Irakezen ruziën over Koerdische olievoorraden

De Koerdische leiders in Irak krijgen het meer en meer aan de stok met de regering in Bagdad over de olievoorraden in het noorden van Irak. Het conflict zal waarschijnlijk nog verergeren als de Koerdische regering een oliewet voorlegt in het regionale parlement.
De Iraakse Koerden, die het voor het zeggen hebben in de noordelijke provincies Arbil, Sulaimaniya en Dohuk, eisen de controle over de olievoorraden in hun gebieden op. Het ministerie van Olie in Bagdad vindt dat de regering het laatste woord over de olievelden moet hebben.

In een poging om het groeiende conflict te ontmijnen, drong de Amerikaanse Buitenlandminister Condoleezza Rice bij haar laatste bezoek aan Koerdistan aan op toegevingen in verband met de verdeling van de aanzienlijke olierijkdommen. De Koeridsche leiders stemmen ermee in een nog niet bepaald aandeel van de opbrengsten te delen met Bagdad, maar van hun zeggenschap over de voorraden willen ze geen afstand doen.

“De grondwet geeft de Koerdische regering het recht de olierijkdom op haar grondgebied te exploiteren”, zegt Dler Shaways, de voorzitter van het economisch en financieel comité van het Koerdische parlement in Arbil. “Dat regio’s zichzelf kunnen besturen en zeggenschap hebben over hun inkomsten, is nu net een van de eigenschappen van federale systemen”.

De Iraakse regering gedraagt zich “kolonialistisch” tegenover Koerdistan, vindt Shaways. “Tot hiertoe hebben machthebbers in Bagdad onze olierijkdommen gebruikt om bommen te kopen en het land ermee te verwoesten”.

De discussies begonnen toen de Koerdische regering eind vorig jaar bekendmaakte dat een Noorse onderneming olie had gevonden in de buurt van de noordelijke stad Zakho. De Iraakse olieminister Hussein al-Shahristani, een sjiiet, verklaarde dat zijn ministerie “zich niet gebonden voelt oliecontracten die in het verleden werden ondertekend door leden van de Koerdische regering.”

Verdere conflicten doemen op. Sinds de Amerikaanse invasie in irak ruim drie jaar geleden tekende de Koerdische regering drie exploitatieovereenkomsten - met het Turkse Petoil in 2003, met het eveneens Turkse Genel Enerji begin 2004 en onlangs ook met de Canadese firma Western Oil Sands.

De Iraakse grondwet is onduidelijk. De tekst kent het eigendom over alle olie- en gasvoorraden in het land toe aan de Iraakse bevolking, maar zegt dat de output van de “huidige olie- en gasvelden” zal beheerd worden door de federale regering, samen met de regionale besturen. Volgens de Koerden betekent het woordje “huidige” dat de afspraak niet geldt voor nieuwe velden.

Uiteindelijk gaat achter de strijd om de olievoorraden een conflict over zelfbeschikking schuil. Bagdad vreest dat als de Koerden het verder voor het zeggen blijven hebben over hun olievoorraden, ze dan ook genoeg macht zullen verwerven om in te gaan tegen de regering.

De Iraakse soennieten zijn bang dat het voorbeeld van de Koerden de sjiieten in het eveneens olierijke zuiden van het land zullen inspireren. Het overwegend door soennieten bewoonde centrum van het land, waar geen grote olievoorraden schuilgaan, zou dan helemaal kunnen verarmen.

Terwijl de politici kibbelen, proberen de gewone Irakezen vooral uit te maken wanneer er eindelijk een einde komt aan de brandstofvoorraden waarmee het land al jaren mee worstelt. “Wat maakt het uit wie de olie controleert?” zegt Abdullah Razwan, een ambtenaar uit Arbil terwijl hij een leeg vat naar een kerosinetank rolt. “Ik zou graag aan een vat brandstof komen zonder er mijn maandsalaris voor hoeven te betalen.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift