IMF blijft verantwoordelijkheid voor honger in Malawi van dehand wijzen

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) blijft
ontkennen dat het door zijn adviezen heeft bijgedragen tot de hongersnood in
Malawi, waar de voorbije maanden al enkele honderden mensen van ontbering
zijn omgekomen. Het IMF schrijft de noodtoestand toe aan de uitzonderlijke
droogte in de regio en het wanbeleid van de Malawische regering van
president Bakili Muluzi, maar wijst nu ook steeds nadrukkelijker de Europese
Commissie en de Wereldbank met de vinger.


ActionAid, een van de weinige niet-gouvernementele organisaties met een
eigen vertegenwoordiging in het straatarme land, beschuldigt het IMF ervan
Malawi in 2000 te hebben gedwongen - of ten minste sterk te hebben
aangeraden - een deel van zijn maïsreserves te verkopen om commerciële
schulden af te lossen. Die bewering zou in mei bevestigd zijn door de
Malawische minister van Landbouw Aleke Banda. Het IMF zou Malawi ook
geadviseerd hebben het National Food Reserve Agency (NFRA) te privatiseren,
een instelling die onder meer voedselhulp helpt verspreiden, en de
prijscontroles op te heffen. Daardoor zijn basisvoedingsmiddelen veel
duurder geworden.

Maar het IMF verwerpt de aantijgingen. Maandag liet het IMF in een
persmededeling weten dat de oorzaken van de voedseltekorten in Malawi
complex zijn en onder meer ook fouten in de early warningsystemen van de
overheid en een slecht beheer van de voedselreserves omvatten. Bovendien
heeft slecht weer bijgedragen tot recente misoogsten en voedseltekorten in
een aantal landen in Zuidelijk Afrika, waaronder Malawi.

In de nieuwe mededeling doet het IMF zijn oorspronkelijke argumentatie naar
de achtergrond verdwijnen, namelijk dat het zijn advies aan de Malawische
regering om een deel van de maïsreserves te verkopen, baseerde op verkeerde
informatie van de Malawische autoriteiten en de Europese Commissie. Maar het
Fonds houdt wel vol dat het niet meer heeft gedaan dan een aanbeveling van
de Europese Commissie aan de Malawische regering te ondersteunen om een
deel van de te omvangrijk geachte graanvoorraden te verkopen. Malawi zou
daarop zijn voorraadschuren helemaal hebben geleegd, wat nooit de bedoeling
was. Daarna konden geen nieuwe voorraden worden aangelegd als gevolg van het
slechte weer en een slecht beleid, stelt het IMF.

Het IMF ontkent dat het Malawi heeft gedwongen zijn graanreserves van de
hand te doen. Dat is onzin, verklaarde Frances Hardin, een
persverantwoordelijke van de instelling. Het IMF heeft dit nooit als
voorwaarde gesteld. De instelling richt ook verwijten aan het adres van de
Wereldbank. Die zou verantwoordelijk zijn voor de privatisering van de
Agricultural Development and Marketing Corporation (ADMARC), de voorloper
van het National Food Reserve Agency (NFRA).

Niet wij zijn verantwoordelijk voor de scheeftrekking van de prijzen die
zich voordeden toen het NFRA van het midden van 2000 tot in januari 2001
grote hoeveelheden maïs in Malawi op de markt bracht, stelt het IMF. Na de
goede oogst van 2000 deden die transacties de prijs verder dalen, waardoor
de boeren minder gemotiveerd waren om veel te produceren en ook minder geld
hadden om meststoffen en zaden te kopen.

Maar volgens de critici van het IMF-beleid in arme landen past de
liberalisering en de deregulering van de graanmarkt in Malawi wel degelijk
in het kader van het structurele aanpassingsprogramma dat het land net als
veel andere ontwikkelingslanden door het IMF en de Wereldbank kreeg
opgelegd. Privé-handelaars kregen de maïsreserves in de schoot geworpen,
voor het grootste deel tegen een kost die onder de marktprijs lag.

Het IMF blijft ontkennen, stelt Irungu Houghton van ActionAid vast. De
voorbije maand probeert het de aandacht te verschuiven van de regering van
Malawi naar de Europese Commissie en de Wereldbank. Dat is zorgwekkend.

Feit is dat de maïsoogst in april van dit jaar maar 1,3 miljoen ton bedroeg,
terwijl er met 1,9 miljoen ton was gerekend en het land 2,2 miljoen ton
nodig heeft. Voor de periode tussen augustus 2002 en maart 2003 zal Malawi
zeker 485.000 ton voedselhulp nodig hebben, schatten de VN.

Ook in de buurlanden van Malawi is de voedselsituatie dramatisch. Volgens de
Wereldgezondheidsorganisatie kunnen er de komende zes maanden tot 300.000
mensen sterven in Zuidelijk Afrika als gevolg van ernstige voedseltekorten.
In Malawi zullen drie van de tien miljoen inwoners de komende maanden honger
lijden. Of het tot een echte hongersnood komt, hangt af van de buitenlandse
hulpverlening.

De noodhulp aan de getroffen gebieden komt op gang, maar bij de overige
ontwikkelingshulp aan Malawi zit er een kink in de kabel. Groot-Brittannië,
het belangrijkste donorland, heeft onlangs de uitbetaling van 18,6 miljoen
euro opgeschort omdat de Malawische regering te veel uitgeeft en een gebrek
aan fiscale discipline aan de dag legt. Het IMF heeft om dezelfde redenen
een schuldverlichtingsoperatie voor een bedrag van 50 miljoen dollar
uitgesteld.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift