Interview met Vandana Shiva

De stijgende voedselprijzen veroorzaakten ook in India straatprotesten. Het land heeft zelf een enorm potentieel op vlak van voedselproductie maar de liberalisering van begin de jaren 90 heeft de deur opengezet voor de import van tarwe en oliehoudende zaden, waardoor het land vandaag ook getroffen wordt door de hoge voedselprijzen.
Volgens Vandana Shiva, de Indische wetenschapster en milieuactiviste, hebben die hoge prijzen voor een groot deel ook te maken met de steeds grotere impact van speculanten op de landbouwmarkt. Multinationals als Cargill die voorraden achter houden zijn hier mee voor verantwoordelijk. De globalisering van de voedselmarkt is volgens haar een grote vergissing.
India heeft een geweldig potentieel op het vlak van voedselproductie. Het is de grootste producent ter wereld van melk en van verschillende fruitsoorten. Het heeft een ontzettende waaier aan rijstvariëteiten. Vanwaar dan de huidige voedselcrisis? 
“Die heeft alles te maken met de beleidsopties die er in het verleden zijn genomen. Een aantal jaren geleden heeft onze regering de markt geopend voor import van tarwe. Indië heeft nooit een tekort gehad aan tarwe, maar toch besliste de regering om te importeren, vooral omdat de Amerikaanse regering de Indische regering aanporde om de grenzen te openen. Concreet betekent dit vandaag dat de regering de Indische boeren 10.000 roepies betaalt per ton tarwe. De private traders betalen net iets meer, 11.000 roepies. Die traders verkopen nadien hun voorraden door aan Cargill. Die speculeert daarmee, om de prijs te laten stijgen. Uiteindelijk importeert de regering van Cargill aan 16.000 roepies. Onze regering neemt het op die manier op voor de belangen van Cargill, meer dan voor die van onze boeren. Ik heb momenteel een rechtszaak lopen om deze dwaze gang van zaken, waarbij zulke multinationals het monopolie krijgen, te stoppen.
De hoge prijzen hebben niet te maken met schaarse voorraden?
De schaarste is niet zo groot als wordt voorgesteld. India produceerde in het verleden voldoende tarwe. Groenten en fruit produceren we te veel. Maar de regering heeft aan corporaties de toestemming gegeven om de distributie in handen te nemen. Zij kopen grote hoeveelheden op en creëren zo schaarste. De hoge voedselprijzen hebben dus in grote mate te maken met het casinokapitalisme: met speculanten, hedgefunds, investeringsbanken, traders en distributieketens. Nu de voedselprijzen zo stijgen betekent die liberalisering in India dat de arme boeren niet meer kunnen eten.
Waarom profiteren zij niet van de hoge voedselprijzen?
Als de boer zou kunnen kiezen tussen een veelheid aan traders die de  producten opkoopt, kon hij voordeel halen uit die vrije markt, maar als er slechts één bedrijf een monopolie heeft, heeft hij geen keuze. Zulke monopolies halen de prijzen voor opkoop aan de boeren naar beneden, en drijven de prijs voor verkoop op de markt op. Tarwe en aardappelen wordt opgekocht aan 1000 roepies voor 10 kg en komen uiteindelijk op de markt terug aan het dubbele van de prijs. 60 procent van de bevolking in India is afhankelijk van de landbouw.
Maar terwijl boeren vroeger voedsel produceerden voor de eigen markt, wordt er nu aan de boeren gevraagd om katoen te verbouwen. Dat is genetisch gemanipuleerde bt-katoen. De zaden daarvoor zijn duur, en gaan noodzakelijk gepaard met het gebruik van chemicaliën. Heel veel boeren hebben zich hierdoor in de schulden gewerkt. In het verleden zijn het vooral die katoenboeren geweest die massaal zelfmoord gepleegd hebben. Het huidige landbouwsysteem getuigt dus van een totale instabiliteit op verschillende vlakken. Die instabiliteit is gecreëerd door het beleid en gebaseerd op een vals paradigma van globalisering in de landbouw. Dit model kost mensenlevens en moet dringend herbekeken worden. Het is crimineel, een genocide.
De regering besliste de schuld van kleine boeren af te schaffen. Is dat geen belangrijke tegemoetkoming?  
Het is enkel een electorale stunt met het oog op de verkiezingen van volgend jaar. De kwijtschelding geldt enkel voor boeren die minder dan 2 ha grond hebben. De grootste schulden zijn bij de katoenboeren, met 5 ha of meer. Bovendien zijn veel van de schulden aangegaan niet bij banken maar wel bij informele geldschieters, en daarvoor is er geen kwijtschelding. Bovendien zijn particulieren vaak ook agenten van agro-bedrijven. Het is een illusie te denken dat de zelfmoorden zullen ophouden met deze maatregel. 
Wat ziet u wel als oplossing?
Sommigen spreken over de nood aan een tweede Groene Revolutie. Vandaag is echter duidelijk dat die eerste Groene Revolutie, die 40 jaar geleden is opgezet in de staten Punjab, Haryana, en westelijk Uttar Pradesh - staten met grote vlaktes en geïrrigeerde landbouw- is uitgeput. De opbrengsten zijn de afgelopen jaren onder de verwachting gebleven. Deze vaststelling, samen met het gegeven van de globale voedselcrisis, dwingt ons het model van landbouw en voedselproductie opnieuw onder de loep te nemen. Daar komt nog het gegeven bij van de klimaatopwarming.
Het industriële intensieve model van landbouw en veeteelt is verantwoordelijk voor 25 procent van de broeikasgassen. In een periode van globale opwarming kan je niets dwazer doen dan een landbouwmodel van monocultuur met chemische meststoffen. Ook de keuze voor biobrandstoffen is een vergissing. Ook hier zien we hoe landbouwgrond ingepalmd wordt door jatrofa voor biodiesel. Op een IMF meeting stelde onze minister van landbouw dat het crimineel is om voedsel om te zetten in biobrandstoffen. Ironisch genoeg geeft hij wel subsidies om 11 miljoen ha jatrofa te planten, op vruchtbare grond in Chhattisgarh en Rajasthan. Dat is dwaasheid. Voor mij is er één duidelijk criterium in de landbouw en dat is “Food First”! Het nodige voedsel voor de eigen bevolking is de allereerste prioriteit.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.