Interview met Ellen Johnson-Sirleaf

De eerste en enige vrouwelijke president van Afrika combineert de koele rekenkunde die ze leerde bij Citibank en de Wereldbank met een moederlijke bezorgdheid voor het welzijn van haar landgenoten. De hele wereld verwacht veel van de manier waarop ze het door burgeroorlog verwoeste Liberia leidt. Hoe kijkt ze zelf naar de eerste vijftien maanden aan de macht?
  • Martin H. President Ellen Johnson-Sirleaf tijdens een bezoek aan het Pentagon in de VS Martin H.

‘Ma Ellen maakt haar beloftes waar in Liberia’, kopt de International Herald Tribune op 14 maart. De krant waardeert het uitgesproken vrouwelijke leiderschap van Ellen Johnson-Sirleaf en het enthousiasme dat ze uitstraalt en overbrengt op talloze plattelandsmensen en stedelingen in het verwoeste Liberia.
Of het haar vrouwelijke kant is, weten we niet, maar als we de presidente op 15 maart in Brussel ontmoeten, blijkt ze in elk geval erg toegankelijk te zijn en zelfs bereid om zonder voorbereiding een uitgebreid interview toe te staan aan MO*.

Mevrouw Johnson-Sirleaf geeft niet meteen de indruk dat ze een uitgesproken moederlijk imago nastreeft. Ze is en blijft op de eerste plaats een professionele economiste die heel geconcentreerd luistert om zo precies mogelijk te antwoorden op vragen. En die concentratie geraakt ook niet verstoord als de vele persverantwoordelijken, veiligheidsmensen en protocollaire begeleiders zenuwachtig worden van de duur van het gesprek. Ze praat liever een vraag langer door -en dan nog eentje- dan zich de wet te laten spellen door al die mensen die over haar moeten waken.
Ellen Johnson-Sirleaf is baas over haar eigen mening, over de coterie die rond haar cirkelt én over het land dat haar eind 2005 verkoos tot eerste vrouwelijke president van Afrika. Hoe belangrijk vindt ze dat laatste nu zelf?
Ellen Johnson-Sirleaf: Niet het geslacht van de president is doorslaggevend, maar haar karakter, competenties en moed om het beleid te voeren dat gevoerd moet worden. Ik ben niet gekozen en wordt niet gerespecteerd omdat ik een vrouw ben, maar omwille van mijn competentie. Ik heb mijn sporen verdiend als professional in de financiële sector in eigen land en in het buitenland. Toch geloof ik dat ik als vrouw extra gevoeligheden inbreng. Ik ben heel erg bezorgd om het welzijn van de vrouwen op het platteland en de marktvrouwen. Mijn bezorgdheid voor het welzijn van kinderen is wellicht groter dan wat een mannelijke president zou opbrengen. Ik heb mijn moederlijke reflexen en gevoelens immers niet verloren op het moment dat ik president geworden ben.

Hoe belangrijk is gender voor ontwikkeling?

Ellen Johnson-Sirleaf:
De helft van de wereldbevolking is gedurende eeuwen achteruitgesteld. Die historische en traditionele verwaarlozing van vrouwen moeten we goedmaken, bijvoorbeeld door meisjes, die traditioneel veel te jong uitgehuwelijkt werden, op de schoolbanken te krijgen. Vrouwen stappen wereldwijd uit hun beperkte en stereotiepe rol van zorgverleners en opvoeders en realiseren steeds meer hun intellectuele en professionele mogelijkheden. Dat is goed, want zo wordt er veel meer talent aangeboord en gemobiliseerd. De participatie van alle burgers is in elk land een voorwaarde om vooruit te komen, en dus heeft elk land behoefte aan zijn vrouwen om echt te ontwikkelen.

Toch krijgen jongens vaak nog voorrang op meisjes als niet iedereen naar school kan.

Ellen Johnson-Sirleaf:
Dat is uiteraard ook het geval in Liberia. Daarom hebben we het basisonderwijs gratis gemaakt en doen we serieuze inspanningen om de schoolplicht ook op te leggen in realiteit. Bovendien hebben we nu ook steunprogramma’s voor schoollopende meisjes. Privé-instellingen en privé-personen -vooral vanuit de VS- verzamelden al 5 miljoen dollar waarmee we 50 extra scholen willen bouwen, 500 bijkomende leerkrachten willen opleiden en 5000 meisjes studiebeurzen willen geven om op alle niveaus onderwijs te kunnen volgen.

Tijdens de oorlogsjaren was seksueel misbruik van meisjes een gigantisch probleem. Is dat allemaal verdwenen met de terugkeer van de vrede?

Ellen Johnson-Sirleaf:
Jammer genoeg blijft dat een groot probleem in Liberia. We hebben een wet die verkrachting strafbaar stelt met een minimum van tien jaar gevangenis en een maximum van levenslang. Voor de uitvoering van die wet zijn we echter afhankelijk van een rechtelijke macht gedomineerd door mannelijke rechters, die niet altijd even zwaar tillen aan seksueel misbruik. Anderzijds zorgen de vrouwenbewegingen ervoor dat de muur van stilte rond seksueel misbruik doorbroken wordt. Veel verkrachtingen worden niet eens aangegeven uit schrik voor het stigma dat op de vrouw of het meisje in kwestie zal blijven hangen, veel meer dan op de dader. Maar ik kan u met plezier melden dat ook meer en meer mannelijke collega’s het gewicht van deze problematiek inzien.

Liberia heeft een enorme buitenlandse schuld. Zijn het IMF en de Wereldbank bereid die schulden kwijt te schelden?

Ellen Johnson-Sirleaf:
De schuld die Liberia heeft tegenover de drie belangrijkste financiële instellingen -het Internationaal Muntfonds, de Wereldbank en het Afrikaans Ontwikkelingsfonds- loopt in de miljarden dollars. Dat zijn in grote mate geaccumuleerde, achterstallige interesten, omdat ons land sinds het midden van de jaren tachtig zijn schulden niet meer afbetaald heeft. De grote financiële instellingen willen die schulden kwijtschelden op voorwaarde dat de landen bij wie we ook nog schulden hebben dat ook doen. Zodra we die garanties krijgen, kunnen we wellicht al tegen het einde van dit jaar in het Heavily Indebted Poor Countries Initiave stappen en als alles dan goed en snel gaat, kunnen we tegen einde volgend jaar echte overeenkomsten krijgen voor kwijtschelding van onze schulden. Alleen zijn een aantal Europese landen nog erg terughoudend met hun toezeggingen, omdat ze vrezen dat een onvoorwaardelijke kwijtschelding van schulden de financiële draagkracht van de internationale instellingen zelf in gevaar zal brengen.

Welke Europese landen doen moeilijk?

Ellen Johnson-Sirleaf:
We wachten nog op engagementen van Zweden, Nederland en Frankrijk. Heel vaak krijgen we te horen dat de bijkomende inspanningen van de Verenigde Staten zouden moeten komen. Want, zo gaat de redenering, als je ziet hoeveel geld ze kunnen investeren in de oorlog in Irak, dan zou er voor Liberia toch ook wel een flinke extra investering mogelijk moeten zijn. Dat is wellicht waar, al moet ik zeggen dat de VS al behoorlijk veel doen voor Liberia.

En dan zijn er nog de commerciële schulden…

Ellen Johnson-Sirleaf:
Het heronderhandelen van die commerciële schulden kan nog veel meer tijd in beslag nemen. Want we moeten rekening houden met de aasgierfondsen, zogenaamde investeerders die oude schulden opkopen aan een fractie van de oorspronkelijke waarde en ze dan voor meer dan honderd procent proberen te innen via een uitspraak van een rechtbank. We proberen nu al te onderhandelen over die commerciële schulden, al was het alleen maar omdat we willen voorkomen dat het harde werk op andere vlakken ons later in de problemen zou brengen. Als de economie wat beter begint te draaien en er wat meer budgettaire ruimte komt, dan zijn die aasgierfondsen nog veel minder geneigd om een gunstige overeenkomst te sluiten.

Welke prioriteiten legt uw regering in haar nationale armoedebestrijdingsstrategie?

Ellen Johnson-Sirleaf:
Onderwijs is een van de grootste prioriteiten voor Liberia. We hebben het schoolgeld afgeschaft, waardoor het aantal kinderen dat school loopt met veertig procent gestegen is. Al brengt dat natuurlijk weer nieuwe problemen mee, aangezien we onvoldoende leerkrachten hebben om zoveel leerlingen te begeleiden en te weinig schoolgebouwen om iedereen in onder te brengen. Daarnaast mikken we op het herstellen en opbouwen van een degelijke infrastructuur om economische en dus sociale ontwikkeling mogelijk te maken. We hebben tegelijk meer scholen nodig, meer en betere wegen, elektriciteit, drinkwater… We hebben die zaken allemaal meteen nodig, het is dus heel moeilijk om een topprioriteit te kiezen. Wat is Liberia immers met scholen en ziekenhuizen, als we de vrede en de veiligheid van het land niet kunnen handhaven? Naast het bouwen van sociale voorzieningen, moeten we dus tegelijkertijd een nieuw leger opbouwen en de politie professionaliseren.

U werkte voor de Wereldbank in een periode dat die instelling veel derdewereldlanden dwong om schoolgeld te vragen en gezondheidszorg betalend te maken. Was dat Wereldbankbeleid fout?

Ellen Johnson-Sirleaf:
Ik aanvaard nog altijd het principe van kostenrecuperatie, maar na veertien jaar bloedige burgeroorlog is het onmogelijk mensen mee te laten betalen voor essentiële diensten als basisonderwijs en basisgezondheidszorg. Schoolgeld vragen staat gelijk met het uitsluitend van honderdduizenden kinderen. De burgeroorlog heeft ervoor gezorgd dat meer dan een decennium verloren gegaan is en dat iedereen die gedurende die periode van conflict en geweld opgegroeid is het verder moet stellen zonder scholing. We kunnen ons niet nog eens zo’n ongeschoolde generatie veroorloven. We moeten er nu alles aan doen opdat kinderen naar school gaan en dat jongeren vaardigheden aanleren om zich waar te maken op de arbeidsmarkt. Zodra onze economie beter draait, kunnen we manieren zoeken om een bijdrage in de kosten te vragen.

Om die economische groei te realiseren, rekent u op publiek-private samenwerking. Zijn regering en administratie sterk genoeg om te onderhandelen met bedrijven en hun belangengroepen?

Ellen Johnson-Sirleaf:
De Liberiaanse regering staat zeker zwak op het vlak van uitvoering en administratie, daar ontbreekt het ons aan de kritische massa aan competente mensen die nodig is om de burgers te geven waar ze recht op hebben. Maar op het vlak van beleid zij we zonder meer in staat om te onderhandelen met eender wie. We hebben zeker de intellectuele capaciteit en de ervaring om een relatie aan te gaan met de privé-sector op onze voorwaarden. We hebben onlangs bijvoorbeeld een contract met Arcelor Mittal Steel opnieuw onderhandeld. Het contract was legaal en goedgekeurd door het Liberiaanse parlement, maar wij vonden de afspraken niet in het voordeel van het land en de bevolking en dus hebben we het grootste staalbedrijf ter wereld aangepakt. Met succes, overigens. Arcelor Mittal respecteerde ons omdat we die positie innamen en ze gingen dan ook in op onze vragen.

De huidige wereldmarkt is een heel competitieve omgeving. Kan een land als Liberia daarin floreren?

Ellen Johnson-Sirleaf:
Ja, want Liberia heeft veel natuurlijke rijkdommen. Het zal wel nog even duren eer we de potentie van die rijkdom in de wereldmarkt kunnen realiseren, omdat we onze eigen manier van werken nog moeten verbeteren. We moeten nog beter onderzoeken welke mogelijkheden het best geschikt zijn voor de export vandaag. We moeten werk maken van de kwaliteit, de vermarkting en de standaarden van onze producten en grondstoffen. Gedurende ons eerste jaar zijn we er alvast in geslaagd om opgenomen te worden in het Amerikaanse AGOA-programma (African Growth and Opportunities Act), waardoor de toegang tot de Amerikaanse markt een stuk vergemakkelijkt wordt.

Volstaat economische groei om van Liberia een succesverhaal te maken?

Ellen Johnson-Sirleaf:
Er is uiteraard veel meer nodig. De mensen hebben meer dan twintig jaar geleefd in een wereld van geweld, wetteloosheid, afpersing, bedrog en dood. Dat moet omgekeerd worden tot een cultuur van verdienste, inzet en samenwerking. Jongeren moeten leren dat hun toekomst niet ligt in een bende of bij een automatisch geweer, maar in een opleiding en in het verwerven van vaardigheden waarmee ze straks hun gezin kunnen onderhouden. Mensen moeten opnieuw kunnen geloven dat ze hun dromen kunnen waarmaken als ze zelf positief bijdragen tot de samenleving. Werk, opleiding en rechtsstaat zijn dus heel belangrijk, maar voorafgaand is er behoefte aan een nieuwe ingesteldheid, een nieuwe houding van de burgers tegenover elkaar, tegenover zichzelf en tegenover de maatschappij als geheel. Het respecteren van wetten hangt niet alleen af van een efficiënt politieapparaat, maar ook van de bereidheid om goede burgers te zijn.
Iedereen heeft belang bij een goed functionerende maatschappij, maar dat betekent ook dat iedereen bereid moet zijn daartoe bij te dragen. Iedereen heeft recht op politieke en economische keuzes, maar die vrijheid kan alleen gegarandeerd worden als iedereen ook bereid is de rechten van de anderen even belangrijk te vinden als zijn eigen rechten. Mensenrechten en het recht op sociale vrijheid zijn centrale ambities voor mijn regering, maar we beseffen dat dit geen toverwoorden zijn die simpelweg uitgesproken moeten worden om de realiteit te veranderen. Het vraagt een lang en volgehouden proces om de mensen en de samenleving te veranderen. Wij zijn daarmee van start gegaan en zoals het er nu uitziet, zouden we er wel eens in kunnen slagen ook.

De Iron Lady en haar Schone Handen


Bij haar aantreden als president kondigde Ellen Johnson-Sirleaf een zerotolerantiebeleid af voor corruptie. Ze wil de geloofwaardigheid van de overheid herstellen in binnen- en buitenland, al is dat niet eenvoudig met de aanwezigheid van heel wat mensen die ook deel uitmaakten van het vorige regime in de regering en in het parlement.

Ellen Johnson-Sirleaf: In mijn regering zitten heel wat ministers of hoge verantwoordelijken die uit het oude regime komen, dat klopt. Maar we hebben wel duidelijke en hoge standaarden voor iedereen die in of voor de regering wil werken. Heeft hij of zij de integriteit die we verwachten? Is hij niet bezoedeld door corruptie in het verleden? Is zij niet verantwoordelijk geweest voor schendingen van mensenrechten? Als de kandidaten die drie hordes zonder problemen passeren, kunnen ze ook ongehinderd deel blijven uitmaken van het politieke leven in Liberia en van de toekomst van het land.

Toch moest u de voorbije maanden enkele politieke verantwoordelijken vragen om op te stappen nadat bleek dat ze corrupt of gewelddadig waren. Zorgt dat voor nieuwe spanningen in het land?
Ellen Johnson-Sirleaf: Als bepaalde politici moeten opstappen, dan verhoogt dat zeker de dreiging die nog altijd uitgaat van de oorlogsstokers uit het verleden. Dat kan ook niet anders na twee decennia van burgeroorlog en vijfentwintig jaar van economische vrije val. Maar ik denk dat het risico beheersbaar is. Het is belangrijker om geloofwaardig en onkreukbaar te zijn dan om corruptie toe te dekken omwille van oppervlakkige rust en stabiliteit.

Dit interview werd de eerste maal gepubliceerd in MO*magazine op 24 april 2007

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur