India en China zoeken toenadering

De Indiase eerste minister Manmohan Singh was deze week op bezoek in China in een eerste voorzichtige poging om de banden tussen de twee wantrouwige buren aan te halen. De twee nieuwe groeipolen van de wereldeconomie hebben moeite om hun militaire en economische rivaliteit te laten varen voor meer samenwerking en integratie.
Centraal tijdens het driedaagse bezoek stond de opkomst van de zogenaamde BRIC-economiën (Brazilië, Rusland, China en India) en het spectaculaire economische potentieel van ‘Chindia’ in het bijzonder. “China en India zijn momenteel de snelst groeiende ontwikkelingseconomieën”, vertelde Singh aan de Chinese president Hu Jintao. “Nu er cyclische onzekerheid is over de wereldeconomie, kan de sterke groei van onze economieën een positieve invloed hebben voor Azië en voor de hele wereldgemeenschap.”
Singh ondertekende met de Chinese premier Wen Jiabao een “Gedeelde visie voor de 21ste eeuw”, een tekst die de groeiende gemeenschappelijke bezorgdheden van beide landen samenvat, zoals de klimaatverandering, de instabiliteit in Pakistan, islamitisch fundamentalisme en terrorisme. In de tekst stellen beide landen, die samen meer dan een derde van de wereldbevolking vertegenwoordigen, dat ze ervan overtuigd zijn, ondanks de geschiedenis van wederzijdse achterdocht, dat het “tijd is om naar de toekomst te kijken en een relatie op te bouwen.”
“De economieën van China en India zijn een belangrijke nieuwe motor geworden,” zegt Shen Jiru, onderzoeker aan het Instituut voor Wereldeconomie van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen. “Zelfs als de wereldeconomie zou vertragen, zouden de twee landen ze op gang kunnen houden. Een sterkere samenwerking tussen de twee is van vitaal belang.”
Onderhuidse spanningen
Onder al die optimistische woorden liggen echter nog steeds verborgen spanningen tussen de twee Aziatische landen, die een mogelijk partnerschap in de weg kunnen staan. In december hielden beide landen voor het eerst een gezamenlijke militaire oefening maar de bittere grensoorlog in 1962 is nog niet vergeten. Het dispuut over territorium werpt een schaduw over recente pogingen om militaire banden te smeden en het vertrouwen op te bouwen.
Sinds 2003 zijn er al elf gespreksrondes geweest over het grensconflict, maar zonder vooruitgang. China beschuldigt India ervan zo’n 90.000 vierkante kilometer Chinees territorium te bezetten, vooral in de noordoostelijke staat Arunachal Pradesh. India beschuldigt China er dan weer van 43.180 vierkante kilometer te bezetten die tot de staten Jammu and Kasjmir zouden behoren.
“We werken nog altijd aan een framework voor de grensgesprekken”, zegt Ma Jiali, een Indiadeskundige aan de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen. “Maar het vooruitzicht van een oplossing ligt nog veraf.”
Intussen spelen beide landen een steeds grotere rol in elkaars buurlanden. China is een trouwe bondgenoot van Pakistan en Myanmar (Birma) en maakt ook Bangladesh, Nepal en Sri Lanka het hof. India probeert dan weer invloed te krijgen in de achtertuin van China, met name in Vietnam en Singapore.
Nucleaire technologie
China maakt zich misschien nog het meest zorgen over het feit dat New Delhi de ‘Arc of freedom and prosperity’ vervoegd heeft, het multilaterale overleg tussen Japan, Australië en de VS. China ziet de samenwerking als een poging om de rijzende Chinese militaire macht in de regio te fnuiken.
Singh probeerde de Chinese bezorgdheden weg te masseren en hoopt dat Peking toestemming zal geven voor de participatie van India in de Nuclear Suppliers Group (NSG). Een omstreden deal tussen India en de VS uit 2006 geeft New Delhi toegang tot nucleaire technologie zonder dat het zijn nucleaire wapens moet opgeven of het non-proliferatieverdrag moet tekenen. Voor de overeenkomst van kracht kan worden is er wel nog een consensus nodig onder de 45 landen in de NSG. Ook Peking moet dus het jawoord geven, maar liet tot nog toe niet in zijn kaarten kijken.
Impact op de economie
Economen zijn in de wolken met de nieuwe rol van de twee landen als motor van de wereldeconomie, maar ze zijn tegelijk bezorgd dat de wederzijdse achterdocht een impact kan hebben op de economie. Chinese academici bijvoorbeeld wijten de trage groei van de investeringen tussen de twee landen aan die achterdocht. Ondankt de verdubbeling van de bilaterale handel in amper twee jaar tijd, blijven de investeringen achertophinken. Sinds 1991 heeft India bijna 122 miljoen euro geïnvesteerd in China, terwijl China op zijn beurt nog geen zeven miljoen euro geïnvesteerd heeft in zijn buur, een ‘erbarmelijk bedrag’ volgens sommige economen.
“India houdt uit veiligheidsoverwegingen investeringen tegen van bedrijven uit China, maar ook uit Hongkong,” zegt Zheng Ruixiang, onderzoeker aan het Chinese Instituut voor Internationale Studies. India voelt zich ook ongemakkelijk bij het handelsoverschot van China, dat groeide van bijna 1,2 miljard euro in 2004 tot net geen 7 miljard euro in 2007. De vrees van India dat de binnenlandse markt overspoeld zal worden met goedkope Chinese producten heeft zijn weerslag op de onderhandelingen over een gemeenschappelijke Chinees-Indiase vrijhandelszone . “Zolang het handelsoverschot blijft bestaan, komt er geen schot in de onderhandelingen”, voorspelt Zheng. “De afschaffing van taksen onder de nieuwe vrijhandelsregels zal de Chinese producten nog goedkoper maken.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift