Indonesië staat op stelten

Indonesië staat voor cruciale verkiezingen. Daarvan hebt u wellicht weinig gehoord. Op een stukje over Oost-Timor na, was het stilte alom. Tot de kranten kopten: ‘Koppensnellers slaan weer toe.’ De Dayaks van Kalimantan kregen voor elkaar wat 200 miljoen andere Indonesiërs niet konden.
Die Dayaks, op het Indonesische deel van het eiland Borneo, waren ondermeer bij de Nederlandse kolonisten erg gevreesd, precies omdat ze inderdaad beruchte koppensnellers waren. In het recente conflict zouden ze, volgens sommige bronnen, teruggegrepen hebben naar die oude gewoonte: de Dayaks waren slaags geraakt met Madurezen, en daarbij vielen heel wat doden. Het is maar één van de vele conflicten die zich het voorbije jaar, sinds de val van Soeharto, in Indonesië hebben afgespeeld. In nogal wat gevallen speelde daarbij een ‘etnische’ of ‘religieuze’ factor: leden van verschillende volkeren of godsdiensten stonden met getrokken messen tegenover elkaar. De kans dat een conflict een etnisch aspect in zich draagt, is in Indonesië natuurlijk vrij groot. Het land bestaat uit 13.667 eilanden, waarvan er zo’n

6000 bewoond zijn. Daarop wonen 300 volkeren. Naast de officiële taal -het Bahasa Indonesia- spreekt elke groep meestal zijn eigen taal. Het naast elkaar wonen van die volkeren kan uiteraard voor moeilijkheden zorgen. Onder Soeharto werden de spanningen onderdrukt, maar nu het regime getaand is, barst de etterbuil open. Opmerkelijk daarbij is dat precies de politiek van Soeharto in veel gevallen de conflictstof heeft geleverd. Het hierboven aangehaalde voorbeeld van de Dayaks en de Madurezen illustreert dat.

Gedwongen verhuizingen.

De Madurezen met wie de Dayaks het aan de stok kregen, komen oorspronkelijk uit Madura, een klein eiland tussen Java en Kalimantan. Net als grote broer Java heeft ook Madura af te rekenen met overbevolking. Soeharto had daar een antwoord op, een oplossing die hij eigenlijk had afgekeken van de Nederlandse bezetter: gedwongen volksverhuizing. De Madurezen werden verplicht om naar Kalimantan te trekken. In de loop van de jaren zijn met dit ‘transmigratieprogramma’ honderduizenden mensen van het ene eiland naar het andere verplaatst. Dikwijls ging het daarbij om zeer ingrijpende veranderingen van leefomgeving: mensen werden vanuit Java bijvoorbeeld verplicht om te verhuizen naar Irian Jaya, wat zowel voor de nieuwkomers als voor de Papoea’s een enorme cultuurschok betekende. Kleine leefgemeenschappen waren met dit programma gewoon gedoemd om te verdwijnen, vooral in de gebieden ver weg van het enige centrum dat telt in Indonesië: Jakarta.

Moskee en kerk

De voorbije maanden zijn er waarschijnlijk honderden doden gevallen bij rellen op de Indonesische eilanden. Van veel conflicten zal de omvang misschien nooit duidelijk worden. Het geweld is vaak een gevolg van een gedwongen samenleven van culturen die daar op geen enkele manier op voorbereid werden. In nogal wat gevallen speelt daarbij ook een religieus aspect. Ruim 85 procent van de Indonesiërs is moslim. De Indonesische grondwet voorziet een beperkte vrijheid van godsdienst: iedereen is verplicht om in één god te geloven; meergodenverering en atheïsme worden niet getolereerd. Gemeenschappen als de Dayaks of de Papoea’s zijn christelijk of animistisch. De inwijkelingen uit de dichtbevolkte eilanden zijn bijna altijd moslims. Op sommige ogenblikken leek hier en daar in Indonesië een ware godsdienstoorlog te zijn uitgebroken. Kerken en moskeeën werden in brand gestoken. Mensen werden gecontroleerd op hun godsdienst en al dan niet vermoord. Maar er is meer aan de hand. In veel gevallen is er duidelijk sprake van uitlokking. Overal duiken getuigen op die vertellen hoe mensen, vooral vanuit Java, overgebracht worden naar woelige gebieden. Vlak daarna breken de moordpartijen dan uit. Heel wat waarnemers verdenken er het oude regime van de hand te hebben in die uitgelokte onlust, om algemene chaos te scheppen. Zo kunnen zij het failliet van elke hervorming in de hand werken en de verkiezingen onmogelijk maken.

Het kan heel goed zijn dat de clan-Soeharto, en uitgebreid: de clan van de huidige president Habibie, achter veel van het geweld zit. Intussen is immers bewezen dat de rellen die Jakarta teisterden vóór de val van Soeharto, ook uitgelokt waren. Waarom zou niet opnieuw naar dat middel gegrepen worden om de macht te bestendigen?

Hoofddoek en pesantren

Er wordt op dit ogenblik ontegensprekelijk een gevaarlijk pokerspel gespeeld in Indonesië. Het geweld heeft zulke vormen aangenomen dat de chaos dreigt. Daardoor bestaat het risico dat de aanhangers van het oude regime aan het langste eind zullen trekken: in de legerkazernes worden zeker plannen gesmeed om de ‘Nieuwe Orde’ van Soeharto opnieuw te vestigen. De oppositie moet in dat verband ook schuld bekennen. Zij is er onvoldoende in

geslaagd om zich te verenigen en met een alternatief naar de bevolking te stappen.

In de periode vóór het ontslag van Soeharto leek Amin Rais de leider te worden van die oppositie. Rais, die aan het hoofd staat van de tweede grootste moslimbeweging, symboliseert het groeiend moslimbewustzijn in Indonesië, een evolutie die al een aantal jaren merkbaar is. Nog nooit zijn er zoveel hoofddoeken te zien geweest en de pesantren -moslimschooltjes- zitten overvol.

De islamrevival in Indonesië heeft zeker te maken met het overal groeiend moslimbewustzijn. Daarbij komt nog dat voor het overgrote deel van de bevolking de islam de enige bindende factor is. Onder Soeharto werd volledig de nationalistische kaart getrokken. Nu dat regime gefaald heeft, zoeken de mensen naar een ander cement dat hen bijeenhoudt, en de islam kan hen dat geven. Betekent dit dat het moslimfundamentalisme de bovenhand zal halen? Die kans lijkt klein: de islam in Indonesië is traditioneel zeer tolerant, en ook nu blijven moslimleiders als Abdurachman Wahid de tolerantie beklemtonen. Wahid leidt de Ulamabeweging, meteen de grootste moslimbeweging in het land. Toch mag niet uit het oog verloren worden dat het leger elke democratische hervorming met argusogen volgt. Is het dan onzinnig om te speculeren over een monsterverbond tussen een aantal militairen en de radicale moslim-fractie?

Oude wonden, die niet helen.

Heel wat conflicten van de laatste maanden spelen zich af in regio’s die jarenlang relatief rustig waren. Op sommige plaatsen echter zijn het sluimerende brandhaarden die weer opflakkeren. Aceh is daar een voorbeeld van. In Aceh, in het uiterste noorden van Sumatra, is een onafhankelijkheidsbeweging actief die nationalisme combineert met extreem-islamisme. De ordediensten krijgen de toestand er niet onder controle. Het meest bekende voorbeeld van een oude brandhaard is uiteraard Oost-Timor. Dat eiland, een vroegere Portugese kolonie, is midden de jaren zeventig door Indonesië veroverd, maar die annexatie is internationaal nooit erkend. Wat Oost-Timor betreft, lijkt president Habibie toegevingen te willen doen: in augustus zouden de inwoners in een referendum over hun toekomst mogen beslissen. De optimisten zeggen dat Oost-Timor een voorbeeld kan worden van hoe Indonesië zal evolueren. Zij spreken al over een federatie van regio’s met een min of meer grote vorm van zelfbestuur. Veel mensen zien dat echter lang niet zo rooskleurig. Habibie doet dit, zo zeggen zij, gewoon om het IMF en de Wereldbank niet te veel voor het hoofd te stoten. Overigens staat het nog helemaal niet vast hoe een referendum in Oost-Timor zou uitdraaien. Het transmigratie-programma van Soeharto heeft ervoor gezorgd dat een overwinning voor de ‘separatisten’ nog helemaal niet zo zeker is. De zet van Habibie houdt misschien niet eens zo’n groot risico op fundamentele veranderingen in.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift