Lolita lezen in Teheran

Azar Nafisi: 'In Iran moét je voortdurend aan seks denken'

Azar Nafisi keerde na de Iraanse revolutie van 1979 terug naar haar vaderland om bij te dragen tot een nieuwe toekomst. In 1997 koos ze voor een leven in ballingschap, omdat ze niet wou voldoen aan de autoritaire eisen van het nieuwe regime. Een gesprek over haar roman Lolita lezen in Teheran.

Azar Nafisi groeide op in een vooraanstaande familie in Teheran, en studeerde Engelse letterkunde in Europa en in de Verenigde Staten. Na de revolutie, die uiteindelijk ayatollah Khomeiny aan de macht bracht, keerde ze terug naar haar vaderland om bij te dragen tot een nieuwe toekomst. In 1997 koos ze voor een leven in ballingschap, omdat ze niet kon of wou voldoen aan de autoritaire eisen van het nieuwe regime.

‘De verbeelding is mijn enige thuis’, zegt ze in een lang gesprek. Die verbeelding kreeg dit jaar de vorm van Lolita lezen in Teheran, een boek waarin Azar Nafisi de liefde voor de roman koppelt aan de ervaringen van een aantal vrouwelijke studentes. Op bladzijde 134 schrijft ze: ‘Een roman is geen allegorie. Het is een zintuiglijke beleving van een andere wereld. Als je die wereld niet binnengaat, mét de personages je adem inhoudt en je laat betrekken in hun lotgevallen, kun je niet meeleven, en meeleven is het hart van de roman.’

Tijdens het interview voegt ze daaraan toe: ‘Wie een roman leest om te weten te komen wie goed is en wie slecht, blijft op zijn honger. Een goede roman legt op de eerste plaats je eigen dubbelzinnigheid bloot. De twijfel van de literatuur zorgt voor een diepgaande bevrijding, zeker in een land waar zowel goed als kwaad absoluut moeten zijn.’

Is de realiteit van Iran wel zo zwart-wit?

Azar Nafisi: Neen. De machthebbers hebben een eenduidig beeld gecreëerd en de rest van de wereld wil de realiteit herleiden tot de simpele tegenstelling tussen fundamentalisme en vooruitgang. Ik ontmoet zo vaak journalisten of zogenaamde experts die me zeggen dat ik niet écht Iraans ben. Dat wil zeggen: ik voldoe niet aan het beeld dat zij van Iran hebben. Men beseft veel te weinig dat Iran vandaag gebukt gaat onder een identiteitscrisis. Wij zijn een verbannen cultuur, die sinds de revolutie van haar verleden beroofd is en die geen heden of toekomst meer heeft. Alleen de taal heeft de aanslag van de nieuwe machthebbers op onze tradities overleefd.

Iran is blijven bestaan dankzij zijn poëzie. Maar ook op dat vlak was de islamitische revolutie een stap achteruit. De mollahs hebben Iran een vreemde taal opgelegd, vol politiek jargon en ontdaan van zijn poëzie en van zijn referenties naar menselijke gevoelens.

Zijn de oude culturele wortels van Iran helemaal verdwenen?

Azar Nafisi: De taal van de klassieke dichters Roemi, Haafez, Khayyam en Ferdawsi leeft nog, omdat zoveel mensen hun poëzie van buiten kennen. Toch denk ik dat onze culturele eigenheid herontdekt moet worden. We hebben een nieuwe taal nodig om uit te drukken wat mensen nu beleven. Het positieve van de huidige periode is dat iedereen de ideologische dictaten beu is, of het nu om marxistische of islamistische ideologie gaat. Bij nieuwe schrijvers merk je dan ook dat twijfel, verwarring en onzekerheid opbloeien. Ze vertellen me dat ze binnenin zichzelf een soort vacuüm voelen. Dat lijkt me uitstekend. Het is beter een leegte te voelen en die te exploreren, dan formules na te schrijven die door anderen zijn bedacht.

Zeventig procent van de Iraniërs is na de revolutie geboren. Zij hebben weinig vrijheid gekend.

Azar Nafisi: Juist daarom is deze generatie zich zo bewust van het belang van individuele vrijheid. Jongeren beseffen hoe belangrijk het is om affectie te kunnen voelen en uitdrukken, zonder ervoor gestraft te worden. Zij weten hoe belangrijk het is vrijheid van meningsuiting te hebben -omdat ze haar nooit ten volle gekend hebben. Deze generatie krijgt voortdurend te horen dat de islamitische revolutie Iran wil herstellen in zijn historische grootheid. Die mythe moeten wij doorprikken. We moeten de jongeren leren dat Iran nooit het land geweest is dat de ayatollahs er nu van willen maken. Iran is veel verschillende landen geweest in het verleden, en die historische diversiteit moeten we opnieuw ontdekken en leren koesteren.

Intussen zijn veel jonge Iraniërs geobsedeerd door het Westen.

Azar Nafisi: Dat komt omdat de ayatollahs alles verboden hebben, van kleuren over muziek en chocolade tot filosofie, zogenaamd omdat het allemaal westers is. Dat is onjuist, maar het versterkt wel de overtuiging dat alles wat leuk en lekker is uit het Westen komt. Daarom heb ik jonge mensen altijd bezworen hun eigen vrijheden te kiezen, op een affirmatieve manier in plaats van op een reactionaire manier. Reactionair, dat betekent in Iran dat je van het Westen houdt omdat de machthebbers het haten.

Ik heb zelf niet zo veel problemen met de kritiek die de Iraanse machthebbers leveren op de exploitatie van vrouwen en op het materialisme in het Westen. Het probleem zit in hun alternatieven. Is meisjes van dertien huwen een oplossing voor de ontucht van mannen? Is vrouwen slaan die niet gesluierd zijn een oplossing voor de verbrokkeling van de traditionele verbanden? Wie gelooft er nu eigenlijk nog dat dit regime zijn bevolking spiritualiteit en zingeving biedt? Integendeel, de maatschappij in Iran is nog nooit zo materialistisch geweest als nu.

Beseffen de machthebbers niet dat ze het Westen zo pas écht aantrekkelijk maken?

Azar Nafisi: De antiwesterse ideologie is het fundament voor de islamitische revolutie. Het is de enige claim van de islamisten op de macht en op legitimiteit, en daarom wordt die ideologie ook voortdurend herhaald en gevoed. Want als de waarheid over het Westen doordringt, dan wordt ook duidelijk dat de religieuze machthebbers nutteloos zijn. De machthebbers voelen zich geïntimideerd en bedreigd door het Westen. In zekere zin hebben ze gelijk: de kans dat de Iraniërs kiezen voor het Saudische model of voor het oude Sovjetmodel is onbestaande, maar de aantrekkingskracht van een westers maatschappijmodel is zeer reëel.

Natuurlijk is dat “Westen” waarnaar Iraniërs verlangen vaak een erg oppervlakkig, consumptiegerichte droom. Baywatch is niet toevallig de populairste tv-serie in Iran. Het Westen verschijnt in Iran in heel verschillende vormen. Degenen die het huidige regime bestrijden, zien er een bondgenoot en een voorbeeld in. Zij willen immers democratie, vrijheid, openheid. De machthebbers praten voortdurend over het westers imperialisme, al doen ze niets tegen de uitverkoop van onze economie. Het “imperialisme” waartegen de Iraanse machthebbers zich verzetten, is hetzelfde democratische Westen als dat van de oppositie. De macht verwerpt het Westen omdat het schrik heeft van zijn eigen volk.

Zijn alle religieuze leiders voorstanders van de theocratische staat?

Azar Nafisi: Veel vooraanstaande geestelijken hebben zich verzet tegen de idee van een klerikale staat. Groot-ayatollah Montazeri, bijvoorbeeld, wist dat dit systeem de islam zou vernietigen en dat mensen na een tijd niet alleen de dictatoriale leiders zouden gaan haten, maar ook de dictatoriale vorm van religie die ze preekten. Geen enkele Shah zou de godsdienst zo grondig kunnen discrediteren. In Iran is alles vandaag de schuld van de islam: van politieke bureaucratie tot slechte loodgieterij.

Toen ayatollah Khomeini overleed en er een groot mausoleum voor hem gebouwd werd, zei een taxichauffeur me: ‘Zo worden heiligen dus gemaakt. Als het vandaag zo vals is, dan zal het vroeger ook wel zo gebeurd zijn.’ Zijn diepe geloof werd weggevreten door de ervaring met de dagelijkse praktijk van een islamitische machtsklasse.

Toch broeit er blijkbaar geen opstand tegen die machthebbers.

Azar Nafisi: Het is verstandig dat de meeste Iraniërs vandaag geen nieuwe revolutie wensen, tenminste als dat betekent dat ze niet zitten te wachten op een nieuwe Heiland, een redder die alle kwalen van het heden oplost en zorgt voor een Gouden Toekomst die in alle eeuwen zal verdergaan. Mensen moeten leren rekenen op zichzelf en ze moeten de pijn van een lang proces leren doorstaan. De vraag is natuurlijk hoeveel ruimte het huidige regime toestaat voor een langzame maar ingrijpende verandering.

Te meten aan de voorbije maanden is die ruimte niet erg groot.

Azar Nafisi: Het regime is er door soms subtiele, soms brutale repressie in geslaagd de oppositiegroepen in Iran min of meer monddood te maken. En in het buitenland krijg je allerlei valse debatten, waarbij progressieve vrouwen de chador gaan verdedigen om zich af te zetten tegen de VS, of liberale denkers de figuur van Khatami naar voren schuiven als een oplossing voor de crisis. Zo komen we er natuurlijk nooit. In zekere zin maakt het gebrek aan een duidelijk alternatief in Iran me hoopvol voor de toekomst, misschien herhalen we zo de fouten van het verleden niet. Het verdwijnen van de zogenaamde hervormers is daarom ook een goede zaak.

U verliet Iran onder andere wegens de verplichting gesluierd op straat te komen. Waarom vond u die chador zo ondraaglijk?

Azar Nafisi: Als jong meisje droeg ik in de maand Ramadan een hoofddoek en vond ik dat erg romantisch. Deze revolutie heeft die romantiek volledig weggenomen. Ik begrijp mijn grootmoeder, die niet buiten komt zonder sluier. Zij gelooft dat God wil dat ze die draagt. Wat kan ik daar tegen in brengen? Maar bij mij heeft die chador nooit gepast. Ik gebruik mijn handen en mijn hele lichaam als ik praat, en de chador gaf me dan ook altijd een gevoel van beperking en onvrijheid.

Dat is volgens mij ook de onderliggende bedoeling ervan: voorkomen dat vrouwen zich vrij voelen. Het symbolische gewicht van de sluier is zo groot, omdat de conservatieve krachten er zo mordicus aan hechten. Daarom is elke vrouw die weigert hem te dragen al een kleine opstand tegen hun politieke macht. Voor mij is de religieuze betekenis van de hoofddoek vernietigd door de politisering ervan.

En dat geldt ook voor het hoofddoekendebat in Europa. Het heeft allemaal niet veel meer te maken met religieuze vrijheid. Iedereen die hier in Europa voorstander is van het recht van meisjes om de hoofddoek overal te dragen, is hypocriet als hij niet tegelijk opkomt voor het recht van alle vrouwen in islamitische landen om de hoofddoek niet te dragen. Ik stel ook in Europa vast dat veel meisjes onder zware druk staan van hun familie of omgeving om de hoofddoek te dragen. Dat is onaanvaardbaar. Geef die meisjes de vrijheid.

In Nabokovs Lolita, schrijft u, gaat het over ‘de confiscatie van het leven van het ene individu door een ander’. U verwijst daarmee ook naar de Iraanse staat.

Azar Nafisi: Bij gesprekken onder Iraanse vrouwen keert één thema steeds terug: het gebrek aan waardigheid en respect. Mijn studentes herhaalden ook keer op keer dat ze werden beroofd van hun jeugd, in zekere zin zoals Lolita: ze hebben nooit geweten wat het was om een opgroeiend meisje te zijn, om verliefd te worden, om hand in hand met een jongen door het park te lopen, om domme dingen te doen. Ze hebben niet de kans gehad zichzelf te ontdekken. Ze hebben, bij wijze van spreken, nooit geleerd gelukkig te zijn, terwijl het leven daar net over gaat.

Iedereen heeft een eigen weg om tot geluk te komen en we hebben allemaal de vrijheid nodig die weg te zoeken en te bewandelen. Zonder die vrijheid is er geen hoop. In Iran geraakt de hele samenleving in de greep van cynisme, en dat is nog veel erger dan woede, frustratie of angst. Alles geraakt erdoor verwrongen. Zelfs de seksualiteit van jongeren -die veel vroeger begint dan toen ik jong was- is doortrokken van een mengeling van schaamte en cynisme. Elk gevoel dreigt in een autoritaire samenleving immers een politiek statement te worden.

U vindt dat het persoonlijke niet politiek zou mogen zijn.

Azar Nafisi: Ik vind vooral dat het persoonlijke niet gereduceerd mag worden tot het politieke. Ik wil de sociale en politieke kant van het leven niet ontkennen, maar waarom moet de schaduw van de staat aanwezig zijn als een jongen en een meisje elkaar zoenen? Het hele weefsel dat uiteindelijk de samenleving vormt, wordt zo vertekend. Alles krijgt de kleur van zonde. Alles wordt geërotiseerd. Hoe kan je in een land als Iran niet voortdurend aan seks denken, als de staat het achter elke oogopslag, elk gebaar, elke ontmoeting, elk kledingstuk vermoedt?

Het mooie is dat jongens en meisjes er toch nog in slagen om, net als overal ter wereld, verliefd te worden. Alleen krijgen ze van de klerikale staat niet de ruimte om uit te vissen wat liefde betekent en hoe ze erin kunnen groeien. Ze moeten trouwen om dat te kunnen ontdekken, en voor velen leidt dat tot schrijnende toestanden. Onvrijheid fnuikt het leven.

Hoe kunnen mensen zich tegen onvrijheid verzetten?

Azar Nafisi: Nabokov zei ooit: ‘Wij zijn vrije burgers van onze dromen.’ Verbeelding is de belangrijkste kracht om verzet te organiseren tegen een dictatoriaal regime, omdat verbeelding altijd oneerbiedig is. Voor de verbeelding is niets of niemand heilig. Veel mensen laten externe machten toe hun verbeelding te koloniseren, omdat ze bang zijn voor hun eigen dromen en voor de verantwoordelijkheid die daarmee samenhangt. De cultus van het slachtofferschap is een uitvlucht om niet zelf te moeten denken en dromen. Veel mensen zijn ook bang van hun eigen individualiteit.

Daarom zijn massabewegingen ook zo gevaarlijk: ze geven mensen de veiligheid waarnaar ze verlangen, zonder ze voor hun verantwoordelijkheid te plaatsen. Je individualiteit verliezen kan op een bepaald moment een enorm gevoel van opluchting geven: je hoort erbij, je bent niet meer anders dan de anderen. Je hebt het gevoel dat er een reus achter je staat die je zal beschermen en bevestigen. Alleen is dat geen blijvend gevoel, en muteert die veiligheid al snel in een allesomvattende bedreiging.

Is die behoefte aan individualiteit geen typische middenklasse-behoefte?

Azar Nafisi: Neen. Ik pleit niet voor een individualisme dat gebaseerd is op consumptie, maar voor het recht voor iedereen om zelf gelukkig te worden, op een manier die hij of zij geschikt vindt. Dat geldt zowel voor armen als voor middenklassers, zowel voor boeren als stedelingen. Geluk is niet iets dat je collectief kunt verplichten.

Lolita lezen in Teheran van Azar Nafisi. Uitgegeven door Arena / Standaard Uitgeverij, 399 blzn. ISBN 90-6974-555-0

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.