Internationaal vakbondswerk

INTERNATIONAAL VAKBONDSWERK is een stuk minder evident dan de meeste vakbondsmilitanten zouden willen. Ervaringen van samenwerking tussen België en India bewijzen dat.

Geld voor vakbondswerk


In 2002 besliste toenmalig staatsecretaris voor ontwikkelingssamenwerking Eddy Boutmans een aparte begrotingslijn voor syndicale ontwikkelingssamenwerking te openen. ‘Ik was er meer voor te vinden om dat met bestaande regelingen te doen, maar er was politieke druk: via Verhofstadt drongen vooral de liberalen aan op een aparte geldpot. De liberale vakbond had er immers het meeste bij te winnen: zij hadden geen enkele traditie inzake syndicaal ontwikkelingswerk en kregen nu plots 500.000 euro per jaar, als ik me goed herinner.’
In totaal werd in 2003, 2004 en 2005 telkens 3,25 miljoen euro ter beschikking gesteld van de syndicale ontwikkelingssamenwerking: 42 procent voor ACV en ABBV, de rest voor de liberale bond ACLVB. Dat geld wordt telkens besteed aan de samenwerking van een Belgische vakbond met een bond uit Afrika, Azië, en Latijns-Amerika. De Belgische overheid draagt voor 85 procent bij aan samenwerkingsprojecten, de Belgische vakbonden betalen de overige 15 procent. 

‘Nee, nee, wij zijn geen vakbond, hoor!’


‘Ik pleit er sterk voor dat vakbonden zich buiten de sector van de informatica houden en de sector toelaten ten volle te groeien. Zoals je weet zijn vakbonden in de oude economie vooral betrokken bij loonsonderhandelingen, maar daar is in onze sector geen ruimte voor. Bijna alle Information Technology (IT)-professionals verdienen meer dan 10 000 roepies (170 euro) per maand. Dat zijn geen werkers of arbeiders. Je moet hen vrije beroepen of zaakvoerders noemen. Zij willen geen vakbonden.’
De uitspraak komt van M.K. Swaminath, de voorzitter van het “IT-professionals forum” van India (ITPF). We vinden ze op de ITPF-website. Nochtans is het ITPF een organisatie waar de BBTK, de bediendencentrale van het ABVV, al drie jaar een samenwerkingsverband mee heeft, in het kader van de syndicale ontwikkelingssamenwerking. Met de jaarlijkse steun van 100.000 euro kon de ITPF zijn infrastructuur en werking uitbouwen en in principe wil de bond nog vijf jaar met die steun doorgaan.
‘De uitspraak is genant’, erkent BBTK-voorzitter Erwin Dedeyn. ‘Ik heb contact opgenomen met onze partners. Zij verzekeren mij dat dit begrepen moet worden als een poging om aanhang te krijgen zonder meteen het etiket vakbond opgekleefd te krijgen. Ze wijzen erop dat de uitspraak wat gedateerd is, omdat de voorzitter ze gedaan heeft in november 2005.’
Een paar dagen na onze “ontdekking” was de link op de website verdwenen. Dedeyn: ‘Ook los van dit genante citaat, was en is het voor ons noodzakelijk dat de organisatie evolueert in de richting van een meer syndicale werking. Met het oog daarop hebben we een aantal objectieven afgesproken.’
Het is duidelijk dat de Indiase realiteit en de specifieke cultuur van de informaticasector van het ITPF een partner maakt die, op zijn zachtst gezegd, niet helemaal op dezelfde golflengte zit als het BTTK en zijn moederorganisatie het ABVV, die bijvoorbeeld veel meer een cultuur van confrontatie tussen arbeid en kapitaal heeft. Bovendien speelt, volgens ITPF-secretaris H.S Amar en voorzitter Swaminath, bijna de helft van hun leden met de gedachte om later zelf een bedrijf te starten.
Ondanks die verschillen lijken de twee partners mekaar gevonden te hebben in een toekomstproject. Dedeyn: ‘We vinden het prima dat ze werkzoekende studenten begeleiden, maar er moet ook enige actie op de werkvloer komen. Speerpunten daarin kunnen veiligheid en gezondheid op het werk zijn, en werkzekerheid voor oudere werknemers.’
Amar erkent dat veel van de Indiase IT-ers gezondheidsproblemen hebben: hoge bloeddruk, diabetes en depressie komen vrij veel voor. ‘Sommigen zijn uitgebrand op 35 jaar. We moeten de mensen breder leren denken, zodat ze zich niet enkel richten op de hoge lonen nu maar ook op hun situatie later. Wij kunnen in dat verband inderdaad een soort industriestandaard voorstellen.’
Werkzekerheid is vooral een probleem voor oudere werknemers. Jonge IT-ers zijn immers zelf de eerste om van bedrijf naar bedrijf te trekken op zoek naar de hoogste lonen. Dedeyn: ‘De omkadering en begeleiding van werkers die vaak al op 40 jaar afgeleefd zijn, is belangrijk.’
Een tweede doel is dat het ITPF zijn ledenaantal opkrikt. Momenteel telt de organisatie zo’n 4000 leden, lang niet genoeg om zelfbedruipend te zijn en ook niet veel in een boomende sector die ondertussen 1.6 miljoen banen telt. Secretaris Amar heeft alleszins hooggespannen verwachtingen: ‘Eind 2007 willen we al 20.000 leden halen. Tegen 2010 moeten er dat 100.000 zijn.’
Voorzitter Swaminath stelt dat ITPF meer en meer serieus genomen wordt als spreekbuis van de IT-professionals, zowel in de media als bij andere actoren in de sector. Dedeyn wil voorts dat het ITPF zijn afgevaardigden in de deelstaten laat verkiezen door de leden. ‘Die democratische vereiste is noodzakelijk om syndicaal te kunnen werken.’
Dedeyn zegt niet ontgoocheld te zijn over de eerste drie jaar van de samenwerking. ‘We hadden de situatie misschien wat verkeerd ingeschat. Ach, je loopt het risico te denken dat mensen daar werken in dezelfde omgeving als hier. Vergeet niet dat de informaticasector ook bij ons niet het meest strijdbare syndicalisme oplevert.’
ITPF en BBTK zullen ook samenwerken om de situatie van Indiase IT-werkers in België uit te klaren. Er komen twee seminaries waarin de sociale partners uit India en België met mekaar zullen spreken. Dedeyn: ‘Wij willen juiste informatie over de voorwaarden van de Indiërs in Belgische bedrijven en daar vervolgens onze strategie op afstellen. Wij eisen in elk geval dat de Belgische loon- en arbeidsvoorwaarden worden geëerbiedigd. Tegelijkertijd wordt het leerzaam voor ITPF om te zien hoe een vakbond in België functioneert.’ (jvd)

Kasten bemoeilijken sociaal overleg


Ook in andere sectoren botsen westerse vakbondsmensen op de maatschappelijke realiteit van India. Dat zegt Yamina De Laet van de Internationale Mijnvakbond ICEM, die veel contact heeft met vakbonden in de Indiase diamantslijperij: ‘Het kastensysteem blokkeert soms letterlijk het sociaal overleg. Het is voor een manager van hogere kasten niet evident om te spreken met vakbondsmensen van lagere kasten.’
De Laet wijst er ook op dat net als in de IT-sector iedereen, vakbonden incluis, bang is van de concurrentie van China. En daar zijn ook redenen voor: Indiase diamantairs investeren immers al in China. De Laet: ‘In Surat is iedereen bang dat er werk verdwijnt naar China. Zelfs als wij argumenteren dat die Chinese werkers hun vijand niet zijn, blijven ze de Chinezen toch als concurrenten zien.’
Een ander probleem bij Indiase vakbonden is de hoge leeftijd van de vakbondleiders. De gemiddelde leeftijd van de leiders van grote vakbonden is 70 en meer. De Laet: ‘De pensioenvoorzieningen in India zijn niet echt royaal en daarom houden vakbondsleiders zo lang mogelijk aan hun baan vast. Dat is niet echt bevorderlijk om jong talent aan te trekken of voor het dynamisme van de vakbonden.’ (jvd)
www.itpfindia.org

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur