Interview Jimmy Carter: 'Bush’ beleid? Beschamend voor al wie Amerikaan is’

Jimmy Carter was van 1977 tot 1981 president van de Verenigde Staten maar zijn impact op de wereldgeschiedenis is wellicht groter in de periode daarna. Op zijn 83ste heeft Carter nog steeds een hectische agenda. Nu eens reist hij door het Midden-Oosten met Kofi Annan en Mary Robinson, dan weer duikt hij in Nepal op als waarnemer bij historische verkiezingen. En dan zijn er nog Carters uitspraken over het Israëlisch-Palestijns conflict, die wel eens voor controverse zorgen.
Eind februari zag ik Jimmy Carter in volle actie in het Carter Center in Atlanta, Georgia. Gedurende de volle drie dagen van een mondiale conferentie over het recht van de bevolking op informatie nam Carter intens deel aan de debatten. Hij zag er veel ouder uit dan de president die ik me herinnerde uit mijn kinderjaren, maar hij zorgde nog steeds voor de details van het gebeuren en nam deel aan heel wat sessies. De oud-president diende zelfs een aantal amendementen in voor de slotverklaring van de conferentie.
Zijn werk met het Carter Center bevestigt zijn reputatie als de man met wellicht het beste post-presidentschap van de VS-geschiedenis. Van conflictbemiddeling over verkiezingswaarneming tot het bestrijden van ziektes en het verdedigen van de mensenrechten: op al deze terreinen heeft het Carter Center gedurende de voorbije kwarteeuw substantiële bijdragen geleverd. Carters jongste boek Beyond the White House: Waging Peace, Fighting Disease, Building Hope is een kroniek van alle initiatieven die Carter genomen heeft sinds hij het Witte Huis moest overlaten aan Ronald Reagan.
Het zijn de inspanningen na zijn presidentschap die Carter in 2002 de Nobelprijs voor de Vrede opleverden, al erkende het Nobelcomité ook de verdienste van zijn jaren als president  –met name zijn bijdrage aan het Panamakanaal Verdrag en de Camp David Akkoorden tussen Israël en Egypte. Overigens was het ook dankzij Jimmy Carter dat in 1979 de sjah van Iran zijn land verliet en dat de Nicaraguaanse dictator Somoza de duimen moest leggen voor de Sandinisten.
**
Carter heeft geweigerd de zelfopgelegde code van stilwijgen te gehoorzamen waardoor andere ex-presidenten belet werden kritiek te uiten op het beleid van hun opvolgers. Hij heeft met name de Irak-oorlog van de huidige regering-Bush onder vuur genomen en noemde die een ‘oorlog gebaseerd op leugens’. Maar daarmee houdt het niet op. Zowel over Noord-Korea als over Cuba, over Israël/Palestina en over de klimaatverandering heeft Carter standpunten ingenomen die afweken van wat de George Bush verkondigde. Carter omschreef de buitenlandpolitiek van Bush als ‘de ergste in de geschiedenis’.
Zoveel publieke zichtbaarheid moest wel controverse en kritiek opwekken. De meest intense kritiek kwam er naar aanleiding van Carters voorlaatste boek, Palestine: Peace Not Apartheid. Veertien leden van de adviesraad van het Carter Center namen ontslag na de publicatie van het boek. De directeur van de Anti-Defamation League, Abraham Foxman, suggereerde dat Carter zich ‘op het pad van het antisemitisme begaf’ en ook vooraanstaande Democraten zoals partijleider Howard Dean en House Speaker Nancy Pelosi distantieerden zich van het boek. Toch blijft Carters reputatie intact. Daarbij wordt hij geholpen door onder andere regisseur Jonathan Demme (The Silence of the Lambs en Philadelphia), die Carter op de voet volgde tijdens de Palestina-boektournee en daaruit de documentaire Jimmy Carter: Man from Plains distilleerde.
**
Op de Recht op Informatieconferentie verkeerde Carter in topvorm. ‘De regering-Bush heeft meer geheimen geclassifieerd dan eender welke voorgaande regering in de Amerikaanse geschiedenis’, zei hij in zijn openingstoespraak. Hij voegde daar aan toe dat zelfs ex-presidenten bepekingen worden opgelegd in verband met het openbaar maken van documenten die verband houden met hun eigen presidentschap. ‘Ik kijk uit naar meer vrijheid vanaf januari’, verwees Carter naar de nieuwe regering die het dan van George Bush moet overnemen. Tijdens de slotsessie scherpte hij zijn opmerkingen nog aan: ‘Onder de huidige regering heeft de neiging tot geheimhouding extreme vormen aangenomen. Ze zet een geheimstempel op zowat elk document dat haar onder ogen komt.’
Zodra de conferentie voorbij is, word ik binnengesluisd in Carters kantoor, met de geheime diensten veilig geposteerd aan de deur. Het kantoor kijkt uit over een tuin en een vijver, en is smaakvol volgestouwd met prullaria en souvenirs. Jimmy Carter zit tegenover mij in de sofa. Hij is de hele tijd aangenaam en warm, en zo nu en dan verschijnt de kenmerkende brede glimlacht op zijn gelaat. We beginnen met de vraag waarin de jaren na zijn presidentschap verschillen van die als president.

Jimmy Carter: Het is moeilijk beide periodes te vergelijken. Als president was ik gedurende vier jaar opperbevelhebber van een enorm leger. Drie miljoen mensen werkten onder mijn gezag in verschillende functies voor de regeringsstructuur. Ik had de autoriteit om wetten te laten stemmen en verdragen te onderhandelen. Van dat alles is op dit moment niets behouden en ik heb er ook geen behoefte aan. Mijn leven na het Witte Huis is veel voller en veel meer genietbaar. Wat ik vooral gewonnen heb de voorbije 27 jaar, is toegang tot de armste en meest berooide, vergeten en lijdende mensen op aarde. Voor een president is het feitelijk onmogelijk die mensen echt te kennen. Maar vandaag trekken we de afgelegen en ontoegankelijke wijken en regio’s van Afrika, Latijns-Amerika en Azië in, ontmoeten mensen die lijden, en proberen te brijpen waarom dat zo is. Daarna proberen we samen met hen te werken, we geven hen een maximale verantwoordelijkheid om hun eigen problemen recht te zetten. Daar heb ik het meest van opgestoken.
U stond altijd al bekend als een verdediger van de mensenrechten. Heeft het beleid van de huidige regering-Bush dat werk bemoeilijkt?
Jimmy Carter: Ik zou eerder zeggen dat deze regering het werk noodzakelijker gemaakt heeft. Het beleid van de voorbije zeven jaar is beschamend voor al wie Amerikaan is. Door onze regering hebben wij gevangenen gefolterd, hen de fundamentele rechten van bijstand ontzegd, we hebben hen zelfs het recht ontnomen om te weten welke beschuldigingen er tegen hen lopen. Nochtans zijn dat stuk voor stuk zaken die we gedurende meer dan tweehonderd jaar gekoesterd hebben als fundamentele principes van Amerikaans recht en Amerikaans beleid. Het feit dat deze principes ondergraven en afgevallen worden, en zelfs veroordeeld door de overheid, is een omkering van gerechtigheid en een ernstig probleem voor iedereen –Amerikaan of niet– die zich inzet voor de mensenrechten.
Bij de Camp David Akkoorden hebt u persoonlijk bemiddeld. Wat denkt u van de Annapolis-vredesconferentie van november vorig jaar?
Jimmy Carter: Ik had gehoopt dat ze iets zou opleveren, maar tot nu is er niets gebeurd. De situatie in het Heilig Land –in Palestina en in Israël– is er niet echt op vooruitgegaan. De Palestijnse gemeenschap is met opzet verdeeld, de ene groep is opgezet tegen de andere, met de steun van zowel de Verenigde Staten als Israël. Ik zie geen fundamentele gesprekken die plaatsvinden met betrokkenheid van de Verenigde Staten. Bij gelegenheid, om de zoveel weken, ontmoet de eerste minister van Israël de de leider van de Palestijnse gemeenschap, Mahmoud Abbas. Maar, voor zover ik weet, zonder vooruitgang. Al blijf ik hopen dat dat zal veranderen.
Wat moet er gebeuren in het Midden-Oosten?
Jimmy Carter: Ik denk niet dat het mogelijk is voor de strijdende partijen om echte vooruitgang te boeken zonder krachtige invloed, steun en aandacht van de Verenigde Staten. Maar voor zover ik weet hebben de VS niet deelgenomen aan die discussies. De wereldgemeenschap ként de basisprincipes van een oplossing. Het is allemaal allang uitgeschreven. De Arabische staten hebben unaniem –alle tweeëntwintig– en publiek gezegd dat ze Israël diplomatiek en economisch zouden erkennen indien Israël zich zou terugtrekken uit de bezette Palestijnse gebieden en de resoluties van de Verenigde Naties zou uitvoeren. Er zal heel wat invloed –krachtige invloed– van de Verenigde Staten nodig zijn om beide partijen tot dit punt te brengen.
U hebt ook heel hard gewerkt rond voorkoombare ziektes en hebt een aanzienlijke stijging van de Amerikaanse ontwikkelingssteun bepleit. Wat is er nodig om ziekten als tbc en malaria uit te roeien?
Jimmy Carter: Op dat vlak heeft de regering Bush goed werk geleverd. President Bush heeft in elk geval een grondige verhoging van het ontwikkelingsbudget bepleit, vooral om aids en malaria, en misschien tbc, te bestrijden. En daar ben ik trots op. Er zijn afspraken gemaakt opdat elk van de rijke landen een groter aandeel van hun bnp aan ontwikkelingshulp zouden besteden. We zijn nog lang niet op het niveau van landen als Noorwegen, Zweden en Denemarken, maar ik geloof dat we de voorbije jaren flinke vooruitgang gemaakt hebben op dit vlak.
In 2002 bent u naar Cuba gereisd. Fidel Castro heeft nu ontslag genomen en Cuba lijkt op een keerpunt beland. Welk beleid moeten de VS nu voeren tegenover Cuba?
Jimmy Carter: Ik zou graag zien dat de nieuwe president in januari 2009 dezelfde stappen zou zetten als ik deed toen ik president werd. Ik heb toen onmiddellijk alle beperkingen voor reizen van en naar Cuba opgeheven. Ik heb een begin gemaakt met het versoepelen van de economische santies die het Cubaanse volk zwaar troffen. Tevens hebben we de eerste fase van volledige diplomatieke betrekkingen met Cuba gerealiseerd, met een belangenbureau in zowel Havana als Washington. Die kantoren bestaan trouwens nog altijd. Een volgende president kan dat opnieuw doen, want er is een meerderheid in zowel het Huis van Afgevaardigden als in de Senaat voor de afschaffing van de reisbeperkingen en de versoepeling van het embargo. De volksvertegenwoordigers hebben de wetgeving die hiervoor nodig is nog niet gestemd omdat president Bush met zekerheid zijn veto zal gebruiken tegen zulke wetten. De meerderheid die pro is, is niet groot genoeg om zo’n veto terzijde te schuiven. Maar ik geloof dat de volgende president –ongeacht het een Democraat of een Republikein is– goede kansen heeft om deze stappen te zetten.
Overgenomen en vertaald met toestemming van The Progressive.

De Palestijnse controverse -1-

‘De Verenigde Staten bezitten meer dan 12.000 kernwapens, de voormalige Sovjetunie ongeveer evenveel. Groot-Brittannië en Frankrijk hebben er enkele honderden en Israël heeft er 150 of meer’, antwoordde voormalig Amerikaans president Jimmy Carter tijdens een literatuurfestival in het Welshe plaatsje Hay-on-Wye op een vraag naar het Iraanse atoomprogramma. ‘We hebben een heel arsenaal van enorme wapens en raketten die dat wapentuig met haarfijne precisie kunnen afleveren’, voegde Carter er nog aan toe. Hij was het ook eens met de suggestie van Barack Obama dat de VS-regering rechtreeks zou moeten onderhandelen met Iran om de meningsverschillen uit de wereld te helpen.’
‘Carter zorgde in mei voor heel wat controverse in Washington door in de Syrische hoofdstad Damascus rechtstreeks te gaan praten met Khaled Mehsaal, de leider van de Palestijnse beweging Hamas.’
‘Carter werd, ondanks zijn aanzien, geëxcommuniceerd uit de Democratische Partij na de publicatie van zijn boek Palestine. Peace not Apartheid. Obama herstelt hem in ere door te kiezen voor Zbigniew Brzezinski [onder president Carter verantwoordelijk voor nationale veiligheid] als adviseur.’
Uit: Carter’s second term door Gamal Nkrumah. In Al-Ahram Weekly (Egypte), 19 mei-4 juni 2008.



De Palestijnse controverse -2-

‘Israëli’s houden niet van hem [Jimmy Carter] sinds hij het boek Palestine: Peace, not Apartheid schreef. Israël is niet klaar voor zulke vergelijkingen, ook al vraagt de situatie erom. Je kan toch moeilijk voorstellen dat je gaat klagen als een buitenlandse waarnemer –met name een voormalig VS-president die goed thuis is in internationele verhoudingen– het systeem van aparte wegen voor Joden en Arabieren, het gebrek aan bewegingsvrijheid, Israëls controle over en confiscatie van Palestijns grondgebied en vooral de onverminderde kolonisatiepolitiek die alle beloften van Israël tegenspreekt, onaanvaardbaar vindt. De voorlopige situatie in de gebieden is gekristalliseerd in een soort apartheid die al veertig jaar doorgaat.’
‘Er is geen bewijs dat Carters methode, die ervan uitgaat dat het nodig is met iedereen te praten, ook maar een beetje minder succesvol zou zijn dan de methode die om boycots en luchtaanvallen roept. Wat resultaten betreft, verslaat Carter per slot van rekening al degenen die hem willen uitsluiten. Voor het vredesakkoord met Egypte verdient hij tot het einde van zijn dagen het respect dat meestal gereserveerd wordt voor koningen.’
Uit: Our debt to Jimmy Carter, redactioneel standpunt in Haaretz (Israël), 15 april 2008


Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.