INDIA SPECIAL. Een mens leeft niet van ICT alleen

In de opmars van de Indiase economie is de landbouwsector schromelijk verwaarloosd. Die nalatigheid wordt vandaag duur betaald. Veranderende eetgewoontes, een groeiende bevolking en een slinkend landbouwareaal maken dat India vandaag kampt met een serieuze voedselcrisis, uitgerekend op het moment dat de wereldvoedselprijzen dramatisch stijgen. De voedselcrisiscrisis zou wel eens de achilleshiel kunnen worden van het Indiase groeimodel.
  • Alma De Walsche In de opmars van de Indiase economie is de landbouwsector schromelijk verwaarloosd. Alma De Walsche
Het is zondag en nieuwjaarsfeest voor de tribals in Orissa, maar in de vertrekken van de ngo Living Farms is daar niet veel van te merken. De aanwezige staf heeft meer last van de ondraaglijke hitte dan van werken op zondag. De voorbije tien jaar heeft het woud rond de hoofdstad Bhubaneswar moeten plaatsmaken voor meer asfaltwegen, nieuwe woonwijken en de uitbreiding van de luchthaven. ‘Het verdwijnen van het bos zorgt voor deze ondraaglijke temperaturen’, beweert Debjeet Sarangi van Living Farms. Niet alleen het bos en de koelte zijn verdwenen. Sarangi: ‘Orissa is de geboorteplaats van de rijst. Vroeger kende India 70.000 tot 80.000 rijstvariëteiten. Dat aantal is fel afgenomen. We hadden 46 soorten gierst, niet onbelangrijk omdat gierst erg droogtebestendig is en Orissa voor landbouw afhankelijk is van regenval. Daarvan zijn vandaag nog twaalf soorten overgebleven.’ Volgens Debjeet Sarangi heeft die evolutie te maken met regeringsprogramma’s die boeren stimuleren om veredeld zaaigoed en kunstmest te gebruiken. Voor de meeste boeren is de aankoop van die zaden en toebehoren een dure aangelegenheid, terwijl de opbrengst helemaal niet verzekerd is omdat het zaad vaak niet geschikt is voor de regio.
Vandaag komt de voedselproductie in Orissa vooral in het gedrang door de concurrentie van exportgewassen en biobrandstoffen. Een oppervlakte van 20.000 hectaren zal binnenkort beplant worden met jatropha voor biobrandstoffen. Er liggen plannen op tafel om tegen 2017 in totaal twaalf miljoen hectaren jatropha te planten. Ook genetisch gemanipuleerd katoen rukt op. Dit jaar nog zullen in Orissa twee miljoen hectaren beplant worden met bt-katoen, een genetisch gemanipuleerde katoenvariant van Monsanto. Sarangi: ‘De zelfmoorden die we in het verleden gekend hebben, waren vooral van boeren die bt-katoen hadden geplant en wiens oogst was mislukt. Wat zullen we onze kinderen te eten geven als de katoenoogst mislukt? De regering en de planners zeggen: “De markt zal jullie voeden.” Maar India is meer dan Mumbai of Delhi.Ga naar de sloppenwijken en naar het platteland, en kijk zelf: is India shining, of is India crying?  
Derdewereldmacht
Tweederde van de Indiase bevolking woont op het platteland en zestig procent van de Indiërs is direct afhankelijk van de landbouw. Maar de sector gedijt niet. In de jaren 1992-1997 bereikte de landbouwproductie nog een jaarlijkse groei van 4,7 procent maar tussen 2002-2006 is die gedaald naar 1,5 procent. De opbrengsten in de deelstaten Punjab en Haryana –de voorraadkamers voor tarwe, rijst en melk– zijn over hun hoogtepunt heen. Zelfmoorden van boeren die zich diep in de schulden hebben gewerkt, woekeren als een plaag en steeds meer mensen verlaten het platteland. India kampt met een groeiende kloof tussen vraag en aanbod in de voedselvoorziening, die maakt dat het rantsoen van de gemiddelde Indiër vandaag kleiner is dan vijftien jaar geleden. Nobelprijswinnaar Amartya Sen stelt zelfs dat de ondervoedingsgraad in India hoger ligt dan in Afrika. Terwijl tien procent welstellende Indiërs in de steden steeds meer vlees eten en een westers voedingspatroon aannemen, leven bijna driehonderd miljoen Indiërs met minder dan twaalf roepies (twintig eurocent) per dag. India is toe aan een tweede Groene Revolutie, maar dan een die op een andere leest geschoeid is dan de eerste.
De prijs van modernisering
Tussen 1990 en 2006 is in Orissa enorm veel grond opgeslorpt door de economische boom, stelt Sanjoy Patnaik van het Regional Centre for Development Cooperation. Het areaal van de individuele boeren is in Orissa in die periode tien procent gekrompen, de collectieve grond die onder meer bestemd is voor veeteelt ging van acht miljoen hectaren naar vier miljoen, en ook het areaal braakland halveerde tot drie miljoen hectaren. De gronden zijn ingenomen door infrastructuurwerken, mijnbouw en industrie, en Speciale Economische Zones of industrieparken. Volgens de Land Reform Act van Orissa van 1960 kan landbouwgrond niet omgezet worden naar niet-landbouwgrond maar in 2007 heeft de regering sectie 8A van die wet gewijzigd, waardoor wijziging van bestemming wel mogelijk is mits betaling. Deze maatregel, aldus Sanjoy Patnaik, is een welbewuste strategie om boeren die het lastig hebben te stimuleren om te verkopen.
Er zijn ook heel wat boeren die hun grond afstaan aan grote bedrijven voor contractlandbouw of hem leasen voor bijvoorbeeld jatropha. Dan wijzigt de productie, maar niet de bestemming, het blijft landbouwgrond. ‘Het neoliberale proces werd ons voorgesteld als een succesverhaal op alle vlakken’, besluit Patnaik. ‘Nu, vijftien jaar later, zien we dat slechts een kleine groep profiteert en dat het model zelfs niet opgevat was om de armen vooruit te helpen. Er zijn geen sociale programma’s voorzien om al de boeren die door deze evolutie uit de boot vallen, op te vangen. En de instellingen die verantwoordelijk zijn voor de verdeling van de rijkdom, zijn er niet in geslaagd om dat effectief te realiseren. Het is een falen van de regering, die de polsslag van het platteland niet voelt. Het lijdt geen twijfel dat Orissa moet industrialiseren, en liefst op korte termijn. Maar de bevolking vraagt dat haar noden ook in aanmerking zouden worden genomen. In plaats daarvan krijgt ze te horen dat dit de prijs is die betaald moet worden voor de modernisering.’
Steeds meer mensen, steeds minder eten 
Door de landhonger van het economische model is tussen 1990 en 2006 de oppervlakte bezaaid land in Orissa met één miljoen hectaren gedaald. De bevolking op het platteland is in absolute cijfers wel gestegen. Terwijl in 1980 één hectare land voorzag in het onderhoud van 1,5 persoon moet diezelfde oppervlakte nu volstaan voor vier personen.
India is ’s werelds grootste producent van mango’s, bananen, melk en melkproducten, kokosnoten, cashewnoten, lychees, papaja’s, granaatappels, zwarte peper, kurkuma en gember. Het bezet de tweede plaats voor de productie van rijst, tarwe, suiker en aardnoten. Maar voor granen, rijst en peulvruchten ligt de productie per hectare ver beneden het rendement van landen als China, Frankrijk of de VS. De afgelopen tien jaar is in India de graanopbrengst met slechts 0,48 procent gegroeid, veel minder dan de bevolking.
Jarenlang heeft de intensieve landbouw in Punjab en Haryana voor volle graanschuren gezorgd, maar die tijd is voorbij: de bodem is uitgeput en het niveau van het grondwater is gedaald tot een problematisch laag niveau. Het aandeel van de landbouw in het bnp is de afgelopen twee decennia permanent gedaald en is vandaag nog goed voor twintig procent.
Het resultaat is dat India 186 kilo voedsel per persoon produceerde in 2005, terwijl dat in 1995 nog 205 kilo was. Tot ruim tien jaar geleden was India zelfvoorzienend voor zijn voedsel maar die situatie is structureel omgekeerd vandaag. India heeft de voorbije jaren systematisch granen en olie moeten invoeren. Ook nu, als reactie op de voedselrellen in verschillende steden, besloot de regering tarwe in te voeren om zo verdere prijsstijgingen in eigen land te drukken.
Geen ontwikkeling zonder landbouw
Deepak Mishra is professor aan de landbouwfaculteit van Jawaharlal Nehru Universiteit in New Delhi. Hij benadrukt het belang van de landbouw en de Groene Revolutie voor de huidige economische boom. ‘Zonder die landbouwrevolutie uit de jaren zestig en zeventig had India nooit deze sprong voorwaarts kunnen maken.’ Volgens Mishra ligt dé grote fout van het neoliberale beleid van de jaren negentig in het feit dat er niet geïnvesteerd is in landbouw. ‘De economen en beleidsmakers geloofden in het marktgeleide groeimodel en gingen ervan uit dat de groei in de landbouwsector automatisch zou volgen. Dat heeft contraproductief gewerkt.’ Men heeft op een aantal domeinen de beschermende maatregelen voor de landbouw weggenomen en vrije markttoegang gegeven aan de private sector voor de voedselgraanmarkt. Voor sommige producten lagen de prijzen van de lokale markt flink hoger dan de wereldmarktprijs maar door de vrijmaking kwamen er producten op de markt waar de Indiase boeren niet tegenop konden. De tarwe-oogst wordt dan weer gegarandeerd opgekocht door de staat, maar aan een veel lagere prijs dan de wereldmarkt, waardoor de boeren hun tarwe liever aan de private opkopers verkopen, en de staat uiteindelijk duurdere tarwe moet gaan kopen van Monsanto.
De institutionele kredietstroom naar de kleine boeren daalde eveneens in de jaren negentig. Daardoor moesten die gaan lenen bij particuliere geldschieters aan hoge intresten, ofwel rechtstreeks bij de multinationals die hen zaaigoed, kunstmest en insecticiden leveren, ofwel bij de opkopers aan wie ze hun productie verkopen. Dat betekent wel een totale afhankelijkheid van die geldschieters. Voor velen is boeren in de jaren negentig een onhoudbare job geworden. Ze hebben hoge kosten en minder kredietmogelijkheden, krijgen lage lonen in verhouding tot hun inzet en kampen steeds meer met problemen van bodemuitputting en watertekorten.
De voorbije tien jaar hebben in India 150.000 boeren zelfmoord gepleegd. M.S. Swaminathan, de wetenschappelijke vader van de Groene Revolutie en nu directeur van de National Commission on Farmers zegt hierover: ‘Die zelfmoorden zijn een manifestatie van een diepgeworteld structureel probleem in de landbouw. Ze zijn economisch, sociaal en ecologisch.’ Ook volgens Deepak Mishra gaat het om een structurele crisis: ‘We hebben het belang van de landbouw onvoldoende ingezien. Bovendien wijten we de crisis aan de achterlijkheid van de landbouw: te weinig moderne technologie, te weinig markttoegang. Maar daar ligt het probleem niet. Als je kijkt naar de geografie van de crisis, zie je dat die precies het ergst is bij boeren die geantwoord hebben op het signaal van de markt, en die katoen of andere exportgewassen geteeld hebben.’
Groene revolutie, deel twee
Om aandacht te vragen voor de problemen op het platteland stapten vorig jaar in oktober meer dan 25.000 kleine en landloze boeren te voetnaar de hoofdstad om de regering onder druk te zetten. Als antwoord besloot de regering in de loop van maart de schulden kwijt te schelden van boeren met minder dan twee hectaren grond. Velen interpreteren de geste vooral als een populistische maatregel met het oog op de verkiezingen van voorjaar 2009. De impact zal immers relatief zijn, omdat de meeste boeren leningen hebben lopen bij particulieren en niet bij de staat.
Toch ziet de regering de ernst van de situatie in. Om iets te doen aan de stagnerende productie, zette ze vorig jaar de Nationale Voedselveiligheidsmissie op. Bedoeling is de graanproductie met twintig miljoen ton te verhogen in de loop van de komende vier jaar. ‘Dat zal alleen lukken als er een holistische visie aan gekoppeld is’, zegt Swaminathan, die lessen getrokken heeft uit de Groene Revolutie. ‘India heeft nood aan een tweede Groene Revolutie die de productiviteit in de landbouw verhoogt, maar vanuit een ander concept’, vindt Richard Mahapatra van het Centre for Science and Environment. ‘We moeten een ontwikkelingsmodel hanteren dat mensen effectief uit de armoede haalt. En dat is niet alleen een technisch probleem of een zaak van verhoogde productiviteit. De landbouw die India in de toekomst moet voeden, zal de landbouw zijn van de regio’s die afhankelijk zijn van de moessons, en dit houdt een totaal ander en gedecentraliseerd waterbeheer in. Zo’n ommekeer in het landbouwbeleid is een kwestie van politieke keuzes.’ 
Het ziet ernaar uit dat die andere kijk ook ingang vindt in regeringskringen. Dat blijkt althans uit de woorden van eerste minister Manmohan Singh op het Global Agro-Industries Forum, dat in april in Delhi plaatsvond. Singh: ‘Alle inspanningen om onze economie verder te liberaliseren, kunnen mislukken onder de dreiging van de huidige voedseltekorten en de prijsstijgingen. De niet-landbouweconomie kan onmogelijk bloeien op de rug van een verarmde landbouwsector. We hebben creatieve oplossingen nodig die de productiviteit in de landbouw stimuleren, de voedselproductie en het inkomen van de boeren verhogen, en tegelijk de armen een grotere koopkracht geven.’ Opmerkelijk is ook dat, naar aanleiding van de wereldwijde voedselcrisis, India het eerste land is dat speculatie met graanprijzen verboden heeft. Op dit ogenblik onderzoekt de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN of zo’n maatregel wettelijk mogelijk is. Duidelijk is alleszins dat de Indiase regering zich bewust is van de ernst van het probleem.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.