Irakese beurs weerspiegelt hoop op betere tijden

De stemming op de beurs van Bagdad is tegenwoordig allesbehalve gedeprimeerd. De aandelenprijzen stijgen samen met de oorlogsdreiging. De meeste kopers denken dat de Irakese economie na afloop van de vijandelijkheden snel zal opleven. Aandelen zijn misschien ook waardevaster dan een spaarpotje met snel devaluerende dinars.



De meeste bedrijven die genoteerd staan op de enigszins geïmproviseerde Irakese beurs, zijn gedeeltelijk geprivatiseerde overheidsconglomeraten. Zelfs in normale omstandigheden is het moeilijk uit te maken hoeveel ze nu eigenlijk waard zijn. Volgens Hummam Al-Shamaa, een econoom van de universiteit van Bagdad, heeft de recente investeringsgolf meer te maken met vage toekomstverwachtingen dan met de evolutie van de echte marktwaarde van de Irakese bedrijven. Veel Irakezen lijken te geloven dat een oorlog snel voorbij zal zijn en dat de economie daarna gauw weer zal beginnen te groeien. Al-Shamaa is daar niet zo zeker van. Niemand kan voorspellen hoe een oorlog zal verlopen - als er al een komt. Hij denkt ook niet dat de Irak snel weer op de been zal zijn.

Veel Irakese zakenlui geloven dat een oorlog eindelijk een einde zal maken aan de sancties die de VN oplegden na de Irakese invasie in Koeweit in 1990 en de Golfoorlog die daarop volgde. De Irakese economie voelt de wurggreep van die strafmaatregelen weer in alle hevigheid. Het voorbije jaar waren de buurlanden van Irak steeds losser beginnen om te springen met de talloze verboden en beperkingen die de VN hebben opgelegd. Bedrijven uit de rijke landen leverden goederen aan de buurlanden vanwaar ze vlot Irak binnenraakten. Maar daaraan is een einde gekomen sinds de Veiligheidsraad resolutie 1441 heeft goedgekeurd. Daardoor snakt de Irakese economie nu weer naar zuurstof.

Ook voor Irakese ondernemers is een oorlog geen prettig vooruitzicht. Maar voor sommigen lijkt alles beter dan het vooruitzicht nog jaren op deze manier te blijven voortsukkelen. Irak kent al sinds 1980 bijna uitsluitend economische achteruitgang. In de acht jaar durende oorlog tegen Iran moest het land al tot op de bodem van de schatkist gaan. Na de mislukte invasie van Koeweit maakten herstelbetalingen en sancties de nood nog veel groter. Het olie-voor-voedselprogramma van de VN dat in 1995 werd goedgekeurd maar pas vanaf 1997 goed begon te draaien, heeft de humanitaire crisis in het land verzacht maar geen economisch herstel gebracht.

Vorig jaar begon het gestage afbrokkelen van de sancties sommige Irakese bedrijven wel nieuw leven in te blazen. Door het olie-voor-voedselprogramma en de stijgende belastinginkomsten had Bagdad ook meer geld om de industriële activiteit aan te zwengelen. Dat ook de Irakese consumenten meer financiële ademruimte kregen, was nog niet te merken. Verkopers van luxegoederen bleven op hun waren zitten. De Irakezen sloegen de voorbije maanden meer levensmiddelen in, maar proberen de rest van hun geld zoveel mogelijk in dollar om te wisselen - voorzover ze er geen aandelen voor kopen.
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift