Informele economie bloeit in Papoea-Nieuw-Guinea

Hoewel Papoea-Nieuw-Guinea rijk is aan grondstoffen, haalt 85 procent van de bevolking zijn inkomen uit de verborgen economie. En dat werkt wonderwel. Maar voor duurzame ontwikkeling blijft er nood aan een beter bestuur, aan infrastructuur en aan faciliteiten. “Nu doen we alles zelf”, verklaart een marktverkoper.

De meerderheid van de 6,6 miljoen inwoners doet aan landbouw, vaak in afgelegen gemeenschappen ver weg van transportnetwerken en openbare diensten. Meer dan de helft van alle inkomens vindt zijn oorsprong in de informele economie. Maar de informele landbouw beperkt zich niet tot de landelijke provincies. In de hoofdstad Port Moresby worden de versmarkten steeds populairder. Ze bevoorraden zich via een netwerk van kleine boerderijen en moestuinen rond de stad.

Ruth Williepore bijvoorbeeld onderhoudt zichzelf en haar vierjarige dochter door elke dag vers gekweekt voedsel te verkopen op de markt. Ze leeft in de noordelijke buitenwijken van de stad, waar de teelt collectief wordt georganiseerd: families krijgen specifieke gewassen om te telen en produceren, en dat wordt met het openbaar vervoer naar de markt gebracht.

“Als we honderd zakken eten verkopen op een dag, verdienen we genoeg om te betalen voor voedsel, water, huishoudelijke spullen, schoolgeld, kleren en elektriciteitsrekeningen”, vertelt ze. “Meer mensen kopen, meer mensen verkopen.”

Corruptie

Landbouw is goed voor 32,2 procent van het bruto binnenlands product in Papoea-Nieuw-Guinea, terwijl de industrie 35,7 procent bijdraagt. Maar de inkomsten uit de grondstoffenindustrie die de voorbije vijf jaar de nationale groei deed toenemen, heeft voor de meeste mensen geen economische voordelen opgeleverd. Onderzoeker Nalau Bingeding verwijst naar de “corruptie in de politiek en openbare functies” als belangrijkste obstakel voor het feit dat de boom in grondstoffen niet tot ontwikkeling heeft geleid.

Wereldwijd verloopt 60 procent van de tewerkstelling in ontwikkelingslanden via de informele economie. Volgens de Internationale Arbeidsorganisatie hebben veel van deze werkkrachten ondernemingszin, creativiteit en een gevoel voor innovatie dat zou renderen als ze minder kwetsbaar en marginaal zouden zijn.

Plantrekkers

Papoea-Nieuw-Guinea werkt aan een beleid om de informele economie dichter bij de formele economie te brengen, en de betrokkenen uit hun socio-economische isolement te halen. Er is nog werk aan de winkel. Op een markt als die van Gordons is er momenteel geen stroom en openbare watervoorziening, geen degelijk sanitair en geen afvalophaling – tot groot ongenoegen van de verkopers.

“De informele landbouw is een bloeiende industrie”, verklaart Maria Linibi, voorzitter van de Women in Agriculture Development Foundation. “De vrouwen hier zijn ondernemers en trekken hun plan met de middelen die ze hebben, ook al betekent dit dat ze lange afstanden moeten lopen met zware ladingen op hun rug om wat geld te verdienen. Maar er is geen infrastructuur om de informele economie te ondersteunen en haar doeltreffendheid te behouden.”

“We doen alles zelf”, zegt marktverkoper Bire Nikil met enige trots.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3150   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift