Iraakse oliesector blijft haperen

De verschillende Iraakse regio’s en partijen slagen er niet in om een consensus te bereiken over een definitieve oliewet. Zolang blijft het enorme oliepotentieel van Irak onder de grond.
Volgens berekeningen van de VS heeft Irak jaarlijkse kapitaalinjecties van tussen de twintig en dertig miljard dollar nodig –en dat gedurende een paar jaar– om een duurzame productiecapaciteit in ruwe olie van vijf miljard barrels te bereiken. Daarmee zou Irak een van de grootste producenten van de OPEC worden, na Saoedi-Arabië. Alleen laat een defenitieve en uitgekiende oliewet nog altijd op zich wachten.

Het model dat nu voorligt voor de oliewet zorgt voor disputen tussen Bagdad en de Koerdische regio, en resulteert daardoor ook in een danige investeringsachterstand. In 2007 tekenden zowel regionale als federale partijen in Irak een ontwerp voor een wet die een kader moet scheppen voor de hervormingen van de nationale oliesector. De oliewet moet de inkomstenverdeling –zowel regionaal als federaal–vastleggen en een Iraakse nationale oliemaatschappij modelleren.

Ingenieur Faleh Al-Khayat, al decennia actief in de Iraakse oliesector en in maart te gast in het Europees parlement, hekelt het voorlopige model van de oliewet: ‘De wet is te onzeker en biedt onvoldoende bescherming voor investeerders. Bovendien zijn tien miljarden euro’s naar zogenaamde reconstructieprogamma’s gegaan zonder een cent in de olieindustrie te steken.’ Gevolg is onderproductiviteit: Irak haalt nauwelijks 2,4 barrels per dag. Daarbovenop kwam de economische crisis en zorgen de lage olieprijzen voor een slecht investeringsklimaat. Een olieprijsdaling van zestig procent heeft het Iraakse oliebudget danig gekelderd.

Irak telt zeker 65 nieuwe gebieden met een olie- en gaspotentieel en wil een deel daarvan via productiedeelakkoorden laten exploiteren door buitenlandse oliemaatschappijen. De Iraakse olieminister Al-Shahristani liet in maart weten dat de twee huidige investeringsrondes 35 miljard dollar moeten opbrengen, die rechtstreeks in de opbouw van goed draaiende Iraakse olie- en gasvelden moeten woren gestoken.

Voorlopig ligt de klemtoon op kortetermijncontracten. Het Iraakse olieministerie benaderde in dat kader recent het Amerikaanse Chevron, het Franse Total en het Noorse Statoil om contracten te onderhandelen voor de exploitatie van het olieveld in Nahr Bin Umar (Zuid-Irak).

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur