Integratieproces ligt stil zegt ECLAC

De uitbouw van douane-unies en vrijhandelzones in
Latijns-Amerika is vorig jaar niet opgeschoten. In sommige gevallen is er
zelfs sprake van achteruitgang. Dat is één van de conclusies van een rapport
van de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en de Cariben (ECLAC) over
de integratie van de regio in de wereldeconomie.


Volgens José Antonio Ocampo, het hoofd van de ECLAC, is de internationale
positie van de landen in de regio in 2001 over de hele lijn verslechterd. De
verschillende handelsonderhandelingen waarbij Latijns-Amerikaanse landen
betrokken zijn, leverden geen resultaten op. De tarieven die door de leden
van de Mercosur - het grootste handelsblok in de regio - worden gehanteerd,
liepen verder uit elkaar. Zowel de leden van de Mercosur als de lidstaten
van de Gemeenschap van de Andes - het handelsblok van de landen in het
noorden van Zuid-Amerika - werpen ook onderling nog steeds veel
handelsbarrières op.

De grote Zuid-Amerikaanse economieën importeerden minder, en dat ging ten
koste van de handel binnen de Latijns-Amerikaanse Associatie voor Integratie
- een economisch samenwerkingsverband tussen de Zuid-Amerikaanse landen,
Mexico en Cuba.

De Latijns-Amerikaanse exportinkomsten daalden tussen januari en september
2001 met bijna 2 procent, terwijl de import stagneerde. Dat is een
belabberde prestatie in vergelijking met 2000: toen stegen de ontvangsten
uit en de aankopen in het buitenland met respectievelijk 23 en 18 procent.

De achteruitgang is gedeeltelijk een gevolg van de internationale
groeivertraging, en vooral dan van de recessie in de Verenigde Staten. Die
ontwikkelingen deden de prijzen van de meeste exportgoederen dalen.
Latijns-Amerika leed vooral onder de duik die de olieprijzen namen - van 30
dollar per vat eind 2000 tot 18 dollar in november 2001 - en onder de even
slechte prijzen voor koper, koffie en bananen. Die bodemprijzen zijn de
voornaamste oorzaak van de slechte exportcijfers; het volume van de totale
Latijns-Amerikaanse export steeg immers vorig jaar nog met 2,4 procent.


Brazilië ging in 2001 tegen de regionale trend in door nog 6 procent meer
exportinkomsten binnen te rijven. Dat was het aangename gevolg van de zwakke
positie van de real, die sinds 1999 zowat constant aan waarde heeft verloren
ten opzichte van de Amerikaanse dollar. Maar Chili boette meer dan zeven
procent in op zijn ontvangsten uit het buitenland - een gevolg van de
dalende koperprijs. Koper is goed voor 40 procent van het Chileense
exportinkomen.

Volgens de ECLAC zijn de Latijns-Amerikaanse landen nog steeds te sterk
afhankelijk van een beperkt aantal exportproducten. Slechts twee landen zijn
al goed op weg met de diversificatie van hun economie: Mexico en Brazilië.

In haar rapport van dit jaar bestudeert de ECLAC ook de evolutie van de
internationale competitiviteit van de Latijns-Amerikaanse landen. Het
wereldwijde marktaandeel van de regio blijkt in de jaren 90 toegenomen te
zijn van 4,5 tot 5,6 procent, maar die aangroei is bijna volledig op
rekening van Mexico en Centraal-Amerika te schrijven. Argentinië, Chili,
Colombia en de Dominicaanse Republiek hebben hun participatie aan de
wereldeconomie ook nog enigszins verhoogd, maar alle andere landen zagen hun
aandeel teruglopen.

Volgens de ECLAC is alleen Mexico er de afgelopen tien jaar in geslaagd
voldoende in te spelen op de veranderende vraag in de landen die
Latijns-Amerikaanse producten afnemen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3059   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift