India zoekt toenadering tot Iran

De relatie tussen India en Iran, die de afgelopen drie jaar veranderde van vriendschap en warmte naar wederzijds wantrouwen en spanning, lijkt weer te verbeteren. Die ontwikkeling heeft gevolgen voor de Indiase rol in West- en Centraal-Azië en voor de banden met de nieuwe ‘strategische partner’, de Verenigde Staten.
De Iraanse presidente Mahmoud Ahmadinejad bracht dinsdag een eendaags bezoek aan New Delhi. Dat bezoek zal naar verwachting uitgestelde gesprekken over aardgascontracten en samenwerking op diverse terreinen aanzwengelen, waaronder industrie, communicatie en handel.

Het was het eerste bezoek aan India door een Iraanse president sinds januari 2003. Ahmadinejad zou in eerste instantie alleen een korte tussenstop maken in Delhi om zijn vliegtuig te laten bijtanken, om daarna door te vliegen naar de Sri Lanka voor een officieel bezoek. Zodra dit bekend werd, nodigde India de president uit voor een ontmoeting met de Indiase president Pratibha Patil en een diner met premier Manmohan Singh. Bij dat diner was ook minister voor Olie Murli Deora aanwezig.

Bovenaan de agenda van de ontmoeting met Singh stond een plan voor een 2.600 kilometer lange gaspijpleiding van Iran naar Pakistan en India. Het project, dat uitgroeide tot een icoon van wederzijdse samenwerking, vriendschap en vrede, kost ongeveer 4,8 miljard euro. Het is tevens een test voor de Indiase bereidheid om een eigen buitenlands beleid uit te tekenen, onafhankelijk van de Verenigde Staten.

De pijpleiding is belangrijk om de energievoorziening in India op lange termijn te verzekeren, maar de gesprekken werden om diverse redenen stilgelegd. Deels waren dat commerciële redenen, maar belangrijker was de politieke druk vanuit de Verenigde Staten. De VS zien Iran als een zogenoemde ‘schurkenstaat’ en willen het land isoleren. Als India, Iran en Pakistan de deal willen afronden, zal New Delhi het buitenlandse beleid moeten veranderen en zich moeten voorbereiden op grotere druk van uit de VS.

“India gaf vlak voor het bezoek van Ahmadinejad een signaal in die richting”, zegt Qamar Agha, een deskundige die tot voor kort gastprofessor was bij het Centrum voor West-Aziatische Studies aan de Jamia Millia Islamia Universiteit in Delhi. “Vorige week bracht het Indiase ministerie van Buitenlandse Zaken een ongebruikelijk sterke verklaring naar buiten. Het was een reactie op een Amerikaanse ‘vraag’ aan India om Iran duidelijk te maken dat het zich moet houden aan de eisen die de VN-Veiligheidsraad stelt met betrekking tot de Iraanse uraniumverrijking.”

 “India en Iran zijn beschavingen die al eeuwenlang relaties onderhouden. Beide landen zijn prima in staat om alle aspecten van hun betrekkingen met de juiste  zorgvuldigheid te benaderen”, stelde de verklaring, die vervolgde dat de landen geen leiding of voorlichting nodig hebben, omdat ze allebei geloven dat betrokkenheid en dialoog de weg naar vrede zijn.

Een dag later zei de Indiase minister van Buitenlandse Zaken, Pranab Mukherjee, dat het niet aan de VS of welke andere staat ook is om Iran tot nucleaire schurkenstaat te verklaren. Het is volgens hem aan het Internationaal Atoomagentschap (IAEA), een waakhond van de Verenigde Naties, om te bepalen of Iran wel of niet nucleaire wapens ontwikkelt.

Ommekeer



India’s nieuwe positie ten opzichte van Iran staat in schril contrast met de situatie in 2005 en 2006. Toen stemde India in de IAEA tegen Iran, met als gevolg dat de kwestie-Iran voor de VN-Veiligheidsraad kwam die zich beraadde op sancties. De toenmalige stem van India kwam volgens Stephen Rademaker, een voormalige wapenonderhandelaar van de VS, onder druk tot stand.

De nieuwe positie van India heeft te maken met verschillende factoren, inclusief de drang van de regerende Verenigde Progressieve Alliantie (UPA) om in de aanloop naar de verkiezingen te laten zien dat zij een onafhankelijk buitenlands beleid voert. De steun van linkse partijen wordt er zeker mee gesteld en India wil, met het oog op de stijgende olieprijzen, graag meer zekerheid over energievoorziening op lange termijn.

“Het belangrijkste is misschien wel dat de Indiase regering weet dat de nucleaire samenwerking met de VS voorlopig nog niet beklonken zal worden, in ieder geval niet onder het presidentschap van George W. Bush”, zegt Agha. “Dat betekent dat India niet constant over zijn schouder naar Washington hoeft te kijken en in de praktijk grotere autonomie heeft.”

New Delhi wil de relatie met Iran ook graag verbeteren omdat dat land de sleutel voor de Indiase toegang tot Afghanistan en Centraal-Azië in handen heeft, zegt Agha. Die regio heeft een grote natuurlijke rijkdom, inclusief olie en aardgas. De afgelopen weken is in India gesproken over de mogelijkheid de industriële en economische samenwerking met Iran uit te breiden. Voor India liggen onder meer contracten te wachten voor de aanleg van spoorwegen in Iran en de levering van elektronica.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift