Inwoners van Sidon blijven waar ze zijn

De inwoners en vluchtelingen in Sidon blijven waar ze zijn, al heeft Israël gewaarschuwd dat het raketlanceerplaatsen van de Hezbollah in de Zuid-Libanese stad gaat bestoken. “Hier zijn geen Hezbollah-basissen, klinkt het. En de mensen weten ook niet waarheen.
In Tyrus, een stad in de buurt die de voorbije weken zwaar onder vuur werd genomen door het Israëlische leger, bevinden zich volgens de BBC nog maar 3.000 mensen. Maar de meeste van de 125.000 inwoners van Sidon blijven in hun huizen. In de stad zijn bovendien nog een 100.000-tal vluchtelingen van nog zuidelijker gelegen plaatsen in Libanon bijeengestroomd.

“De mensen maken zich zorgen, maar niemand verlaat de stad”, zegt burgemeester Abdul Rahman Bizri. Volgens Bizri heeft Israël zaterdag over streken in de buurt van de stad folders uitgeworpen die de inwoners van de provincie aanmanen de streek te verlaten. Israël zegt dat het er lanceerplaatsen voor de raketten van de Hezbollah zal aanvallen.

Maaer Bizri ontkent dat er zich Hezbollahsttrijders in of rond Sidon ophouden. “We hebben geen Hezbollahbasissen in Sidon”, zegt hij. “We hebben geen lanceerplaatsen voor raketten. Dit is een stad waar iedereen zich min of meer thuis kan voelen. Wie wil blijven, kan blijven – wij blijven in elk geval.”

De vluchtelingen in Sidon zeggen dat ze geen andere keuze hebben. Salima Salman vluchtte half juli van Kana naar Sidon. Buiten de kleren die ze draagt, heeft ze niets meer. Nu deelt ze samen met haar man en twee kinderen en nog 37 andere vluchtelingen een klaslokaal in een school. “Terugkeren naar ons dorp is het enige alternatief”, zegt Salima. Maar daar woedt het Israëlische offensief in alle hevigheid.

De vluchtelingen begonnen Sidon binnen te stromen de dag nadat Israël met zijn bombardement op Zuid-Libanon begon. Met de hulp van niet-gouvernementele organisaties begon het stadsbestuur alle vluchtelingen te registreren en onder te brengen. Nu telt de stad al 88 opvangcentra.

Zelfs een chique villa van de zus van de voormalige premier Rafiq Hariri, die afkomstig was uit Sidon, is nu een soepkeuken. Vrijwilligers bereiden rijst, kip en groenten toe om die te verdelen onder de nieuwkomers in de stad.

Sidon kreunt onder de last van de extra inwoners. Vooral de drinkwaterdistributie en de stroomverzorging zijn niet berekend op zoveel mensen, zegt burgemeester Bizri. In de opvangplaatsen zijn er te weinig toiletten en douches. De infrastructuur van de stad is nog maar nauwelijks beschadigd tijdens het Israëlische offensief van de voorbije weken, maar de bruggen op de wegen die de stad met andere delen van het land verbinden zijn vernield, waardoor de aanvoer van goederen naar de stad erg moeilijk is.

Ook de ziekenhuizen in Sidon kunnen de toestroom van extra patiënten niet aan. “We proberen vol te houden, maar we zijn uitgeput”, zegt Khalil Hamad, een 27-jarige arts uit het Hammoud-hospitaal, het grootste ziekenhuis in de stad. “We krijgen vier keer meer mensen over de vloer dan anders.” Geneesmiddelen zijn er nog genoeg voor twee of drie weken, maar binnen een paar dagen heeft het ziekenhuis geen brandstof meer om zijn generatoren aan de praat de houden, zegt Hamad.

Veel oorlogsvluchtelingen hebben het psychologisch heel zwaar. Ze begrijpen niet dat de buitenwereld niet meer doet om Israël ertoe te brengen de wapens te doen zwijgen. Maar de vluchtelingen mogen van geluk spreken dat ze in Sidon terecht zijn gekomen, een stad die bekend staat om haar religieuze tolerantie. De meeste vluchtelingen uit het zuiden zijn sjiieten, terwijl bijna 90 procent van de inwoners van Sidon soennieten zijn. “Maar we proberen Sidon als een smeltkroes te zien, een plaats waar alle ideologieën aanvaard worden”, zegt Bizri. “Dat is waarom iedereen zich hier thuis voelt en wil blijven.” (PD)

, IPS

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift