Indiaas succesverhaal op wankele gronden

De Indiase economie is de voorbije jaren met gemiddeld acht procent gegroeid. Dat levert het land een welvarende middenklasse op die groter is dan de hele bevolking van de Verenigde Staten, maar in de ontwikkelingsindex van de Verenigde Naties staat India op een beschamende 128ste plaats.
  • Fanny Defoort De economische groei wordt niet gelijk verdeeld onder alle Indi Fanny Defoort
Samen met andere opkomende landen als China en Brazilië presenteert India zich als een ambitieuze speler op het geopolitieke schaakbord van de toekomst. Genoeg redenen voor MO* om zijn halve redactie naar India te sturen voor een uitgebreide special. De hamvraag die de MO*redacteurs moesten beantwoorden: wat hebben de Indiërs zelf aan de opvallende groei van hun land?

Landbouwsector onderschat


Tweederde van de Indiase bevolking woont op het platteland en zestig procent van de Indiërs is direct afhankelijk van de landbouw. Maar de sector gedijt niet. In de jaren 1992-1997 bereikte de landbouwproductie nog een j aarlijkse groei van 4,7 procent maar tussen 2002-2006 is die gedaald naar 1,5 procent.
Nobelprijswinnaar Amartya Sen stelt zelfs dat de ondervoedingsgraad in India hoger ligt dan in Afrika. Terwijl tien procent welstellende Indiërs in de steden steeds meer vlees eten en een westers voedingspatroon aannemen, leven bijna driehonderd miljoen Indiërs met minder dan twaalf roepies (twintig eurocent) per dag.
Debjeet Sarangi van Living Farms: ‘Orissa is de geboorteplaats van de rijst. Vroeger kende India 70.000 tot 80.000 rijstvariëteiten. Dat aantal is fel afgenomen. We hadden 46 soorten gierst, niet onbelangrijk omdat gierst erg droogtebestendig is en Orissa voor landbouw afhankelijk is van regenval. Daarvan zijn vandaag nog twaalf soorten overgebleven.’
Door de landhonger van het economische model is tussen 1990 en 2006 de oppervlakte bezaaid land in Orissa met één miljoen hectaren gedaald. De bevolking op het platteland is in absolute cijfers wel gestegen. Terwijl in 1980 één hectare land voorzag in het onderhoud van 1,5 persoon moet diezelfde oppervlakte nu volstaan voor vier personen. Het resultaat is dat India 186 kilo voedsel per persoon produceerde in 2005, terwijl dat in 1995 nog 205 kilo was.
De voorbije tien jaar hebben in India 150.000 boeren zelfmoord gepleegd. M.S. Swaminathan, de wetenschappelijke vader van de Groene Revolutie en nu directeur van de National Commission on Farmers zegt hierover: ‘Die zelfmoorden zijn een manifestatie van een diepgeworteld structureel probleem in de landbouw. Ze zijn economisch, sociaal en ecologisch.’

Arbeid als hefboom


Nirmal Ahuja, partner van het immobiliënbedrijf Ahuja Realty in Mumbai dat peperdure woningen verhandelt: ‘Maar twee procent van de Indiërs betaalt belastingen. Het is makkelijk om geen belastingen te betalen maar ook kortzichtig, want er zijn veel meer publieke voorzieningen nodig. Het verkeer en de bijhorende luchtvervuiling zijn hier vreselijk. Eigenlijk hebben ook de rijken er belang bij dat via taksen op hun inkomen beter openbaar vervoer tot stand komt. Maar voorlopig gaan ze liever een maand naar Zwitserland om hun longen te reinigen dan de chaos hier aan te pakken. De druk is nog niet groot genoeg.’
De National Rural Employment Guarantee Act (Nrega) werd in augustus 2005 door de Indiase regering goedgekeurd en geeft elk gezin op het platteland recht op honderd dagen werk aan het minimumloon. Wie werk eist, moet binnen de vijftien dagen een job krijgen, zoniet heeft hij recht op een werkloosheidsvergoeding. De deelstaten hebben er belang bij werk te creëren want ze moeten de werkloosheidsuitkering zelf ophoesten –terwijl de lonen door de centrale overheid worden betaald.
De wet is sinds 2006 van kracht in tweehonderd districten, en sinds april dit jaar in alle 596 districten van het land. Hij garandeert op die manier in principe een inkomen aan 45 miljoen plattelandshuishoudens. Daarmee is de wet ’s werelds grootste recht-op-loonprogramma. De centrale regering trekt er 160 miljard roepies (2,66 miljard euro) voor uit.
In 2006-2007 stelde de Nrega gemiddeld drie miljoen mensen per dag tewerk. Maar er waren grote verschillen tussen deelstaten: in Rajasthan zorgde de Nrega per landelijk huishouden gemiddeld voor 77 werkdagen. Deelstaat Tripura in het Noordoosten haalde zelfs 87 werkdagen. ‘Daar zitten we al tegen het maximum van honderd dagen aan, een prestatie zonder weerga in de geschiedenis van de sociale zekerheid in India’, vindt de Belg Jean Drèze, professor Economie aan de Universiteit van Allahabad en tevens een van de motoren achter de tewerkstellingswet. In de deelstaten Jarkhand en Uttar Pradesh blijkt dan weer dat veel mensen amper iets afweten van de Nrega, zeker niet beseffen dat ze recht op werk hebben en dat er veel corruptie is.
De Nrega staat nu voor 0,3 procent van het nationaal inkomen. Eens op kruissnelheid in heel het land, zal het gaan om minstens een procent van het bnp. Stap voor stap nemen de mogelijkheden tot herverdeling toe: in 2003 waren belastingen goed voor 9,2 procent van het bnp, in 2008 wordt het 12,5 procent.

Gewapend verzet tegen uitsluiting


De naxalieten zijn maoïstische opstandelingen die anno 2008 grotendeels opereren onder de naam en het gezag van de Communist Party of India (Maoist). De naam ontlenen de opstandelingen aan een spontane revolte tegen grondbezitters in de streek van Naxalbari, bij Darjeeling, in 1976. Een “leger” van zowat 10.000 ondergrondse strijders, 50.000 militieleden en een moeilijk in te schatten aantal sympathisanten is actief in veertien deelstaten, met als kern een Rode Corridor die loopt van Bihar over Jharkhand, Orissa en Chhattisgarh tot Andra Pradesh.
‘In 165 van de 602 Indiase districten zijn naxalieten actief –dat is bijna dertig procent van het grondgebied’, schrijft Sudeep Chakravati in het pas verschenen boek Red Sun. Travels in Naxalite Country. Minister van Binnenlandse Zaken Shivraj Patil repliceerde midden maart met zijn eigen rekenkunde. Volgens hem zijn er weliswaar 180 districten waar de naxalieten actief zijn, maar blijft het feitelijke geweld beperkt tot 14.000 dorpen, op een totaal van 6.500.000 in heel India.
Meer dan dertig procent van de Indiase productie aan kolen, ijzererts en kopererts, negentig procent van het pyriet en bijna zestig procent van het grafiet komt uit de ondergrond van Jharkhand. De adivasis wonen heel vaak in de bossen die bovenop die rijkdommen groeien. Dat betekent meteen dat mijnbouw een grote impact heeft op de levens van duizenden adivasis.
Zij moeten verhuizen, in veel gevallen zonder duidelijk hervestigingsbeleid en niet zelden zonder compensatie. De overheid schat dat er sinds de onafhankelijkheid al zo’n anderhalf miljoen mensen in Jharkhand moesten verhuizen voor “ontwikkelingsprojecten” en dat ongeveer veertig procent van het oorspronkelijke tribale grondgebied onteigend werd.
De formele mijnindustrie stelt in heel India slechts 560.000 mensen te werk. Tussen 1991 en 2004 kromp die tewerkstelling met dertig procent, terwijl de waarde van de mineraalproductie vervierdubbelde. De waarde van alle mineralen die opgedolven werden in Jharkhand liep in het jaar 2004-2005 op tot 57,6 miljard roepie (870 miljoen euro).

Verder in de India-Special


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift