Internationaal Wapenhandelverdrag in de pijplijn

De Verenigde Naties roepen begin juli een conferentie bijeen om tot een Internationaal Wapenhandelverdrag te komen. Dat moet verhinderen dat conventionele wapens zoals geweren, tanks, gevechtsvliegtuigen en raketten in verkeerde handen vallen. Volgens de VN ontbreekt het aan regels in de dodelijke miljardenbusiness.

Elke dag sterven naar schatting 1.500 mensen door gewapend geweld. Nog eens miljoenen raken jaarlijks door wapens gewond. Daarnaast is gewapend conflict een van de belangrijkste oorzaken van armoede en onderontwikkeling. Onschuldige burgers vormen daarbij een groot deel van de slachtoffers.

Die mistoestanden zijn vaak het gevolg van wapens die in handen vallen van niets ontziende leiders of gewapende groepen. Momenteel wordt de import en export van conventionele of niet-nucleaire wapens op internationaal niveau amper gereguleerd. Zo was het mogelijk dat verschillende West-Europese landen, waaronder ook België, wapens en munitie leverden aan het dictatoriale Libische regime ten tijde van kolonel Khadaffi.

Historische kans

Volgens mensenrechtenorganisatie Amnesty International is het verdrag een historische kans om de globale wapenhandel beter te controleren. Het verdrag zou immers een verbod op de verkoop van wapens kunnen inhouden, als er een reëel risico bestaat dat de wapens worden ingezet om ernstige mensenrechtenschendingen te plegen. Ook pleit Amnesty International ervoor dat het verdrag de verplichting opneemt dat regeringen openbaar rapporteren over hun wapenverkoop en dat ze goede controlemechanismen en vergunningssytemen instellen.

Een effectief verdrag kan volgens Amnesty zorgen voor meer transparantie, voor regeringen die elkaar aanspreken op mogelijke schendingen en voor een gemakkelijkere opsporing van daders. Ook wordt verwacht dat er in sommige landen meer geld zou vrijkomen om te investeren in onderwijs, infrastructuur en medische hulp. Bovenal kan een doeltreffende regulering leiden tot minder slachtoffers van wapengeweld.

(G)een lege doos

Hoe evident en noodzakelijk de regulering van de internationale wapenhandel ook is, toch wordt het niet eenvoudig om in juli een daadkrachtig verdrag uit de brand te slepen. Zo willen de Verenigde Staten, de grootste wapenexporteur ter wereld, niet dat munitie wordt opgenomen in het verdrag. De tweede grootste wapenhandelaar –Rusland– is dan weer principieel tegenstander van het opnemen van “ideologische criteria” zoals mensenrechten, internationaal humanitair recht en sociale en economische ontwikkeling. Ook de opkomende wapenexporteur China stelt zich terughoudend op tegenover een Internationaal Wapenhandelverdrag.

Is het Internationaal Wapenhandelsverdrag dan gedoemd om een lege doos te zijn? Volgens onderzoekster Sara Depauw van het Vlaams Vredesinstutuut hoeft dat niet het geval te zijn: ‘De Verenigde Staten hebben hun houding tegenover het verdrag al drastisch bijgesteld, in positieve zin. Ze wilden aanvankelijk helemaal geen bindend verdrag.’ Depauw beaamt dat China en Rusland een uitdaging vormen: ‘De slaagkansen van een slagkrachtig verdrag vallen daarom moeilijk te voorspellen, maar ik merk toch uit vele hoeken de ijver en de wil om er echt voor te gaan.’

Stap vooruit

Volgens Depauw valt het belang van een Internationaal Wapenhandelsverdrag in elk geval niet te onderschatten: ‘De standaarden die het Internationaal Verdrag nastreeft, zijn op Europees niveau misschien min of meer bereikt. Maar op wereldschaal betekent het toekomstig VN-verdrag een grote stap vooruit. Het komt erop neer dat de ondertekenaars van het verdrag zich ertoe verbinden bepaalde standaarden te respecteren. Doen ze dat niet, dan vervallen ze in de illegaliteit. En dat is een grote blaam.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift