Invoerverbod moet Nigeriaanse textielindustrie op de been brengen

Nigeria is van plan de noodlijdende nationale
textielindustrie nieuw leven in te blazen. Daartoe wil het land de invoer
van stoffen en kleding uit het buitenland aan banden leggen en tegelijk de
lokale productie aanzwengelen. Een ministeriële commissie heeft het mandaat
om het land tegen 2006 zelfvoorzienend te maken op het vlak van textiel en
moet binnenkort haar aanbevelingen voorleggen aan de regering.


De commissie moet maatregelen voorstellen om een eind te maken aan de
dumping van stoffen uit het buitenland en om de uitvoer van Nigeriaans
textiel en kleding te bevorderen. Vorige week kondigde Jerry Gana, minister
van Informatie en Nationale Voorlichting een invoerverbod af op stoffen uit
andere landen. Het gaat om een tijdelijk verbod om de noodlijdende
textielindustrie weer op de been te krijgen en de katoenproductie in de
noordelijke staten Zamfara, Kebbi, Katsina, Bauchi en Gombe te bevorderen.
Het verbod blijft van kracht tot de Nigeriaanse Organisatie voor Normen, de
Nigeriaanse douanediensten en de Fabrikantenorganisatie van Nigeria regels
hebben opgesteld over de soorten textiel die het land weer binnen mogen.

Uniformen voor het leger en paramilitaire organisaties moeten voortaan
lokaal worden vervaardigd. Plaatselijke textielfabrieken hebben ook
bepaalde faciliteiten gekregen van de regering, zoals verlaagde taksen op
bepaalde grondstoffen, machines en onderdelen. Gana stelt: Ons land is nu
een dumpingplaats voor goedkope en minderwaardige goederen uit het
buitenland. Wij willen erop toezien dat onze eigen lokale bedrijven niet
onnodig moeten lijden tengevolge van het akkoord van de
Wereldhandelsorganisatie (WHO). Door de ondertekening van dat akkoord
kunnen sommige gewetenloze Nigerianen vrijwel alles invoeren, van
tandenstokers tot 78 verschillende soorten tandpasta.

De Nigeriaanse textielbedrijven kampen met moeilijkheden sinds januari 1997.
Toen besliste de militaire regering van generaal Sani Abacha een
invoerverbod voor sommige producten, waaronder textiel, op te heffen.
Abacha wilde dat zijn land voldeed aan de regels van de WHO. Wij meende dat
de kwaliteit van de lokaal geproduceerde stoffen zou verbeteren door de
bedrijven bloot te stellen aan buitenlandse concurrentie en wilde de
textielproducten beter verkoopbaar maken door de prijzen te verlagen. Sinds
de val van Abacha in 1999 heeft de Nationale Vakbond van Textiel-, Kleding-
en Confectiearbeiders van Nigeria voortdurend aangedrongen op een tijdelijk
verbod van textielimport.

Met het huidige verbod wil de regering volgens minister Gana vermijden dat
ze dezelfde fouten maakt als de regering van Abacha. Hij meent dat Nigeria
bij de ondertekening van het WHO-akkoord in 1994 eigenlijk niet besefte wat
dat eigenlijk inhield. Het akkoord opende de Nigeriaanse markt voor
allerlei ingevoerde producten, wat leidde tot de instorting van enkele
lokale sectoren. Aangezien plaatselijke stoffen niet konden concurreren met
goedkoop ingevoerde weefsels en ingevoerde tweedehands kledij, moest meer
dan de helft van de Nigeriaanse textielfabrieken de deuren sluiten. De
bedrijven die wel nog werkten, draaien ver onder hun capaciteit. De
opslagplaatsen puilen uit van onverkochte producten. Het aantal
textielfabrieken daalde van 175 in het midden van de jaren 1980 tot minder
dan 40 halverwege dit jaar. In 2000 zouden ongeveer 30 bedrijven gesloten
zijn omwille van het ongunstige zakenklimaat.

Nigeria heeft de natuurlijke hulpbronnen om de beste kledij ter wereld te
vervaardigen, maar die middelen worden niet op de juiste manier aangewend
en de stijgende kosten voor stroom, water, brandstof en arbeid verhinderen
een optimale productie, zegt Emmanuel Amadi, vice-algemeen secretaris van
de Nigeriaanse bond van textielarbeiders. Volgens deskundigen zal het
verbod op ingevoerd textiel de landbouw stimuleren en de lokale
textielindustrie weer
tot leven wekken. Maar dan moeten de douanediensten wel de smokkel van
goedkope stoffen tegengaan. De maatregelen moeten binnen de vier jaar
tastbare resultaten opleveren en zorgen voor een jaarlijks inkomen van een
miljard euro in de lokale textielproductie, meent een
overheidsfunctionaris. Intussen zijn er ook andere geluiden te horen.
Ondernemers uit de informele sector rekenen al op verlies. Het verbod zal
banen doen sneuvelen in de sector van de tweedehands kleding. Er zijn niet
veel mensen die zich nieuwe spullen kunnen veroorloven en bovendien is de
Nigeriaanse stof duur door de hoge productiekosten, zegt Charles Okonkwo,
eigenaar van een klerenwinkel op de Yaba-markt in Lagos.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift