Irak en Somalië zorgen voor grootste nieuwe vluchtelingenstromen

Irak is al drie jaar op een rij het belangrijkste herkomstland van nieuwe internationale vluchtelingen. Somalië, nog een land dat betrokken is bij de Amerikaanse strijd tegen de terreur, komt op de tweede plaats. Dat staat in de World Refugee Survey 2008, een rapport dat donderdag (19 juni) werd gepubliceerd.
Vorig jaar staken meer dan een miljoen mensen een internationale grens over op de vlucht voor geweld of bedreigingen, schrijven de auteurs van het rapport, een initiatief van het Amerikaanse Comité voor Vluchtelingen en Migranten (USCRI). Meer dan de helft daarvan waren Irakezen, ondanks de verbeterende veiligheidssituatie in het land. Syrië nam bijna een half miljoen Irakezen op in 2007. Grote groepen Irakezen vonden ook hun weg naar Libanon, Egypte, Jemen en Turkije. Zweden nam 10.000 Irakezen op, Duitsland 6.700. Momenteel leven ongeveer 2,3 miljoen Irakezen in het buitenland, het merendeel daarvan in Syrië en Jordanië.

Uit Somalië trokken in 2007 45.000 mensen weg naar Ethiopië terwijl duizenden anderen hun toevlucht zochten in Jemen en Kenia. Dat was het gevolg van de opflakkerende gevechten tussen Ethiopische bezettingstroepen en de islamistische militanten die in 2006 door de interventiemacht op veel plaatsen werden verdreven. Het aanhoudende geweld in Somalië heeft er meer dan een miljoen mensen ontheemd.

Terugkeer



Eind 2007 telde het USCRI wereldwijd 14 miljoen internationale vluchtelingen, een lichte stijging in vergelijking met 2006. Vorig jaar keerden immers ook veel vluchtelingen naar huis terug: bijna 200.000 Afghanen en tienduizenden Congolezen, Burundezen en Liberianen. De Vluchtelingenorganisatie van de VN, die een andere telwijze hanteert, schat het aantal internationale vluchtelingen eind 2007 op 11,4 miljoen, tegenover 9,9 miljoen in 2006.

Ondanks de Iraakse exodus blijven twee andere vluchtelingenpopulaties nog groter. Er leven nog altijd ongeveer 3 miljoen Afghanen in Iran en Pakistan, en 3,5 miljoen Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever, in de Gazastrook en in Libanon, Jordanië, Saoedi-Arabië, Egypte en Noord-Afrika. Er leven zelfs nog altijd 14.000 Palestijnen in Irak.

De meeste van die vluchtelingen leven al jaren in grote opvangkampen of aparte nederzettingen. Sommige Palestijnse vluchtelingen leven al sinds 1949 in Libanon en de Gazastrook of op de Westelijke Jordaanoever. De aanwezigheid van Afghaanse vluchtelingen in Iran en Pakistan gaat terug tot het begin van de jaren 80; in Oeganda, Kenia en Ethiopië leven sinds 1984 enkele honderdduizenden Soedanese vluchtelingen. 

Slechtste onthaallanden



In het rapport van de USCRI worden de tien slechtste plaatsen opgesomd waar je als vluchteling terecht kan komen. Op die lijst staan Irak voor de Palestijnen,  Bangladesh voor de Rohingya’s uit Birma, China dat vluchtelingen uit Noord-Korea dwingt terug te keren, India dat Tibetanen en Birmezen slecht behandelt, en verder ook Kenia, Maleisië, Rusland, Soedan en Thailand. Ook Europa krijgt een oneervolle vermelding omdat het almaar strengere regels invoert voor asielzoekers.  

Buiten de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook verblijft relatief gezien het grootste aantal vluchtelingen in Jordanië, Syrië en Libanon. In Jordanië komt er vluchteling op elke negen inwoners, in Syrië is de verhouding één op twaalf.

Veel vluchtelingen leven in extreme arme landen. Tsjaad, dat tot de vijf armste landen in de wereld hoort, heeft bijna 300.000 vluchtelingen op zijn grondgebied. Tanzania heeft er ondanks recente repatriëringen nog altijd meer dan 400.000.

Regionaal gezien leven de meeste vluchtelingen in het Midden-Osten en Noord-Afrika, met 6,4 miljoen vluchtelingen. Daarna volgt zwart Afrika met 2,8 miljoen. In Europa leven volgens het USCRI 527.900 vluchtelingen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift