialisering wil.’
Die openheid is voelbaar als ik het Internationale Arbeidsbureau (IAB), het hoofdkwartier van de IAO, voor het eerst binnen stap. Geen paspoortcontrole, veiligheidsagenten of biepende screeners: ik loop er zo binnen. Ook later, als ik rondzwerf door de eindeloze gangen van het gebouw een betonreus van 11 hoog en 500 meter breed worden me nooit vragen gesteld. Het is slechts een detail, maar het toont dat deze organisatie zich niet bedreigd voelt.
De IAO is bezig met sociale thema’s in brede zin. Dat lees je zelfs af van de affiches die het personeel in de gangen ophangt. Op de 11de verdieping kondigt een groot zeil een conferentie over de Ombouw naar Sociaal Verantwoord Ondernemen aan. Even verder pleit een affiche voor een Wereldagenda van Degelijk Werk en Armoedebestrijding. Op de 10de verdieping scandeert een andere affiche Veiligheid op het werk is ons recht.
De IAO wil het sociale gezicht van de VN zijn. Een wereldcommissie voor de sociale dimensie van de globalisering - met daarin gekende namen zoals Joe Stiglitz, Hernando de Soto, Evelyne Herfkens en Giuliano Amato -legt eind dit jaar haar rapport op tafel. Geen wonder dus dat andersglobalisten eisen dat de IAO een luidere stem krijgt in het koor van de internationale instellingen. Zij betreuren alleen dat de IAO “geen tanden heeft” en te weinig weegt op de gang van de wereld.

Ik dank mijn leven aan de IAO


In haar lange bestaan heeft de IAO maar liefst 184 conventies op papier gezet: dat zijn internationale verdragsteksten die wereldwijde arbeidsnormen vastleggen op allerlei terreinen. Deze teksten bevatten regels over het aantal werkuren per dag (conventie nr.1 uit 1919), werkloosheid, vakbondsvrijheid, sociale zekerheid, de asbestindustrie, kinderarbeid of moederschapsbescherming (nr 183 uit 2000).
Vraag is wat die teksten in de praktijk betekenen. ‘Natuurlijk zijn er veel gevallen waarin de normen niet worden toegepast’, antwoordt Jean-Claude Javillier, IAO-directeur verantwoordelijk voor de normen, ‘maar dat geldt voor elke wet. Dat we geen tanden hebben? Wij proberen landen te overtuigen dat die normen goed zijn voor hen.We hebben inderdaad geen leger om die normen op te leggen, maar sociale wetten werken maar als mensen overtuigd zijn van het nut ervan. Soms gaat het traag en is er weinig vooruitgang, maar zelfs als we het leven van één vakbondslid redden, of één kind uit een slechte werksituatie halen, is dat al de moeite.’
Dat soort resultaten is er zeker. ‘Ik dank mijn leven aan de IAO’, getuigen zowel Han Dongfan, hoofd van de Chinese vakbond in ballingschap, als Basile Mahan van de Ivoriaanse vakbond Dignité. Tussen 1991 en 2001 geraakten ruim 2000 vakbondsmilitanten uit de gevangenis onder impuls van de IAO. ‘In zowat alle nationale wetgevingen over kinderarbeid zie ik de invloed, en meestal zelfs de letterlijke passages van de IAO-conventies’, zegt de Belg Guy Thys, die het Internationaal Programma voor de Strijd tegen Kinderarbeid (IPEC) mee leidt.
IPEC is met meer dan 50 miljoen dollar een van de grootste programma’s van de IAO. Kinderarbeid is lang niet het enige terrein waarop de IAO richtinggevend is voor nationale wetgevingen. Soms zorgen de IAO-conventies ervoor dat er sneller nationale wetten voor sociale bescherming komen. Maar het gebeurt ook vaak dat die nationale wetten er pas komen als de geesten er rijp voor zijn. Op dat moment fungeren de IAO-conventies als model.

Geen regelneven


Dany Duysens, een Belg die al een halve carrière op de IAO werkt, erkent dat de organisatie het in de jaren negentig moeilijk had. ‘De IAO rijdt op de golven van de geopolitiek. Na elk van de twee wereldoorlogen stak de IAO telkens de kop op, omdat mensen op die momenten beseften dat vrede onmogelijk is zonder sociale rechtvaardigheid. Het einde van de Koude Oorlog, had een veeleer negatieve impact. Dat was voelbaar in de raad van beheer van de IAO (56 leden waarvan 28 regeringsvertegenwoordigers, en telkens 14 vertegenwoordigers van werknemers en werkgevers, jvd). De vakbonden zaten in het defensief en de werkgevers triomfeerden. De Zweedse werkgeversorganisatie wilde zelfs uit de IAO stappen en vroeg zich openlijk af waarvoor de organisatie nog nodig was.’
Duysens was medewerker van de Belg Michel Hansenne, die tussen 1989 en 1999 de IAO leidde, en maakte dus de spanningen van dichtbij mee: ‘De IAO kan maar zo ver gaan als de internationale gemeenschap wil. Arbeidsverhoudingen zijn machtsverhoudingen.’ Hansenne reageerde op die context door zich te concentreren op de vijf fundamentele IAO-normen: het recht van vereniging, het recht op collectief overleg, het verbod op dwangarbeid, kinderarbeid en discriminatie. Op 18 juni 1998 onderschreven alle lidstaten een plechtige verklaring dat alle IAO-leden geacht worden deze vijf basisrechten te erkennen, of ze de bijhorende conventies hebben geratificeerd of niet.
Deze aanpak geniet steun van de werkgevers. ‘De internationale werkgeversorganisatie verzette zich al sinds de jaren zeventig tegen te gedetailleerde conventies. Door de aandacht te verleggen naar de basisnormen, stelde de IAO haar rol veilig. De conventies van de voorbije jaren laten meer speling voor nationale praktijken en tradities’, stelt Jacques Da Costa, die als eredirecteur van de Belgische petroleumfederatie de Vereniging van Belgische Ondernemers (VBO) mee vertegenwoordigt op de internationale arbeidsconferentie. Vakbonden kijken natuurlijk anders aan tegen deze relatief terughoudende aanpak: ‘Is het overmatige reguleringsdwang te eisen dat elke zeeman waar ook ter wereld een cabine heeft met bepaalde minimale afmetingen?’ vraagt Isabelle Höferlin van het Wereldverbond van de Arbeid, een van de twee internationale vakbondskoepels, zich af.
Hansennes opvolger Somavia bouwde verder op de basisnormen en maakte van Degelijk Werk de centrale as van zijn beleid. De term slaat op respect voor arbeidsnormen, in de eerste plaats de vijf basisnormen, maar evenzeer op sociaal overleg, sociale bescherming en vooral werkgelegenheid. Peccoud: ‘Arbeid is zoveel meer dan een bedrijfskost, het is een samenlevingsbehoefte. Degelijk werk is het middel om zich in een samenleving te integreren. Werkloosheid leidt tot het uiteenvallen van gemeenschappen. Daarom gaat ons grootste budget naar de ontwikkeling - op alle mogelijke manieren -van werkgelegenheid: wat kunnen overheden doen ter bevordering van de jobcreatie in het algemeen en voor doelgroepen als jongeren en laaggeschoolden in het bijzonder?’
Die visie staat haaks op de ideologie van de jaren negentig dat de markt voor werk zorgt en dat overheidsbemoeienis storend is. Ondertussen is het ideologisch klimaat veranderd en ruimen instellingen als de Wereldbank en het IMF weer meer plaats in voor de rol van instellingen. ‘De wind waait opnieuw in onze richting’, vindt IAO-economist Rolf Van der Hoeven.

Onze ogen zijn onze tanden


Het is vrijdagavond, 22 uur. In een werkgroep Arbeidsrelaties van de Internationale Arbeidsconferentie hebben werknemers, werkgevers en regeringen al twee weken gesprekken achter de rug. Er is gevijld aan komma’s en punten van een tekst maar een echt akkoord wil maar niet lukken. De werknemers willen door klaarheid te scheppen over wat precies een arbeidsrelatie is, de sociale bescherming verbeteren van schijnzelfstandigen, of van wie werkt in de informele sector. De werkgevers zijn erg terughoudend. ‘We willen geen aanbeveling of conventie’, kwamen ze twee dagen tevoren nog overeen. Het gesprek leek muurvast te zitten maar nu luisteren de 100 vertegenwoordigers van de werknemers gespannen naar hun woordvoerder die het voorstel uit de doeken doet, dat de internationale werkgeversorganisatie ter elfder ure op tafel heeft gelegd: een aanbeveling kàn als de werknemers elke aanspraak op een conventie laten vallen.
‘Op zo’n chantage kunnen we niet ingaan’, reageert een warmbloedige Canadese syndicalist. Anderen vinden het beter dan niks, zeker omdat het morgen zaterdag is en velen naar hun land terug keren. Ook de IAO zou zo haar gezicht redden want twee jaar geleden mislukten de onderhandelingen over dit thema al eens falikant. Uiteindelijk komt er effectief een aanbeveling uit de bus.
De IAO heeft dan misschien geen tanden maar de dagenlange strijd over punten en komma’s geeft aan dat IAO-conventies hoe dan ook iets betekenen. Wat de IAO inhoudt, voel je het best op de Internationale Arbeidsconferentie die elk jaar tijdens de maand juni in Genève doorgaat: regeringen, werkgevers en werknemers uit 175 lidstaten komen er bijeen om te werken aan sociale vooruitgang. Ze onderzoeken of er nood is aan nieuwe conventies, én hoe de bestaande conventies worden nageleefd. Dat laatste gebeurt in de Commissie van de Normen, waar zich doorgaans een twintigtal landen moet verdedigen omdat ze zondigen tegen IAO-conventies.
Werkgevers en werknemers bepalen samen welke landen in het beklaagdenbankje moeten verschijnen: ze baseren zich daarbij vooral op het Verslag van de experts dat vele honderden overtredingen gedetailleerd in kaart brengt. Dit jaar werd Paraguay aangeklaagd omdat het de rechten van zijn inheemse bevolking met voeten treedt en India omdat het veel kinderen dwangarbeid oplegt; Colombia, Cuba, Wit-Rusland en Zimbabwe omdat ze het recht op vereniging niet respecteren en Kroatië omdat het de asbestconventie met voeten treedt - en de lijst was veel langer.
De keuze van de landen die ter verantwoording worden geroepen, kreeg dit jaar veel kritiek. De flamboyante Indiase ambassadeur in Genève maakte er zelfs een heuse show van en noemde de selectie Eurocentrisch. Ook een vakbondsman uit het Zuiden vindt dat niet iedereen gelijk is voor de wet: ‘Japan zal hier niet zo snel op het matje geroepen worden, aangezien dat land de IAO veel geld geeft. De VS worden enkel aangeklaagd als er een Republikeinse president aan de macht is.’ ACV-voorzitter Luc Cortebeeck geeft toe dat politieke motieven meespelen en dat een reus als China minder snel aan de tand wordt gevoeld.
De sessies in de Commissie van de Normen zijn niet van de poes: er wordt vrijuit gepraat, en soms zelfs geroepen. Elk debat begint met het antwoord van de regering op de vaststellingen van de experts. Nadat de regering zich heeft verdedigd, is het aan de woordvoerder van de werknemers - Luc Cortebeeck- , en die van de werkgevers - Manfred Wieskirchen van de Duitse werkgeversbond -om hun opinie te geven. Later kunnen andere regeringen, werkgevers en werknemers tussenkomen, vaak met allerlei gedetailleerde aantijgingen. Daarop kan de regering zich nog eens verdedigen. Tenslotte doet de commissie in overleg met werkgevers en werknemers een uitspraak. Krijgt het land een extra blaam? Wordt er samenwerking met de IAO voorgesteld om de situatie te verbeteren? Of komt er een IAO-missie om de zaak nader te onderzoeken? Soms is de eensgezindheid ver te zoeken.
Birma krijgt al vele jaren de wind van voren bij de IAO omwille van de wijdverspreide dwangarbeid. ‘De IAO-aanpak heeft ervoor gezorgd dat die dwangarbeid intussen is afgenomen’, vindt vakbondsleider in ballingschap Maung Maung. Jan Van Holm, die de delegatie van het Verbond voor Belgische Ondernemers bij het IAO leidt, relativeert dat: ‘Een sterk land met een slecht regime kan je via de IAO moeilijk onder druk zetten. Het is zeker zo dat een aantal ondernemingen niet in zo’n land investeren, maar anderen nemen hun plaats wel in. Ik behoor tot die werkgevers die vinden dat we méér moeten doen dan alleen maar een blaam geven.’
Hoe dan ook, wie de ernst ziet waarmee dagenlang over sociale normen wordt gesproken, krijgt onwillekeurig de indruk dat hier gewerkt wordt aan het sociaal geweten van de wereld. Dat deze bijeenkomst van ministers van Arbeid, topambtenaren, en vertegenwoordigers van vakbonden en patroons uit heel de wereld, op een of andere manier toch zijn invloed heeft in vele landen. Dat het, mogelijks met tijdelijke terugvallen, een bodem van sociaal fatsoen in de wereld legt. Dat is zeker zo in België, weet Luc Cortebeeck: ‘Neem nu de discussie over de vliegende piketten: de werkgevers vonden dat werknemers geen piket mogen staan op een ander bedrijf maar toen we dreigden met Genève, gingen ze snel overstag.’
Javillier: ‘Wie zegt dat we geen tanden hebben, weet niet wat er achter de schermen gebeurt: de langdurige discussies, de pogingen om mensen te overtuigen, de samenwerking … Ik praat heel ernstig met de drie partners, niet als een predikant die alles beter weet maar vanuit hun realiteit. Werknemers en patroons zijn de ogen van de IAO- veel van onze informatie komt van hen - en die ogen zijn onze tanden’
Peccoud maakt van die zwakte zelfs een sterkte: ‘Wij kunnen inderdaad geen model opleggen zoals het IMF dat al jaren doet, maar dat is misschien maar goed ook. De vijf basisnormen zijn de bodem van fatsoen, en ik geloof dat we die stilaan ingang kunnen doen vinden. De enige manier om op een duurzame wijze een beleid te ontwikkelen, is door discussie met bedrijven, middenveld en regering. Dat is precies wat de IAO probeert.’

België en de IAO


Ons land is altijd bij de voortrekkers van de IAO geweest. Belgische werkgevers stonden mee aan de wieg van de internationale werkgeversorganisatie. Belgische regeringen hebben haast altijd gepleit voor meer gewicht van de IAO in de wereldpolitiek. Ook het jongste regeerakkoord doet dat. Tussen 1989 en 1999 leverde ons land in de persoon van Michel Hansenne (PSC, nu CdH) bovendien de secretaris-generaal van deze erg Europese organisatie. In die jaren negentig, toen de IAO wat gemarginaliseerd werd, behoorde België tot de zeldzame landen die een structurele samenwerking tussen IAO en WTO voorstonden. Momenteel engageert het ACV zich het sterkst in de IAO. Het trok met acht mensen drie weken lang naar Genève om ACV-voorzitter Luc Cortebeeck te ondersteunen, die bij de IAO woordvoerder van de internationale werkgeversgroep in de commissie van de normen is. ‘
Het ACV is de enige Belgische organisatie die echt investeert in de IAO. VBO en ABVV doen dat minder’, erkent Jan Van Holm. Alhoewel hij al dertig jaar de VBO-delegatie leidt, werkt hij niet meer voor het VBO. Van Holm betreurt dat het VBO zich nu minder engageert in de organisatie. ‘Ik heb nu een veel beperkter mandaat dan twintig jaar geleden. De huidige werkgevers zijn veel pragmatischer, en handelen vanuit de vraag: “Wat zit er voor ons in?” Dwangarbeid in Birma zien ze als een ver-van-hun-bed-show.’ (jvd)

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 2795   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 2795  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search <em>for</em> Common GroundSearch for Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.