'IMF maakt beloften niet waar'

Het aanpassingsbeleid dat het Internationaal Muntfonds (IMF) ontleners oplegt, haalt die landen maar ten dele uit de budgettaire problemen en gaat ook uit van overdreven optimistische voorspellingen inzake economische groei en buitenlandse investeringen. Tot die conclusie komt het Independent Evaluation Office (IEO) in een dinsdag gepubliceerd rapport. Volgens het IEO, dat in 2001 door het IMF is opgericht maar onafhankelijk werkt, ging het fonds onder meer zwaar in de fout in Brazilië, Zuid-Korea en Indonesië. Gemiddeld presteert het IMF maar half zo goed als de instelling zelf vooropstelt.

Het IMF helpt landen met acute betalingsbalansproblemen door omvangrijke noodleningen toe te staan, maar verbindt daar wel beleidsadviezen aan waar de ontvangende landen nauwelijks nee tegen kunnen zeggen. Het IMF legt landen met zieke staatsfinanciën op hun overheidstekort te reduceren door allerhande subsidies te schrappen, het overheidsapparaat af te slanken en staatsbedrijven te privatiseren. Anderzijds moeten regeringen alles in het werk stellen om de overheidsinkomsten op te drijven - onder meer door hogere belastingen, exportbevorderende maatregelen en een investeringsvriendelijk beleid. Verder legt het IMF de nadruk op het terugdringen van de inflatie en de deregulering van de economie. De Wereldbank, de zusterorganisatie van het IMF die in de eerste plaats grote ontwikkelingsinitiatieven financiert, maakt ontvangerlanden in grote lijnen dezelfde aanbevelingen over.

De zware financiële crisissen in Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika van de voorbije jaren deden veel vragen rijzen bij efficiëntie van die aanpak. Critici zeggen dat het aanpassingsbeleid in arme landen aanleiding geeft tot drastische besparingen in belangrijke sectoren als onderwijs en gezondheidszorg, de prijzen van nutsvoorzieningen opdrijft voor arme consumenten en de economische groei afremt.

Het IEO onderzocht onder meer de rol van het IMF bij de recente financiële crisissen in Brazilië, Zuid-Korea en Indonesië. De conclusie is vernietigend. In die drie landen onderschatte het IMF eerst de ernst van de problemen, en daarna maakte de instelling fouten bij de aanpak van de economische ineenstorting die zich in de drie landen voordeed.

Maar het IEO heeft ook alle andere IMF-leningen tussen 1993 en 2001 onder de loep genomen. Gemiddeld bereiken de programma’s die met die leningen samenhangen maar ongeveer de helft van de verbetering van de financiële balansen die vooropgesteld werden. De IMF-recepten slaan het beste aan in ‘transitielanden’ - vooral in Centraal- en Oost-Europa - en het minst goed in ‘niet-transitielanden’ - stabiele ontwikkelingslanden.

Volgens het rapport hebben landen het er moeilijk mee maatregelen om de overheidsuitgaven in te perken of de inkomsten te vergroten, vol te houden. Soms slaan die ingrepen na een eerste periode zelfs in het tegendeel om. Het optrekken van de BTW-voet leidt bijvoorbeeld tot belastingontwijking. Regeringen laten maatregelen om de lonen in de openbare sector te beperken vaak varen als het IMF-programma is afgelopen. Het IEO vindt dat het IMF ontvangerlanden veel beter moet controleren om die ontwikkeling tegen te gaan. Die controle kan meteen ook aan het licht brengen of bepaalde maatregelen ongewenste sociale gevolgen hebben of doelstellingen op sociaal vlak wel degelijk bereiken.

Bij een lening aan Pakistan legde het IMF normen op voor de overheidsuitgaven voor sociale zaken en armoedebestrijding, maar die doelstellingen werden gewoon niet gehaald. En ondanks de goede intenties van de Filipijnse regering om programma’s tegen de armoede te ontzien bij de door het IMF gevraagde bezuinigingen, daalde daar het aantal mensen dat door verscheidene gezondheidsprogramma’s werd bereikt. Volgens het IEO zijn dergelijke mislukkingen te wijten aan het ontbreken van duidelijke IMF-richtlijnen over welke sociale programma’s in elk geval moeten gespaard worden bij besparingsoperaties.

Het rapport geeft het IMF er ook van langs omdat het de groeikansen van landen die komen aankloppen overschat. De IMF-medewerkers lijken niet geneigd de mogelijkheid te overdenken dat de groeicijfers in zwaar getroffen landen een tijdlang kunnen achteruitgaan of zelfs negatief kunnen worden. Ook bij de voorspelling van toekomstige investeringen wordt vaak van onrealistische schattingen uitgegaan.

Het IEO vond geen bewijzen voor de stelling dat het IMF rigide vasthoudt aan programma’s die eenmaal zijn goedgekeurd en alle landen dezelfde recepten voorschotelt. In de loop van zowat twee derde van de programma’s worden doelstellingen en maatregelen bijgesteld.

* IEO-rapport: http://www.imf.org/External/NP/ieo/2003/pr/PR0303.htm

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3100   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift