Iraakse vertalers vrezen vergelding na vertrek VS

Iraakse vertalers die tijdens de bezetting van Irak voor de Verenigde Staten hebben gewerkt, vrezen vergeldingsacties nu de Amerikanen zich terugtrekken. Ze wachten tevergeefs op het door de Amerikanen beloofde visum voor de VS.

De afspraak was eenvoudig: werk minimaal een jaar samen met de Amerikanen en je krijgt een visum voor de Verenigde Staten.

John, die alleen onder schuilnaam wil meewerken aan dit artikel, heeft 27 maanden als vertaler en adviseur gewerkt voor de Amerikanen. Vorig jaar november vroeg hij een visum aan onder een speciaal programma van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Dertien maanden later wacht hij nog steeds op antwoord. Hij is bang dat hij vermoord wordt voordat zijn visumaanvraag rond is. De Iraakse regering zou informatie aan het verzamelen zijn over Iraki’s die met het Amerikaanse leger hebben samengewerkt. John is bang dat die informatie gelekt wordt naar gewapende groepen. Hij heeft al anonieme bedreigingen gekregen.

“Deze mensen vinden iedereen die met de Amerikanen heeft samengewerkt, een landverrader”, zegt hij. 

Grote achterstand

De laatste Amerikaanse militairen vertrekken deze maand uit Irak. Ze laten duizenden voormalige collega’s zoals John, die verwacht hadden al in de VS te zitten, achter.

Meer dan 140.0000 Iraki’s hebben tijdens de negen jaar durende oorlog en bezetting samengewerkt met de Amerikanen. Tienduizenden van hen hebben een immigratieaanvraag ingediend in de VS. Meer dan 30.000 Iraki’s wachten nog op toekenning van het door hen aangevraagd visum.

Tot nu toe werd dit jaar slechts een handvol aanvragen gehonoreerd. In 2008 werd het programma voor Speciale Immigratievisa’s (SIV) ingevoerd, om de afwikkeling te versnellen, maar er is nog steeds een grote achterstand. Het proces werd dit jaar nog eens extra vertraagd, omdat de regering-Obama meer informatie wil voordat visums worden toegekend.

“We zijn bezorgd over de mensen die risico lopen in Irak”, zegt James Jeffrey, de Amerikaanse  ambassadeur in Bagdad. “Er zijn in Washington programma’s opgezet die de immigratie moeten regelen, maar die kampen met een grote achterstand.”  

De Iraki’s die hebben samengewerkt met de VS, vrezen dat de zaak escaleert nu de laatste Amerikaanse militairen zich voorbereiden op terugtrekking. “Iedereen in mijn omgeving weet dat ik voor de Amerikanen heb gewerkt”, zegt Mark, die eveneens niet met zijn echte naam genoemd wil worden. “Ik weet dat ik in gevaar ben.”

De gemiddelde wachttijd voor het SIV-programma is nu meer dan negen maanden, zelfs voor Iraki’s met een schoon verleden en goede aanbevelingen. Al Jazeera mocht Johns aanvraag inzien en trof een brief aan van zijn voormalige supervisor, die hem beschrijft als “een betrouwbare, zeer integere professional.”

Gevlucht

Voor duizenden van deze Iraki’s zit er niets anders op dan te wachten en soms zelfs onder te duiken. Van de twaalf vertalers met wie voor dit verhaal contact is gezocht, wilden er slechts twee hun verhaal doen. “Ik zit al negen maanden zonder werk en ik wacht op een visum. Ik heb nu niets te doen”, zegt Mark.

Collega’s van Mark zijn inmiddels het land ontvlucht. Meer dan 18.000 Iraki’s die een aanvraag hebben ingediend bij het SIV-programma zitten in Syrië en Jordanië, zeggen de Verenigde Naties.

Mark, die langer dan twee jaar heeft gewerkt bij wederopbouwteams in de provincies Bagdad en Anbar, wacht al bijna tien maanden op een visum. In maart werd hij door medewerkers van het SIV-programma geïnterviewd in verband met zijn aanvraag, maar sindsdien heeft nauwelijks nog iets gehoord van de ambassade.

“Er is mij verteld dat het minstens zes maanden duurt”, zegt hij. “Maar dit is echt te gek voor woorden. Iedereen weet dat ik voor de Amerikanen heb gewerkt.”

Sinds het begin van de oorlog zijn zeker driehonderd Iraqi’s die voor Amerikanen werkten, vermoord. De Iraakse en Amerikaanse regering hebben echter geen gedetailleerde statistieken hierover.

Ze zijn doelwit van verschillende gewapende groepen, zowel soennitische als sjiitische. John zegt dat de telefonische bedreigingen die hij heeft gehad, zeer gedetailleerd waren. De bellers wisten niet alleen dat hij voor de Amerikanen had gewerkt, maar ook waar en waarover hij adviseerde.

John denkt dat iemand die informatie doorverteld heeft aan een gewapende groep. Hij werkte onder meer voor Provinciale Wederopbouwteams, die veel geld uitgaven. Dat geld werd bijvoorbeeld besteed aan broeikassen voor boeren. Die geldstroom is echter opgedroogd, nu de teams opgeheven zijn.

“Nu er niets meer te halen valt, hebben ze er geen belang meer bij de relatie goed te houden. Dus geven ze informatie aan iedereen die er maar voor wil betalen”, zegt hij. “Ik ben bang voor deze groepen en voor de Iraakse overheid.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3184   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift