IMF doet moeilijk over oliegeld voor onderwijs

Het Internationaal Muntfonds (IMF) wil dat Ecuador een wettelijke bepaling schrapt waardoor tien procent van de toekomstige inkomsten uit een nieuwe oliepijplijn verplicht naar onderwijs en gezondheidszorg zouden gaan. Het IMF eist dat Ecudador alle opbrengsten van de ‘oleoducto de crudos pesados’ (OCP) bestemt voor schuldaflossingen en houdt zolang de goedkeuring van een nieuwe lening van 240 miljoen dollar tegen.


De nog niet afgewerkte en fel omstreden OCP-pijplijn zal ruwe olie vervoeren van de olievelden in het Ecuadoraanse Amazonegebied naar de havens aan de Stille Oceaan. Op 22 mei keurde het Ecuadoraanse parlement een wet goed die de toekomstige deviezenopbrengsten van de pijplijn verdeelt. 70 procent wordt bestemd voor de afbetaling van de torenhoge buitenlandse schuld en het wegwerken van de bedragen die de Ecuadoraanse overheid nog in het krijt staat bij het Instituut voor Sociale Zekerheid. 20 procent zal terechtkomen in een fonds waarmee het land zich wil wapenen tegen toekomstige dalingen van de olieprijs, en 10 procent wordt geïnvesteerd in onderwijs en gezondheidszorg. De regering van president Gustavo Noboa had het parlement een ontwerp voorgelegd waarin sprake was van een 80/20-verdeling tussen de eerste twee posten, maar een meerderheid van de parlementsleden besloot een sociale component in te bouwen.

De Ecuadoraanse minister van Economie en Financiën, Carlos Julio Emanuel, onderhandelt al sinds vorige week in Washington met het IMF, en hij bevestigt dat de reservering van 10 procent voor sociale uitgaven het voornaamste struikelblok vormt voor het IMF om in te stemmen met een nieuwe lening van 240 miljoen dollar voor het hulpbehoevende land. Volgens Emanuel zal president Noboa proberen terug te keren naar zijn aanvankelijke wetsontwerp, maar daarvoor lijkt in elk geval een nieuwe stemming nodig in het parlement.

Zelfs de huidige wet die de verdeling van de opbrengsten van de OCP-pijplijn regelt, is voor de buitenlandse schuldeisers veel voordeliger dan de algemene regeling die geldt voor de inkomsten die Ecuador uit de export van olie puurt. Die deviezen komen gewoon terecht in de algemene begroting, en daarvan gaat 40 procent naar schuldafbetalingen.

Ecuador staat voor 16 miljard dollar in het krijt in het buitenland – 95 procent van het Ecuadoraanse bruto binnenlands product. Door een politiek van besparingen en versnelde afbetalingen wil Ecuador dat percentage in tien jaar tijd terugbrengen tot 40 procent. Kwatongen willen dat speciale regelingen als de wet die 80 of 70 procent van de opbrengsten van de OCP-pijplijn voorbestemt voor de afbetaling van buitenlandse schulden, er komen onder druk van rijke Ecuadoranen die op de internationale tweedehandsmarkt tegen bodemprijzen Ecuadoraanse schuldbewijzen hebben aangekocht. Door de nieuwe gegarandeerde stroom van overheidsgeld naar de buitenlandse schuldeisers, is de waarde van die schuldbewijzen op korte tijd weer verveelvoudigd.

De OCP-pijplijn wordt gebouwd door een consortium waarin zes bedrijven participeren: het Canadese Alberta Energy, Kerr McGee en Occidental Petroleum uit de VS, het Italiaanse Agip Oil, het Spaans-Argentijnse Repsol-YPF en het Argentijnse Techint. De pijplijn wordt 600 kilometer lang en zou volgend jaar in gebruik moeten worden genomen. Inheemse gemeenschappen, milieubewegingen en zelfs de Wereldbank vrezen dat eventuele lekken onverantwoord veel milieuschade zullen aanrichten in het Amazonewoud.


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift