'Ingebedde' journalisten zwaaien wierookvat over legeroffensief in Atjeh

Het Indonesische leger lijkt voorlopig aan de winnende hand in de binnenlandse propagandaslag rond het conflict in Atjeh. Daar zorgen de ‘ingebedde’ journalisten voor die samen met de troepen optrekken in acties tegen de rebellen van de separatistische verzetsbeweging GAM. Maar vrede is nog lang niet in zicht meer dan een maand na het begin van het grote legeroffensief dat de al 27 jaar aanslepende opstand in het olierijke noorden van Sumatra voor eens en voor goed moet beëindigen.


Indonesische mensenrechtenorganisaties zijn niet te spreken over het op 19 mei gestarte offensief. In plaats van vrede te brengen heeft de operatie al een groot aantal burgerslachtoffers gemaakt; het offensief ondermijnt ook de democratie en de mensenrechten, zegt Ori Rachman van de Commissie voor Verdwenen Personen en Slachtoffers van Geweld (Kontras). Volgens hem zijn er al ongeveer 150 burgers gedood bij het offensief, terwijl nog meer dan 60 mensen vermist zijn. De Indonesische overheid telde vrijdag nog maar 57 burgerslachtoffers en 62 vermisten. Volgens Kontras zijn ook meer dan 30.000 mensen op de vlucht gegaan voor het geweld - hulporganisaties spreken zelfs al van 100.000 interne vluchtelingen. Kontras klaagt dat ook in andere delen van het land mensen worden opgepakt omdat ze verdacht worden van sympathieën voor de GAM.

Het overgrote deel van de Indonesische bevolking lijkt geen graten te zien in de aanpak van de opstand in Atjeh, en dat wordt toegeschreven aan de ‘ingebedde journalisten’ die het offensief volgen. Sommige waarnemers geloven dat de aanwezigheid van verslaggevers bij de militaire operaties de Indonesische soldaten aanzetten zich beter te gedragen. In het verleden zijn in Atjeh de vreselijkste mensenrechtenschendingen begaan bij de opstandbestrijding. Nu gedraagt het leger zich professioneler oordeelt militair analist M.T. Ariffin. Het aantal burgerslachtoffers wordt tot een minimum beperkt en het leger levert humanitaire hulp aan mensen die schade hebben geleden. Een militaire rechtbank bestrafte onlangs ook acht soldaten die burgers zouden hebben geslagen en lastiggevallen bij hun zoektocht naar rebellen - berichten daarover waren gepubliceerd door ingebedde journalisten.

Maar volgens Arrifin nemen die verslaggevers voor het overige al te vaak de versie van het leger over omstreden feiten voor waar aan. Op die manier worden in de pers alle brandaanslagen op een 500-tal scholen, overvallen van bussen en de moorden op verscheidene burgers toegeschreven aan ‘ongeïdentificeerde gewapende personen’ - een eufemisme voor rebellen. Geen woord over de burgerslachtoffers die het leger maakt - een gevolg van het inzetten van onervaren soldaten die schieten op alles wat beweegt. Ook de arrogantie van de commandanten van de interventiemacht, die niet kunnen begrijpen dat de Atjeeërs minder hoog oplopen met de Indonesische staat dan zijzelf, blijft onvermeld. Volgens mensenrechtengroepen wordt er in Atjeh ook nog altijd gefolterd en worden vermeende tegenstanders zonder vorm van proces omgebracht - feiten waarvoor de meeste ingebedde journalisten blijkbaar hun ogen sluiten. Ook de rebellen brengen overigens vermeende ‘verraders’ om.

Sidney Jones, een directeur van de International Crisis Group die het conflict volgt, vindt dat met name de Indonesische audiovisuele media te weinig kritische zin aan de dag leggen - op enkele uitzonderingen na. De kijkers krijgen moedige bestormingen van verzetsnesten te zien, huilende kinderen naast hun afgebrande school, soldaten die rijst uitdelen aan behoeftige dorpelingen en gewonde soldaten die bezoek krijgen van hun bevelhebbers. Daardoor blijft de Indonesische bevolking het offensief steunen, al neemt de internationale bezorgdheid toe. 90 Indonesische en internationale hulporganisaties en actiegroepen riepen deze week de VS, Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk en Nederland op alle wapenverkopen aan Indonesië op te schorten.

Intussen krijgen de ingebedde journalisten het stilaan moeilijker. Vorig week werden in Atjeh nieuwe regels van kracht die de pers verbieden de namen van de plaatsen te noemen waar eenheden zich ophouden. Ook militaire kaarten mogen niet meer worden getoond. De journalisten moeten ook zwijgen over de namen van vliegtuigen en schepen die bij het offensief worden ingezet. Alle interiews met soldaten moeten opgenomen worden, zodat ze kunnen gecontroleerd worden.

De Atjeese rebellenbeweging GAM vecht al 27 jaar voor onafhankelijkheid of ten minste verregaande zelfbeschikking voor het noordelijke deel van het eiland Sumatra; bij dat conflict zijn al 12.000 mensen omgekomen. Na moeizame bemiddeling door het Henry Dunant Centre in Genève werd in december vorig jaar een bestand gesloten. De rebellen stemden in met een staakt-het-vuren terwijl de Indonesische regering de legereenheden in Atjeh terugtrok in hun kazernes. Maar het vredesproces viel in mei in duigen. President Megawati Sukarnoputri riep de noodtoestand uit in Atjeh en liet de legertop toe de troepensterkte in de provincie op te drijven tot 50.000 manschappen. Het leger verklaarde bij de aanvang van het offensief op 19 mei in twee maanden tijd de naar schatting 5.000 rebellen te kunnen isoleren en onschadelijk te maken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift