Ilija Trojanow: ‘Mensen die boeken kopen, zijn geen nomaden’

De Bulgaars-Duitse schrijver Ilija Trojanow verblijft dit najaar in Brussel. Hij opent het vijfde werkjaar van het Brusselse literatuurhuis Passa Porta, neemt deel aan Spoken World in het Kaaitheater en komt op Het Andere Boek praten over “De wereld is groot en overal loert redding” –pas vertaald in het Nederlands en dit najaar ook als film in de zalen.

‘Waar ben jij bang voor?’ vraagt een imam op het eiland Zanzibar aan de Afrikaanse gids die een Britse ontdekkingsreiziger vergezelde op zijn zoektocht naar de bronnen van de Nijl. De gids antwoordt: ‘Voor de taal van de simpele zielen, waarin jij en je soortgenoten elke ervaring vertalen. Wat ik allemaal heb gezien, past niet in de kale, kleine ruimtes waarin jij alles wilt onderbrengen.’

Deze scène uit De wereldverzamelaar vat de wereldvisie en het literaire credo van Ilija Trojanow aardig samen. Hij heeft zoveel vormen van menselijkheid en van geweld gezien, dat hij weigert eenvoudige verklaringen te aanvaarden of allesomvattende oplossingen na te streven. ‘Ik ben tegen ideologieën en hang geen enkel dogma aan’, zegt hij.

In de plaats van “de taal van de simpele zielen” heeft Trojanow een heel arsenaal talen ter beschikking. Hij schrijft romans en non-fictie in het Duits –‘de mooiste, rijkste en meest precieze taal die ik ken’–, gedichten in het Engels en boodschappenbriefjes in het Bulgaars. Daarnaast spreekt hij vloeiend Swahili en raakt hij een heel eind in het Sanskriet, Hindi en Arabisch. Deze meertaligheid is deels de erfenis van zijn familiegeschiedenis en deels van zijn obsessionele voorbereidingswerk voor zijn boeken. ‘Het is normaal dat jonge vluchtelingen van taal veranderen’, zegt Trojanow. ‘Het zou belachelijk zijn om je vast te klampen aan een verleden dat je achterlaat.’

Het gezin Trojanow vluchtte uit Bulgarije toen de kleine Ilija nog net geen zeven was. Een kort verblijf in een Italiaans vluchtelingenkamp en een jaar in Duitsland later migreerden de Trojanows verder door naar Kenia.‘Tweemaal binnen hetzelfde jaar onderging ik een complete verandering van taal, klimaat, eten, tekens en signalen. In Kenia groeide ik op met vier talen, die ik verwisselde zoals je van hoofddeksel verwisselt: naar gelang van de omstandigheden. Dat betekent dat ik als kind al leerde dat verandering en transformatie de normale gang van de wereld is.’

Zijn studies –rechten en etnologie– deed Trojanow in München, daarna woonde hij onder andere in Mumbai en in Kaapstad. Een leven dat leest als een nooit eindigend reisverhaal. Heb je dan nog wel een houvast in je leven? Trojanow haalt zijn schouders op. ‘Mobiliteit en diversiteit zijn niets nieuws in de geschiedenis van de mensheid. Er is maar één plek op de wereld waar geen interculturele interactie plaatsvindt, en dat is op het kerkhof. Dat betekent niet dat mobiliteit en diversiteit altijd plezierig zijn of het resultaat van een vrije keuze –als vluchteling kies je vaak niet wanneer en naar waar je gaat– maar ze liggen wel aan de basis van wat we vooruitgang noemen. Niet toevallig is de Babylonische ballingschap het belangrijkste moment uit de ontwikkeling van het jodendom.’

Geannuleerde strijd

In 2007 schreef Trojanow samen met de Indiase auteur Ranjit Hoskote het essay Kampfabsage. Kulturen bekämpfen sich nicht, sie fließen zusammen. Daarmee stelt hij zich lijnrecht tegenover de aanhangers van Botsende Beschavingen en de doemdenkers die de alarmklok luiden over Eurabië. Op de vraag of de stelling dat culturen samenvloeien in plaats van botsen toch niet een heel rooskleurige lezing is van de actuele geschiedenis, trekt Trojanow het ene na het andere blik met voorbeelden open om zijn stelling te bewijzen. Met name de geschiedenis van de moderne schilderkunst passeert uitvoerig de revue.

‘Picasso, Braque en Kirchner ontleenden hun artistieke dynamiek aan West-Afrikaanse en Oceanische sculpturen; Matisse, Klee en Macke vonden een nieuwe kleuren- en motieventaal in Noord-Afrika en Turkije; Kandinsky, Mondriaan en Malevitsj laadden hun creatieve batterijen op door in te pluggen op Aziatische spiritualiteit, met onder andere yoga and soefisme; Gauguin en Van Gogh werden diepgaand beïnvloed door Japanse houtsneeprenten – die op hun beurt veel Europese grafische technieken overgenomen hadden, via uitwisseling met India en China. Moderne Europese kunst is gewoon ondenkbaar zonder de diepe onderdompeling van zijn meesters in culturen die voorbije de westerse horizon bestonden.’

Die onverzadigbare interesse voor wat voorbij de horizon ligt verbindt Ilija Trojanow met Richard Burton, de negentiende-eeuwse Britse avonturier die hem inspireerde om gedurende vijf jaar India te verkennen, Arabisch te leren en op bedevaart te gaan naar Mekka, en dwars door de Tanzaniaanse binnenlanden naar de bronnen van de Nijl te wandelen. ‘Voor mij is Richard Burton niet zozeer de historische verpersoonlijking van het Europese oerverlangen om te ontdekken en onbetreden paden te bewandelen. Hij staat, als hoofdpersoon van De wereldverzamelaar, eerder voor onze kijk op de niet-Europese wereld, een kijk die nog altijd bepaald wordt door de ideologie en de verhalen van die negentiende-eeuwse ontdekkingsreigers. Als je leest wat vandaag over Afghanistan gepubliceerd wordt, als je hoort wat sommige Navo-generaals over dat land verklaren, dan heb je soms het gevoel dat er in 150 jaar niet veel veranderd is.’

Londen is Andalusië

Wereldverzamelaar Burton dompelt zich zo fundamenteel onder in de vreemde culturen die hij wil begrijpen, dat hij uiteindelijk geen duidelijk eigen kern overhoudt. Hij is nauwelijks nog te onderscheiden van de rol die hij aanneemt, de ander die hij zo dicht mogelijk wil benaderen, het masker dat hij opzet. Het is een gevaar dat Trojanow ook in de dagelijkse, eenentwintigste-eeuwse wereld onderkent.

Hij is wel een kosmopoliet, maar wil liever niet gezien worden als een lid van de stam der luchthavenbewoners die met hun Samsonites van de ene executive lounge naar de andere incheckbalie rollen.

‘Lokale culturele vormen verdienen bescherming tegen de vloedgolf van in containers verpakte, plastic cultuurproducten van de mondialisering. Dat is dringend, want we maken vandaag een verontrustende vernietiging mee van allerlei vormen van culturele expressie. Maar tegelijk moeten we ervoor zorgen dat er voldoende ruimten behouden blijven waar de mondiale diversiteit haar beloften kan waarmaken, plekken die ik omschrijf als havens waar de verschillende culturele stromen kunnen samenvloeien.’

Kaapstad is zo’n haven en Mumbai zeker. ‘Heel India is een plek waar samengestelde culturen voortdurend in een dynamische interactie zijn. De uitgestrekte weelde aan tradities en teksten en het gemak waarmee mensen schijnbaar tegengestelde posities combineren, zijn bevrijdend en overrompelend tegelijk.’

Maar hét voorbeeld van een hedendaagse smeltkroes, de stad die Trojanow wel eens omschreef als het Al-Andalus van de eenentwintigste eeuw, is volgens hem Londen, waar het vanzelfsprekende vertrouwen in diversiteit zelfs niet kapot te krijgen was met de aanslagen van 7 juli 2005. Toch woont hij niet in de Britse hoofdstad, maar in Wenen – bezwaarlijk te omschrijven als een knooppunt van hedendaagse creativiteit. Trojanow: ‘Londen is gewoon te duur voor een zelfstandige schrijver. En bovendien is Wenen de jongste tijd behoorlijk kosmopolitisch geworden. Ik heb er nu een appartement en een bibliotheek, en dat maakt me gelukkig.’

Die bibliotheek, dat is essentieel. Op een bepaald moment stelde Trojanow immers vast dat zijn boeken overal verspreid lagen: in Kaapstad, in de kelder bij zijn moeder, bij vrienden in München. Niet zonder meer het boek kunnen nemen dat hij nodig had, was een verontrustende ervaring, waaruit Trojanow concludeerde dat mensen die boeken kopen geen echte nomaden kunnen zijn.

Mekka is de bron

De heilige bron van de islam en Pelgrimstocht naar Mekka zijn boeken waarin Ilija Trojanow de islam tot onderwerp van studie en verkenning maakt. Hij is niet de enige die het voorbije decennium over Mohammed, zijn volgelingen en hun geloof gepubliceerd heeft. Hoe verklaart hij die fascinatie bij westerse auteurs voor de islam? Trojanow reageert verwonderd. Hij vindt net dat er nauwelijks westerse schrijvers zijn die zich op een ernstige manier met de islam bezighouden.

‘Een aantal “intellectuelen” zoals Martin Amis, Bernard-Henri Lévy en Oriana Fallaci hebben wel vlammende aanklachten tegen moslims geschreven. Die diatribes zijn bijzonder zwak op het gebied van kennis en inzicht, maar bijzonder sterk op het gebied van onwetendheid. Ik zie geen enkele vooraanstaande auteur in West-Europa die qua kennis van de islam het niveau bereikt dat Goethe in zijn tijd al had.’ Over de geruchten die na zijn bedevaart in Mekka in de Duitse pers circuleerden dat hij zich tot de islam bekeerd had zegt Trojanow in kort en duidelijk Duits: ‘Das ist Quatsch.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur