INDIA SPECIAL. De moeizame weg naar een sociale democratie

De indrukwekkende economische groei wordt niet gelijk verdeeld onder alle Indiërs. Sociale strijd kan de situatie bijsturen.
  • Fanny Defoort Sociale strijd kan de ongelijkheid bijsturen. Fanny Defoort
Acht uur ’s morgens in het kolkende Mumbai, een megastad van zeventien miljoen inwoners –en er komen er nog elke dag bij. De zon brandt al wanneer we de naka-werkers in de stadsdelen Bandra en Khar opzoeken. Duizenden mensen wachten er zoals elke dag op straat –naka in het Hindi– in de hoop dat iemand hen werk geeft voor één of meerdere dagen. Sommigen hebben een verfborstel bij, anderen een schuurmachine. Wie een werktuig meebrengt, kan meer verdienen.

‘Ik verdien als helper 160 roepies (2,66 euro) per dag’, vertelt een Bihari-jongen. Schilders of polijsters halen 250 tot 300 roepies (tot vijf euro). Mumbai telt naar schatting een half miljoen naka-werkers. Ze komen uit andere deelstaten: Bihar, Uttar Pradesh, Orissa.
Net als bij ons zijn er politici die verkiezingen winnen door die migranten te diaboliseren. Raj Thackeray van de Shiv Shena-partij die Mumbai al jaren bestuurt, voert campagne tegen migranten uit Noord-India die nu en dan worden aangevallen. ‘Zijn nonkel Bal Thackeray ging hem voor, al ging het toen om migranten uit zuidelijke deelstaten,’ vertelt de Belgische zuster Jeanne Devos.
De vakbond CFTUI (Confederation of Free Trade Unions India) die gesteund wordt door de Belgische ngo Wereldsolidariteit, heeft een coöperatieve opgericht die de naka-werkers toelaat hun geld op een bankrekening te storten. Suresh Patil van CFTUI: ‘Migranten zonder officieel adres kunnen immers niet bij een bank terecht. Het geld gebruiken we onder meer om collectief werktuigen aan te kopen, zodat de naka-werkers meer kunnen verdienen. Ook onze vormingssessies dragen daartoe bij.’
De dagloners leiden hoe dan ook een karig bestaan. Ze slapen met vier of vijf op een kamer, hebben vaak maar de helft van de tijd werk en schrapen een maandinkomen van tweeduizend tot vijfduizend roepies (33 tot 83 euro) bijeen.
De naka-werkers horen bij de tien miljoen slumbewoners van Mumbai. Wonen in de megastad kost immers geld, veel geld. ‘Een flat met drie slaapkamers kost hier op Malabar Hill 15.000 euro. Per maand welteverstaan’, zegt Jean-Joel Schittecatte, de Belgische consul in Mumbai. De inwoners van India’s grootste stad staan voor de keuze: ofwel torenhoge woonkosten betalen, ofwel ver in het noorden van de stad wonen en elke dag uren onderweg zijn in het verkeer.
Sommigen hebben geen last van de hoge woonkosten. De ondernemersfamilie Ambani, eigenaar van de Reliancegroep, bouwt in Malabar een gebouw van 27 verdiepingen: een deel voor de woonvertrekken van de uitgebreide familie, een deel voor de garages van hun wagens.
Ongelijkheid nam toe
Indiase zakenmensen profiteerden sterk van de grotere vrijheid die ze na 1991 kregen. Tot dan verzekerde het Indiase socialisme dat de staat de commanding heights van de economie in handen had. Ondernemers hadden vergunningen nodig om een nieuw product te maken, een nieuwe afdeling op te zetten, een lening aan te gaan… In 1969 werd zelfs beslist dat elke groep met meer dan tweehonderd miljoen roepies vermogen een monopolie was en niet meer mocht uitbreiden. Die zogenaamde License Raj (“heerser per vergunning”) hield de private sector in de greep. In 1991 werden veel van die beperkingen opgeheven en werden de belastingen verlaagd.

De Indiase economie zag daarop haar “hindoe-groeiritme” toenemen van vijf procent per jaar naar acht procent. Die groei werd evenwel niet gelijk verdeeld. Vooral de topklasse werd er beter van. Zo stegen de één procent hoogste inkomens met zeventig procent in de jaren negentig. De inkomens van de allerrijksten verdrievoudigden zelfs. De consumptie van de armsten nam maar met acht procent toe. Toch steunt de Indiase groei meer op lokale consumptie dan het exportgerichte China. Lokaal verbruik is in China goed voor 36 procent van het bnp tegen 57 procent in India. Die Indiase locale consumptie situeert zich wel vooral in de top- en-middenklasse.

Als we de naka-werkers vragen of ze het beter hebben nu India sneller groeit, krijgen we als antwoord steevast een overtuigd “neen”. Dat is anders bij mevrouw Tejaswita. Als bankbediende zag ze haar loon op vijf jaar verachtvoudigen. ‘Ik begon aan vijfduizend roepies per maand. Mijn tweede baan kreeg ik al twintigduizend roepies en in mijn nieuwe baan vang ik nog eens dubbel zoveel.’ Samen met het inkomen van haar man volstaat dat om goed te leven. ‘Ik heb te doen met de naka-werkers. Ik werk soms maar vijf uur per dag in gekoelde ruimtes terwijl zij twaalf uur of meer zwoegen onder een loden zon voor veel minder loon.’
Petia Topalova kwam in een IMF-paper tot de vaststelling dat de armoede tijdens de jaren van snelle groei niet sneller afnam dan voorheen. De verklaring ligt in het feit dat zevenhonderd miljoen Indiërs moeten leven van een landbouweconomie die nog geen vijfde van het bnp beslaat, en elk jaar slechts met twee procent groeit.
De overige vierhonderd miljoen Indiërs leven van diensten en industrie – ruim tachtig procent van de economie die elk jaar met tien procent groeit. Binnen die stedelijke economie zijn het vooral mensen met geld en scholing die hun inkomen zagen toenemen.
En toch: hoe bescheiden ook het bestaan in de stad is voor laaggeschoolden zoals de naka werkers, doorgaans is het meer dan op het platteland bijeen te schrapen is.
In het dorpje Nani in de groeistaat Gujarat floreren vooral gezinnen met kinderen die een baan hebben in de stad. Wie alleen van het land moet leven, klaagt. Op het platteland stagneert de landbouwproductie, het kastensysteem bevriest er de sociale verhoudingen.
In de steden slagen mensen er beter in zich te organiseren en zo een iets hoger inkomen te bekomen. Vakbondswerk richt zich immers stilaan ook op de informele sector, waarin negen op tien Indiërs werken. De Domestic Workers Organisation van Jeanne Devos is daar een eminent voorbeeld van. Devos: ‘In deelstaat na deelstaat slagen we erin een minimumloon voor de sector van de thuiswerkers te doen stemmen en dat via sterke organisatie ook af te dwingen. Als iemand dat minimum niet betaalt, vindt hij gewoon geen andere werkers.’
De overheid schiet volgens velen tekort. Auteur Gurchuran Das bejubelt de liberalisering maar betreurt dat goed onderwijs in India alleen is weggelegd voor rijkere mensen, terwijl vorming juist dé weg is naar meer inkomen.
 ‘De wetten worden gemaakt voor de ondernemingen en de rijken’, vindt Nirmal Ahuja, partner van het immobiliënbedrijf Ahuja Realty in Mumbai, dat peperdure woningen verhandelt: ‘Maar twee procent van de Indiërs betaalt belastingen. Het is makkelijk om geen belastingen te betalen maar ook kortzichtig, want er zijn veel meer publieke voorzieningen nodig. Het verkeer en de bijhorende luchtvervuiling zijn hier vreselijk. Eigenlijk hebben ook de rijken er belang bij dat via taksen op hun inkomen beter openbaar vervoer tot stand komt. Maar voorlopig gaan ze liever een maand naar Zwitserland om hun longen te reinigen dan de chaos hier aan te pakken. De druk is nog niet groot genoeg.’
de dag dat het zonlicht niet meer scheen.

Het is niet zo verbazend dat nogal wat Indiërs niet volgden toen de vorige regering in 2005 pronkend met groeicijfers en met de slogan Shining India naar de verkiezingen trok. Er waren té veel mensen die weinig of niets van de schittering voelden en dus kon de centrumrechtse regering inpakken. Een centrumlinkse regering rond de Congrespartij kwam aan de macht, gesteund vanuit de oppositie door communistische partijen.
De civiele samenleving benutte de sleutelrol van de linkse partijen om haar eisen door te drukken. ‘Prioriteit nummer één voor ons was de invoering van het recht op werk’, zegt Annie Raja, secretaris-generaal van de Nationale Federatie van Indiase Vrouwen. ‘Nummer twee was de invoering van het recht op informatie. Ere wie ere toekomt: het is vooral Congresvoorzitster, Sonia Ghandhi, die het wetsvoorstel erdoor kreeg.’

De National Rural Employment Guarantee Act (Nrega) werd in augustus 2005 door de Indiase regering goedgekeurd en geeft elk gezin op het platteland recht op honderd dagen werk aan het minimumloon. Wie werk eist, moet binnen de vijftien dagen een job krijgen, zoniet heeft hij recht op een werkloosheidsvergoeding.
De deelstaten hebben er belang bij werk te creëren want ze moeten de werkloosheidsuitkering zelf ophoesten –terwijl de lonen door de centrale overheid worden betaald. Het is aan de gemeentebesturen om in overleg met de bevolking publieke werken inzake water- en bodembeheer uit te tekenen.
De Nrega moet ook ecologische heropbouw op het platteland stimuleren –dat is meer dan ooit nodig nu de landbouwproductie stagneert. De tewerkstellingswet is het resultaat van jaren activisme. Ervaringen uit het verleden om corruptie te bestrijden met transparantievereisten zijn erin verwerkt.µ
De wet is sinds 2006 van kracht in tweehonderd districten, en sinds april dit jaar in alle 596 districten van het land. Hij garandeert op die manier in principe een inkomen aan 45 miljoen plattelandshuishoudens. Daarmee is de wet ’s werelds grootste recht-op-loonprogramma. De centrale regering trekt er 160 miljard roepies (2,66 miljard euro) voor uit.

herverdeling op zijn Indisch

Ze graven grond af, waarna harde materie als wegdek wordt aangebracht. Hoewel de arbeiders op primitieve werktuigen aangewezen zijn, gaat het werk best vooruit. De werfleider is een vrouw –zeer ongebruikelijk op de buiten. ‘Dat is een van onze innovaties’, zegt Rohit Kumar, de collector (hoogste ambtenaar) van Jalore. ‘We eisen dat werfleiders vier jaar middelbaar onderwijs hebben gevolgd. Een derde moeten vrouwen zijn. Aanvankelijk lukte dat niet. Er zijn geen vrouwen met voldoende scholing, zeiden mijn medewerkers. Pas toen ik zelf naar de dorpen trok, kon ik vaststellen dat dit niet klopte.’ µ

Jalore staat model voor districten waar de collector die zich enthousiast op de Nrega heeft geworpen. Kumar: ‘Wij zijn in alle dorpen gaan uitleggen dat ze op basis van de wet een bom geld konden krijgen om hun dorp te ontwikkelen. We legden uit dat ze het dit keer zelf in de hand hadden: als mensen werk vragen en het gemeentebestuur daarop reageert, moét de centrale regering betalen.’
Met resultaat: in Jalore zitten veel gezinnen tegen de honderd werkdagen aan. Kumar: ‘Ik kreeg onlangs een telefoontje uit Kashmir: ze vroegen waarom er dit jaar in de droge periode voor de moesson geen seizoensarbeiders uit Jalore komen. Antwoord: de Nrega bezorgt hen werk in eigen streek. Omdat Nrega het minimumloon betaalt, moeten ook landeigenaren hun dagloners meer betalen.’
Kortom, Nrega kan het leven in deze harde omgeving wat aangenamer maken en zo de stadsvlucht afremmen. Bovendien zal het water van de beruchte Narmadadam –vijfhonderd kilometer verder in deelstaat Gujarat– hier binnenkort alle dorpen meer water geven. De bouw van de dam heeft ongetwijfeld slachtoffers gemaakt door de verplaatsing van kwetsbare mensen, maar in het kurkdroge Rajasthan zijn ze erg blij met het Narmadawater.
Op plaatsen zonder activistische collector wordt Nrega door de civiele samenleving gepromoot. Bhanwar Singh van de ngo Astha: ‘We zijn met een voetmars alle dorpen van het district Udaipur afgelopen. Van deur tot deur vertelden we dat er werk was voor wie wilde.’ Met als gevolg dat de Nrega in veel dorpen echt werkt.
een graantje meepikken
Natuurlijk is er, zoals vaak in India, corruptie. Lokale politici of aannemers steken geld in eigen zakken. De Nrega biedt evenwel garanties. Singh: ‘Het is geen toeval dat we het recht op informatie aan de Nrega hebben gekoppeld: documenten moeten publiek worden gemaakt. De werkstaat moet in het dorp worden uitgehangen. In Banswara hebben we drie dagen voor de woning van de collector gekampeerd tot we alle stukken kregen. Toen we misbruiken vaststelden, is de locale sarpanch (burgemeester) veroordeeld. Hij moet alles terugbetalen.’
In Rajasthan werkt de Nrega omdat er een sterke civiele samenleving is, die al jaren ijvert voor tewerkstelling en het recht op informatie. Overigens stoot je in India telkens weer op die realiteit: mensen moeten zich organiseren als ze willen dat de wet wordt nageleefd. Sociale strijd als noodzakelijke voorwaarde om de rechtstaat overeind te houden.
In 2006-2007 stelde de Nrega gemiddeld drie miljoen mensen per dag tewerk. Maar er waren grote verschillen tussen deelstaten: in Rajasthan zorgde de Nrega per landelijk huishouden gemiddeld voor 77 werkdagen. Deelstaat Tripura in het Noordoosten haalde zelfs 87 werkdagen. ‘Daar zitten we al tegen het maximum van honderd dagen aan, een prestatie zonder weerga in de geschiedenis van de sociale zekerheid in India’, vindt de Belg Jean Drèze, professor Economie aan de Universiteit van Allahabad en tevens een van de motoren achter de tewerkstellingswet.

In de deelstaten Jarkhand en Uttar Pradesh blijkt dan weer dat veel mensen amper iets afweten van de Nrega, zeker niet beseffen dat ze recht op werk hebben en dat er veel corruptie is.
De Nrega staat nu voor 0,3 procent van het nationaal inkomen. Eens op kruissnelheid in heel het land, zal het gaan om minstens een procent van het bnp. Stap voor stap nemen de mogelijkheden tot herverdeling toe: in 2003 waren belastingen goed voor 9,2 procent van het bnp, in 2008 wordt het 12,5 procent.
De National Rural Employment Guarantee Act kan er dus voor zorgen dat miljoenen Indiërs een graantje meepikken van de economische groei maar er is nog werk aan de winkel. Drèze is gematigd positief over de realisaties maar ‘indien het programma zijn potentieel wil benutten, moeten overheden actiever worden. De politiek is merkwaardig schizofreen. Enerzijds pakt de regering graag uit met de Nrega. Premier Manmohan Singh noemde die  historisch en revolutionair. Anderzijds doet de regering te weinig om ervoor te zorgen dat het enorme potentieel wordt waargemaakt.’
In april is het al drukkend heet in Rajasthan. We bezoeken een Nrega-project in het district Jalore. Als een kleurrijke vlek temidden van het zanderige land werken een vijftigtal vrouwen en één oude man aan een landweg tussen de dorpen Santipura en Badenwari.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur