Interview met John Schellnhuber: van klimaatcrisis tot culturele revolutie

De klimaattop in Kopenhagen was, zoals MO* voorspelde, jammer genoeg the biggest missed opportunity to save the planet. In de loop van 2010 moet er dus met vertienvoudigde urgentie en energie gewerkt worden aan een klimaatakkoord dat in december in Mexico klaar moet zijn. MO* sprak hierover met een van de mensen in het oog van de diplomatieke klimaatstorm: John Schellnhuber.

De zwakke uitkomst van Kopenhagen verraste Schellnhuber niet, al vond hij wat daar gebeurd is ook “een ramp”. In de aanloop naar de volgende klimaatconferentie in Mexico vindt Schellnhuber dat Europa moet werken aan een “coalitie van welwillenden”, met India, Brazilië, Rusland, Zuid-Afrika en Mexico. Er is geen tijd meer te verliezen: er rest ons niet meer dan tien jaar om de grote transformatie te realiseren. 

Volgens U zijn China en de VS verantwoordelijk voor het mislukken van de klimaattop.
John Schellnhuber: Ook andere landen hadden meer kunnen doen, en Europa had een andere strategie kunnen volgen. Maar het was heel duidelijk dat China en de VS geen bindend akkoord wilden. Ik ben er bijna zeker van dat ze hierover een clandestien akkoord hadden. Precies de twee leidende machten in de wereld schudden hun verantwoordelijkheid af en dat is absurd want zij produceren vandaag de grootste uitstoot. De VS zeggen: ‘Niemand zal ons onder druk zetten om onze levensstijl te veranderen.’ En de Chinezen zeggen: ‘Niemand zal ons tegenhouden om te geraken waar de Amerikanen vandaag zijn.’ Het zijn bondgenoten in hun gehechtheid aan een vernietigende levensstijl van hoge consumptie en hoge emissies. Het spijt me dat ik het zo cru uitdruk. De VS zouden radicaal activist moeten zijn op het vlak van klimaatbescherming.

De VS en Europa zijn rijk –we hebben innovatie, industrie, wetenschappelijke kennis, ingenieurs, geld…  Als wij niet de rol opnemen van meest agressieve pionier in klimaatbescherming, zie ik niet hoe de rest van de wereld gemotiveerd zou zijn om te volgen. 
Kopenhagen heeft wel de 2°C opwarming als limiet erkend –na twintig jaar van wetenschappelijke argumentering– maar was niet in staat om een stappenplan te ontwikkelen om die veilig te stellen. De voorstellen die nu op tafel liggen zullen ons brengen naar een opwarming van 3,5°C, zelfs 4°C. Dat klinkt onschuldig maar heeft onvoorstelbare gevolgen.

Waarom is de EU niet overgestapt naar een CO2-reductie van 30 procent?
John Schellnhuber: Na de speech van Hillary Clinton adviseerde ik om die stap te zetten. Volgens mij was het toen tijd om verder te gaan en een momentum te creëren. Maar uiteindelijk is dat niet gebeurd. Ik denk ook dat het geen verschil meer had gemaakt.  De Afrikaanse landen hadden dat zeker geapprecieerd maar het had de positie van de VS en China niet veranderd. Die waren eerder gelukkig met het marginaliseren van Europa, precies omdat Europa zo’n ambitieus plan had.

Wat staat Europa nu te doen, op weg naar de conferentie in Mexico eind 2010?
John Schellnhuber:
Europa heeft in Kopenhagen “aan de verkeerde boom geschaafd” door alles in te zetten op China en de VS. Het was een grote vergissing de Russen niet sterker bij Europa te betrekken.

Ik zie een grote potentiële “coalitie van welwillenden”, die de EU kan vormen tegen de conferentie van Mexico. Japan heeft een nieuwe regering die heel gemotiveerd is om aan klimaatbescherming te doen. Mexico, Brazilië, een aantal Afrikaanse landen en India zijn mogelijke partners. India heeft in Kopenhagen zijn eigen belangen verwaarloosd om mee die van China te verdedigen. We hadden India veel agressiever moeten ondersteunen. Met zo’n coalitie zonder de VS en China bereiken we wellicht niet genoeg, maar doen we wel iets nuttigs en we behouden onze waardigheid. In het leven moet je soms keuzes maken omwille van je waardigheid, ook al weet je dat ze je niet het grootste succes opleveren.

Vanwaar die kloof tussen de ernst van de klimaatcrisis en de machteloosheid om te handelen?
John Schellnhuber: In dat verband wil ik even Groucho Marx citeren. Die zei: ‘Waarom zou ik me zorgen maken om de toekomstige generaties? Wat hebben die ooit voor mij gedaan?’ Het raakt het hart en de kern van het probleem vandaag. Om het klimaat te beschermen, moet je hier en nu dingen doen die misschien van levensbelang kunnen zijn voor een kind aan de andere kant van de wereld over vijftig jaar. De beloning is erg abstract. Dat is een probleem dat niet enkel door rationeel denken en door wetenschappers benaderd kan worden. Het is een emotionele boodschap. Waarom zorgen voor mensen die nog niet geboren zijn en waarmee we wellicht nooit zullen spreken? En toch is het een reëel probleem, een dimensie waarover we het veel te weinig hebben.

Maar een ander ding is effectief de kloof tussen discours en handelen. Ik maakte deel uit van de officiële Duitse delegatie. Ik  zat mee in het oog van de orkaan en ik weet van heel nabij hoe dingen zijn gelopen. Het was extreem verbijsterend. Het was een clash van idealen over globaal bestuur met de realiteit van nationale belangen, een immense clash. Terwijl 140 staats- en regeringsleiders in de plenaire sessie klimaatkitsch opvoerden, viel de werkelijke ambitie voor klimaatbescherming terug op zijn laagste niveau. En dat precies op het moment dat het uiteindelijke akkoord getekend had moeten worden.

Nu zoekt u in Brussel de medewerking van kunstenaars om de planeet te redden?
John Schellnhuber: Misschien is de les van Kopenhagen inderdaad dat de civiele samenleving klimaatbescherming in eigen handen moet nemen. Uiteindelijk is het geen probleem meer van wetenschappelijke bewijzen. We hebben meer dan vijfennegentig procent zekerheid over de bevindingen. Welk bedrijf dat zoveel zekerheid heeft dat het verkeerd bezig is, gaat toch door op dezelfde weg? Het VN-Klimaatpanel kan nog verder op zoek gaan, maar om het gedrag van mensen te veranderen, zijn geen bijkomende bewijzen nodig. Het heeft te maken met je gevoel voor betrokkenheid bij andere mensen, je motivatie. Bewijzen van het probleem zijn er genoeg, als je ervoor wilt openstaan. Het is belangrijk de juiste beelden te creëren die mensen in beweging brengen. Ik zag een foto van Kiribati, een eiland in de Stille Oceaan dat langzaam maar zeker wegzinkt. Het kerkhof staat al onder water, en alleen de kruisen steken nog boven. Als handen die om redding vragen. Dat is een heel beklijvend beeld. Als je dat ziet, kan je niet meer ontkennen dat er iets heel ernstig aan de gang is. Dat raakt je hart en niet zozeer je brein. 

Op het eiland Kiribati staat het kerkhof onder water, alleen de kruisen steken nog boven. Als handen die om redding vragen.
Hoe moet het nu verder?
John Schellnhuber: Als we een zekerheid van twee op drie willen hebben om de globale opwarming onder de 2°C te houden, is het cumulatieve budget dat ons rest voor de komende veertig jaar 750 gigaton CO2. Dat betekent twee ton per persoon per jaar. Dat is gelijk aan jaarlijks 20.000 kilometer met een Mercedes rijden en dan is je budget op, dan kan je je niet meer verwarmen of andere CO2-uitstoot produceren. Twee op drie mogelijkheden, dat is een zeer precaire situatie om het klimaat te beschermen. Als je op een vliegtuig stapt en ze zeggen je dat je een op drie kans hebt om te crashen, weet ik niet wie er op dat vliegtuig zou gaan. Of als je naast een nucleaire centrale woont en men zegt dat er 33 procent kans is op een meltdown, dat is iets dan een kans op een miljoen. Dat betekent ook dat de emissies moeten pieken in 2015, dat is over vijf jaar. Ik zat in Kopenhagen in een panel met twee Chinese ministers en heel fier stelden die een project voor waarbij de Chinese emissies zouden pieken tegen 2050. Ze noemden dat het meest ambitieuze plan van de wereld. Misschien hebben ze gelijk maar toch vroeg ik : ‘Zou dat misschien een beetje vroeger kunnen?’ Ze antwoordden: ‘Ja, misschien tegen 2040, maar dan moet je daar wel voor betalen.’ Het is een vreselijk dilemma. Als we er niet in slagen die piek tegen 2015 of ten laatste tegen 2020 te bereiken, is er geen kans meer om die 2°C te bekomen en om gevaarlijke opwarming te vermijden.

Na ons de zondvloed?
John Schellnhuber: De emissiereductie die we nodig hebben kan volgens mij enkel gerealiseerd worden door een derde industriële revolutie, die gebaseerd is op energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en projecten om de CO2 uit de lucht te nemen zoals herbebossing. De eerste industriële revolutie had honderd jaar nodig om zich door te zetten, wij moeten het in tien jaar doen. Dat kan alleen als die vergezeld gaat van een culturele revolutie. Het is erg belangrijk dat de civiele samenleving haar rol daarin opneemt. De creatieve dimensie neemt toe aan belang. Als we er niet in slagen een ander bewustzijn te creëren, is de zaak verloren. Dan overkomt ons wat vandaag Kiribati overkomt. Er is niets dat gedaan kan worden om Kiribati te redden, zelfs wanneer we een streng akkoord hebben in Mexico. Zelfs wanneer we erin zouden slagen om die 2°C opwarming te verzekeren, zal de zeespiegel met een paar meter stijgen. Kiribati ligt op zo’n twee meter boven zeeniveau. Die eilandstaat zal verdwijnen. Je “conservatieve” gedrag zal je in de toekomst de dood in jagen. Wat overigens een metafoor is voor alles wat we doen ten aanzien van klimaatopwarming: gewoon voortdoen is de weg naar de ondergang. 

Toch geeft u de strijd tegen klimaatverandering niet op, ondanks al die doemscenario’s?
John Schellnhuber: Ik heb een zoon van twee jaar oud, wat verbazend is voor een man van mijn leeftijd (Schellnhuber is zestig, adw) maar het is wel zo. De kans is reëel dat hij tot 2100 leeft. Ik kan moeilijk aanvaarden dat mijn zoon in een wereld terechtkomt die onleefbaar is. Dat geldt voor al onze kinderen en kleinkinderen. En als je ziet wat mensen allemaal doen voor hun kinderen… Ze willen hen een goede opvoeding geven, een auto, ze sparen geld, willen een goede erfenis nalaten. Maar we denken er niet aan hen een leefbare planeet na te laten. Ik wil dit dus doen voor mijn kind, en voor de andere kinderen. Als wij vandaag alles om zeep helpen en onze verantwoordelijkheid niet opnemen, zal niemand het ons vergeven.

Topadviseur, topwetenschapper, klimaatactivist

Hans Joachim –John voor de vrienden– Schellnhuber (1950) is een spilfiguur in het Europese klimaatbeleid. Hij is adviseur van de Duitse bondskanselier Angela Merkel voor het Duitse klimaatbeleid en volgde in die functie de onderhandelingen op de klimaattop in Kopenhagen.  Hij adviseerde ook de klimaatagenda voor de Britse regering bij de G8-Top van Gleneagles (2005) en voor de Duitse regering bij de G8 top in Marienburg (2007). Schellnhuber is fysicus en wiskundige. In 1991 stichtte hij het Potsdam Institute for Climate Impact Research, waarvan hij ook directeur is. Schellnhuber is tevens onderzoeksdirecteur op het Tyndall Centre for Climate Change Research aan de Universiteit van East Anglia in Groot-Brittannië.

In 2004 wees Schellnhuber als onderzoeker op 12 “tipping points” op de planeet. Dat zijn drempelwaardes voor bepaalde natuurfenomenen die het klimaat op de planeet regelen, zoals de Golfstroom, de Groenlandse ijskap, het Amazonewoud en andere bijzondere fysische systemen. Eenmaal een tipping bereikt is, kan de opwarming in een stroomversnelling geraken. Het begrip is vanuit de fysieke wereld overgebracht naar de sociaal-culturele omgeving, met de betekenis om ook een mentaal tipping point tot stand te brengen, een keerpunt in het bewustzijn en het gedrag van mensen om maatregelen voor klimaatbescherming in een stroomversnelling te brengen. Onlangs was John Schellnhuber in Brussel te gast op de Tipping Point Conferentie voor wetenschappers en kunstenaars, een initiatief van The British Council in samenwerking met het Kaaitheater en het Vlaams-Nederlands huis deBuren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.