India warmt zich op voor Kopenhagen (analyse)

Terwijl de tijd wegtikt voor de VN-klimaattop in Kopenhagen, groeit de spanning tussen de geïndustrialiseerde wereld en de ontwikkelingslanden. India dreigt straks op te stappen als het door het westen bindende beperkingen opgelegd krijgt.
Op twee maanden van de klimaattop in Kopenhagen is er nog steeds geen unanimiteit over hoe men de vermindering van broeikasgassen gaat spreiden. Ook over de steun aan armere landen is nog veel onduidelijkheid.
India, een prominente speler in de G77, de coalitie van ontwikkelingslanden in de VN, hanteert twee principes.
Het huidige peil van CO2 en andere broeikasgassen is het gevolg van wat de rijke landen de voorbije 150 tot 200 jaar uitgestoten hebben. Dus is het niet meer dan eerlijk dat die rijke landen ook de grootste beperkingen opgelegd krijgen.
Ten tweede gaat de klimaattop uit van het gelijkheidsprincipe: iedereen in de hele wereld draagt een gelijk deel van de totale uitstoot. Aangezien India’s uitstoot per inwoner ver onder het wereldgemiddelde zit en in het niets verzinkt bij de Chinese en Amerikaanse cijfers, mag het land niet verplicht worden om nog minder uit te stoten.

Bindend protocol


De VN erkennen dat de ontwikkelinglanden landen eerst de armoede moeten kunnen bestrijden via economische ontwikkeling. Bijna de helft van de 1,3 miljard Indiërs leeft in dorpen zonder elektriciteit. Meer dan de helft van de bevolking geeft minder dan 1 dollar per dag uit, een contrast met het westerse consumptiepatroon.
Toch groeit de druk op opkomende economieën zoals India om straks in Kopenhagen in te stemmen met een bindend protocol. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton maakte dat in juli nog eens duidelijk bij haar bezoek aan India.
De Indiase milieuminister Jairam Ramesh antwoordde dat de Indiase milieu-agenda de groei en ontwikkeling van het land niet in de weg mag staan. Het probleem is gecreëerd door de rijke landen en dus mag India’s recht op economische groei niet in gevaar gebracht worden door uitstootbeperkingen als gevolg van de westerse vooruitgang.

Maken of kraken


Onlangs herhaalde de minister India’s standpunt nog eens in harde bewoordingen: “India zal opstappen in Kopenhagen als de westerse landen het tot bindende uitstootbeperkingen wil verplichten.” Tegelijk gaf Ramesh aan dat India zich bewust is van zijn verantwoordelijkheid. Economische groei betekent ook duurzame groei, zei hij.
Washington geeft de indruk dat het bereid is een akkoord te tekenen dat de CO2-uitstoot aan banden legt. India heeft al duidelijk gesteld dat het “hoogst ongelukkig” zou zijn als landen zoals de VS invoertaksen gingen heffen op goederen die geproduceerd zijn onder minder strenge bepalingen.
Met een slimme zet hebben de westerse landen daarom de spots op India en China gericht. Dat zijn nu de sleutelspelers, zegt het westen. Hun houding zal Kopenhagen maken of kraken. Met andere woorden: als Kopenhagen mislukt, dan weten we allemaal wie we daarvoor de schuld moeten geven.

Hoofdrol


India mag dan wel de indruk wekken dwars te liggen, de Indiase regering heeft zich vorig jaar aanzienlijk geëngageerd via het Nationale Actieplan inzake Klimaatwijziging, met aandachtsgebieden als zonne-energie, herbebossing en duurzame landbouw.
Ze wil ook 2 procent van zijn bruto binnenlands product spenderen aan de aanpassing aan het gewijzigde klimaat, bijvoorbeeld door over te stappen op andere landbouwgewassen. Eerste minister Manmohan Singh kondigde voorts de oprichting aan van een overheidsorgaan dat zal toezien op de vermindering van India’s broeikasgassen tegen 2020.
Door dat hernieuwde engagement heeft India niet langer de bijrol die het op vorige klimaatconferenties had. Ed Miliband, de Britse minister voor klimaatwijziging, zei al dat India in Kopenhagen eerder een “deal maker” (”akkoordmaker”) dan een “deal breaker” (“akkoordbreker”) kan zijn. Het kan India alleen maar stimuleren om zijn stem te laten horen op wat wellicht een van de belangrijke topconferenties van de eeuw wordt.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift