Dossier: 

"Indonesisch moratorium op ontbossing moet strenger"

Milieuorganisaties willen dat het moratorium op ontbossing in Indonesië strenger wordt nageleefd. Dat moratorium stelde de regering precies een jaar geleden in, in ruil voor een schenking van 783 miljoen euro van Noorwegen.

Het moratorium, dat voor twee jaar is afgekondigd, “houdt alleen nieuwe licenties tegen, terwijl bestaande licenties niet worden heroverwogen”, zegt Yuyun Indradi van Greenpeace Zuidoost-Azië. “En er zijn meer mazen in de wet waar Indonesië iets aan moet doen als het aan zijn internationale verplichtingen wil voldoen.” Samen met andere organisaties uit binnen- en buitenland vroeg Greenpeace de president deze week om het moratorium te versterken.

Zwakke handhaving

Volgens de organisaties wordt het moratorium ondermijnd door zwakke wetgeving en zwakke handhaving. Het biedt bovendien weinig extra bescherming voor de bossen en veenlanden die veel CO2 bevatten, en doet niets aan de bescherming van inheemse gemeenschappen die hun land zien verdwijnen in de handen van bedrijven. Als de ontbossing zo doorgaat, met een snelheid van een miljoen hectare per jaar, zijn er over vijftig jaar geen bossen meer, aldus de organisaties. Daarbij komt de enorme hoeveelheid CO2 die vrijkomt als de veengronden worden afgewaterd, verbrand en vervangen door plantages. Het Indonesische veen heeft naar schatting 35 miljard ton CO2 opgeslagen. Het land stoot nu al na de VS en China de meeste CO2 uit ter wereld.

De Indonesische oerwouden huisvesten zo’n 15 procent van alle bekende soorten planten, zoogdieren en vogels. Sommige daarvan zijn nu al zeer bedreigd door de activiteiten van de palmolie-, mijnbouw- en papierindustrie. Eerder deze maand zeiden de organisaties dat sommige bedrijven gewoon doorgaan met kappen, ondanks het verbod. Van de 71 miljoen hectare zou het afgelopen jaar 5 miljoen hectare gekapt zijn.

Eén van de bedrijven die door de milieubeweging wordt bekritiseerd, Asia Pulp & Paper (APP), één van de grootste papierfabrikanten ter wereld, kondigde aan vanaf 1 juni de boskap op te schorten, en betere milieuprocedures in te voeren. Greenpeace neemt deze aankondiging niet serieus, omdat uit luchtfoto’s blijkt dat juist dit bedrijf nog heel actief bossen kapt op heel Sumatra.

Volgens de overheid is er veel meer geld nodig om ontbossing te stoppen. “Het ministerie van Bosbeheer heeft jaarlijks 5 biljoen roepia nodig (426 miljoen euro)”, zegt Darori, directeur-generaal natuurbescherming op het ministerie. Het geld uit Noorwegen is dus lang niet genoeg. “Indonesië heeft de steun van de hele wereld nodig”, zegt hij.

Corruptie

De woordvoerder van Greenpeace, Indradi, werpt tegen dat geld “nooit genoeg is als je de corruptie in de houtsector wilt aanpakken”.

Louis Verchot van het Centrum voor Internationaal Bosbeheer zegt dat de belofte van Noorwegen om dit geld gedurende een paar jaar tijd te betalen niet was
bedoeld om het hele probleem op te lossen. ”Maar het heeft de discussie in Indonesië veranderd en wat dat betreft heeft het succes. Het kan blijvend succes worden als het de weg plaveit voor extra geld in het kader van REDD+.” REDD+ is een mondiaal plan om bossen in ontwikkelingslanden te beschermen en zo tegelijkertijd broeikasgasemmissies terug te dringen.

Darori zegt dat de regering wel actie onderneemt tegen ontbossing. Twaalf plantagehouders op Sumatra hebben volgens hem acht jaar cel gekregen voor illegale boskap. De president heeft gezegd dat het land in 2020 de uitstoot van broeikasgassen wil hebben teruggedrongen met 26 tot 41 procent, met hulp van de internationale gemeenschap.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift