IPS-correspondent gedood in Bagdad

De Iraakse journalist Alaa Hassan, een correspondent van het nieuwsagentschap IPS (Inter Press Service), is op weg naar zijn werk doodgeschoten in Bagdad. Sinds maart 2003 zijn er nu in Irak al 131 journalisten omgekomen, zegt de Internationale Federatie van Journalisten.
Hassan werd op 28 juni gedood, maar het nieuws raakte pas nu bekend. Zijn auto werd doorzeefd met kogels, maar Hassan werd allicht niet gedood omdat hij journalist was. Hij kwam terecht in een hinderlaag van rebellen op de al-Muthanabrug over de Tigris, een plaats waar regelmatig aanslagen plaatsvinden.

“De dood van nog een Iraakse journalist vervult ons met afschuw en woede”, zegt Aidan White, de secretaris-generaal van de IFJ. De journalistenfederatie roept het Iraakse gerecht op om de daders snel te vinden en te straffen.

Op de dag waarop Hassan vermoord werd, kwam nog tientallen andere Irakese burgers om bij aanslagen. De meesten van hen blijven onbekende nummers in de statistieken. Maar omdat we Alaa zo goed kenden, kunnen we zijn verhaal vertellen. Het is exemplarisch voor het dagelijkse leven in Bagdad.

Hassan was pas recent toegetreden tot de correspondenten die voor IPS in Irak werken. Samen met zijn collega Aaron Glantz coverde hij het toenemende geweld in Basra, de onbekende verhalen van Haditha, dat vorig jaar werd aangevallen door het Amerikaanse leger, en de lokale reacties op de dood van Abu Musab al-Zarqawi.

Aan de al-Muthanabrug sterven elke week onschuldige burgers. Die brug is een favoriet doelwit van opstandelingen, omdat auto’s daar moeten vertragen voor een bocht en een controlepost van de politie.

Hassan woonde aan de Tigris en werkte als journalist en winkelier in de bekende boekenmarkt op de Mutanabestraat in Bagdad. De enige manier om naar zijn werk te gaan was via de al-Muthanabrug. Op de dag waarop hij stierf, maakte Alaa zich nog zorgen over de oversteek. Zijn goede vriend Abu Laith was een paar dagen vermoord op dezelfde plek. “Hij kwam van zijn werk terug toen er een man opdook en hem neerschoot,” vertelde Alaa nog.

Ook zijn huis was een levensgevaarlijke plek. Het bevindt zich naast en tegenover twee militaire basissen van het Amerikaanse leger. Daarom lag zijn buurt geregeld onder vuur van opstandelingen. “Ik weet dat het gevaarlijk is om mijn huis uit te komen, maar wat kan ik doen? Ik moet toch leven”, vertelde hij in één van de laatste telefoongesprekken met zijn broer Salam.

Alaa bracht onder het regime van Saddam Hussein negen maanden door in een martelcentrum en verbleef ook in de beruchte gevangenis van Abu Ghraib. Hij werd veroordeeld tot 25 jaar omdat hij getrouwd was zonder dat te melden aan de overheid. Onder Saddam moest elk huwelijk immers gecheckt worden door de veiligheidsdiensten.

Net voor de Amerikaanse invasie kondigde Saddam een algemene amnestie af voor alle gevangenen. Alaa kwam vrij, mentaal gebroken. Hij scheidde van zijn vrouw en hertrouwde drie maanden voordat hij stierf. Hij had net vernomen dat zijn vrouw zwanger was.

Net als bij andere Iraakse slachtoffers heeft zijn familie het bijzonder moeilijk om te rouwen. Het was een helse taak om het lichaam van Alaa op te halen in het mortuarium omdat die wijk gecontroleerd wordt door opstandelingen. Broers en vrienden raapten hun moed bij elkaar en gingen te voet en gewapend het lichaam ophalen. Ze moesten zoeken tussen de lijken voor ze hem vonden. Ook de begrafenis woensdag in de heilige stad Najaf was een gevaarlijke onderneming. Omdat de wegen onveilig waren moest de familie een escorte aanvragen bij het Mehdi-leger van Muqtada al-Sadr.

De hele familie heeft nu besloten om weg te trekken uit Bagdad. “Als dit zo doorgaat, dan zal elke familie in Bagdad dit binnen drie of vier jaar meegemaakt hebben. Dan zal het nog heel lang duren voor we vrede hebben hier in Irak.” (MM/PD)x

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift