Iran tegen Saoedi-Arabië: strijd om de moslimharten

De strijd om invloed in het Midden-Oosten slaat een diepe kloof in de Golf tussen Saoedi-Arabië en Iran. Beide staten zien zichzelf als de morele leiders in de regio en proberen de moslimharten voor zich te winnen.

In 2004 kreeg de zoekrobot Google te maken met een Googlebom uit Iran. Het was een poging van honderden Iraanse bloggers en webmasters om de term “Perzische Golf” hoger in de resultatenlijst van Google te laten verschijnen dan “Arabische Golf”. En in 2006 verbood Teheran even de verkoop van het weekblad The Economist omdat het refereerde aan “de Golf” in plaats van aan “de Perzische Golf”.
Een goede naam is beter dan olie, vindt Iran. De Perzische Golf is volgens de Iraniërs de enige juiste naam voor het water dat het Arabische schiereiland van Iran scheidt. De Arabische Golfstaten verwerpen die claim sinds de jaren zestig, toen het Arabisch nationalisme opkwam. ‘Sommige Iraniërs gaan zelfs zo ver dat ze de Gulf Cooperation Council (GCC) tot de PGCC willen omdopen’, zegt Paul Aarts, Midden-Oostendeskundige van de Universiteit van Amsterdam. ‘Maar het leeft aan beide kanten. Als ik in de regio kom, zowel in Iran als in de Golfstaten, komt dit onderwerp altijd wel ter sprake.’

Expansiedrang


De verdeeldheid tussen de sjiitische Iraniërs en de soennitische Arabieren gaat verder dan het getouwtrek over een naam. Er gaapt een diepe kloof tussen de twee rivalen Saoedi-Arabië en Iran. Zowel Teheran als Riyad lijdt aan expansiedrang en dingt de laatste jaren steeds meer naar het ideologische leiderschap in het Midden-Oosten. Vooral in conflicthaarden als Irak, de Palestijnse gebieden, Afghanistan en Pakistan proberen beide staten een vinger in de pap te houden via sociale, religieuze en economische netwerken.
Hun buitenlandse beleid is gebaseerd op ideologische en veiligheidsbelangen, hun onderlinge twisten spelen ze uit volgens de regels van de harde retoriek. De Iraanse president Ahmadinejad –die daarin zijn gelijke niet vindt– laat geen gelegenheid onbenut om de Saoedische koning Abdullah te bestempelen als een laffe marionet van de Amerikanen en de “jodenstaat” Israël. Strategisch is dat geen slechte zet: de bevolking van de Arabische landen is het ontbreken van politieke moed bij hun regeringen in het muurvaste Midden-Oostendossier meer dan beu.
Ahmadinejad is niets anders dan een despoot, roepen de Saoedi’s terug. De Saoedische koning Abdullah hamert voortdurend op de dreiging van de potentiële atoommacht Iran. En ook de Saoedische pers vuurt met regelmaat berichten af over de dreiging van de Iraanse infiltratie in de Arabische landen.

Ideologische geldstromen


‘Saoedi-Arabië beschouwt zichzelf als het enige echte baken van de ware –soennitische– islam’, zegt islamonderzoeker Joas Wagemakers van de Radboud Universiteit Nijmegen. ‘Riyad heeft als doel het wahabisme, de Saoedische staatsgodsdienst, te verspreiden en afwijkende vormen van de islam te bestrijden, via missionering. In de concurrentiestrijd met Iran om de harten en hoofden van de regio vormen geld en giften een strategisch instrument.’
Volgens Wagemans staat het Saoedische wahabisme zeer terughoudend tegenover politiek. ‘Nochtans is de missioneringsmissie van Saoedi-Arabië al lang niet meer puur religieus-ideologisch’, zegt Gerd Nonneman, professor Internationale Betrekkingen en Golfstudies aan de Britse universiteit van Exeter. ‘De Saoedi’s gebruiken de ideologische geldstromen wel om hun eigen binnenlandse en buitenlandse politiek-strategische doeleinden veilig te stellen, in het kader van hun veiligheidsbeleid, maar dat betekent ook weer niet dat ze hun politieke model willen exporteren.’
Veel van het liefdadigheidsgeld ging in het verleden via privéfondsen naar diverse buitenlandse groepen, met goedkeuring van de staat. Die zag deze activiteiten als verzekering van zijn eigen legitimiteit. ‘Een deel van dat geld is, naar eigen zeggen ongewild, gebruikt voor verkeerde, politieke doeleinden’, zegt Wagemakers, waarmee hij verwijst naar Al Qaeda en andere soenni-fundamentalistische extremisten. ‘
De Saoedi’s hebben met hun wahabistisch model een islamistische Frankenstein gecreëerd. Het is een monster dat ze niet meer onder controle hebben.’ Toen na 9/11 bleek dat zestien terroristen van Saoedische afkomst waren, kwam Riyad onder zware druk te staan om mee te werken aan de internationale strijd tegen de terreur. Sinds 2003 controleert Saoedi-Arabië, onder druk van de Amerikanen, zeer nauwgezet de fondsen die ngo’s en privéstichtingen naar het buitenland sturen.
Iran heeft, wat missioneringswerk betreft, een kleinere afzetmarkt dan Saoedi-Arabië. ‘Iran wordt ook niet als centrale sjiitische leider gezien, wel gelden de Iraniërs bij de internationale moslimgemeenschap als uitdagers, als vertegenwoordigers van de derde wereld tegen Israël en de VS’, zegt Nonneman. ‘De sjiieten hebben een grote groep van geestelijke leiders en gereputeerde geleerden als hoogste gezag. Die bevinden zich uiteraard niet allemaal op een en dezelfde lijn. Er zijn dus ook nogal wat ayatollahs die het niet eens zijn met de Iraanse regering.’

Het belang van Afghanistan voor Iran


Twintig procent van de Afghaanse bevolking is sjiitisch en Iran heeft goede etnisch-nationalistische banden met de Afghaanse Tadzjieken, die Perzisch spreken. Het is echter gissen hoever de invloed van Teheran reikt en wat de echte belangen zijn.
De afgelopen dertig jaar heeft Iran zich steeds sterker doen gelden in Afghanistan, vooral in het westen en in de regio Hazarajat, schreef P. Van Hattem in 2008 in de Nederlandse Militaire Spectator. ‘Als de regering in Kaboel haar centrale gezag niet weet uit te breiden naar de rest van Afghanistan, zal de Iraanse invloed het komende decennium verder groeien.’ Volgens Van Hattem droeg Teheran sinds 2002 honderden miljoenen hulpdollars bij voor de wederopbouw van Afghanistan en sloten beide landen belangrijke bilaterale handelsovereenkomsten. Tegelijk zette Teheran sinds 2006 vanuit Oost-Iran 100.000 Afghaanse vluchtelingen gedwongen de grens over. En er zijn natuurlijk de uitvoerige speculaties over wapentransporten naar Iran, waarbij Teheran elke betrokkenheid ontkent. Iran heeft er belang bij om de Afghaanse overheid te destabiliseren, zegt Van Hattem. Een zwak centraal bestuur in Kaboel biedt immers kansen voor meer inmenging van buitenaf.
Iran steunde de Noordelijke Alliantie in Afghanistan volop, die tegen de radicaal soennitische taliban vocht. Dat er vanuit Teheran ook militair materieel naar de taliban werd gestuurd, wat de opeenvolgende Amerikaanse staatsrapporten over internationaal terrorisme beweren, lijkt dus wel erg sterk. Dat is ook de mening van Gerd Nonneman: ‘Er zijn zeker bepaalde groepen in Iran, zoals elementen van de Revolutionaire Garde en religieuze stichtingen, die koste wat het kost, via de steun van Afghaanse strijders, een anti-Amerikaans spel willen spelen. Maar globaal is het Iraanse beleid altijd antitaliban geweest. Je mag ook niet vergeten dat de taliban acht Iraanse diplomaten hebben vermoord in 1998. En Teheran heeft ook altijd krachtdadig opgetreden tegen de drugssmokkel. Op dat gebied is Iran simpelweg een natuurlijke bondgenoot van het Westen.’
Van een dooi tussen Washington en Teheran is echter nog geen sprake. Nochtans zorgde Iran op de Bonn-conferentie in 2001 voor een doorbraak in de onderhandelingen om een posttalibanregering in Kaboel op poten te zetten. De Iraanse welwillendheid werd volledig getorpedeerd door George Bush, die het land kort nadien bij de As van het Kwaad onderbracht. Ondanks die bekoelde betrekkingen en de anti-Amerikaanse retoriek toont Iran toch ook pragmatisme. De Iraniërs zouden meer en meer vragende partij zijn voor specifieke samenwerking met de VS tegen de oprukkende taliban, schrijft ook de International Crisis Group in een recente briefing.

Pro-wahabisme in Kaboel


Saoedi-Arabië kan een belangrijke bemiddelaarsrol spelen tussen het Westen, Afghaanse leiders en militanten van de taliban. Dat vinden ook de VS. Saoedi-Arabië steunde destijds, samen met de Amerikanen, de Afghaanse verzetsbeweging tegen de Sovjetbezetting. Volgens de Pakistaanse schrijver Ahmed Rashid gaven de Saoedi’s tussen 1980 en 1990 vier miljard dollar officiële hulp aan de moedjahedien. Riyad legde hulplijnen naar pro-wahabistische Pathanen en naar leidersfiguren van de taliban, aldus de Amerikaanse Iran-expert Kenneth Katzman in een nieuw Iran-rapport.
Saoedi-Arabië knipte de officiële banden echter door na 9/11, maar bleef nog wel aanwezig in Afghanistan. Volgens een publicatie van de Amerikaanse Raad voor Buitenlandse Betrekkingen gaf Saoedi-Arabië in 2002 maar liefst 230 miljoen dollar humanitaire hulp aan Afghanistan. Mai Yamani, die verschillende boeken over het onderwerp schreef, en verbonden is aan het Carnegie Endowment, zegt dat die hulp wel degelijk is gebaseerd op ideologie: het verenigen van de soennitische Afghanen. En ze schat dat het ook een strategische zet is om de Iraanse invloed tegen te gaan.

Iran heeft belang bij een zwakke Afghaanse overheid: des te meer kan het zichzelf in het buurland inmengen.
Brandhaard Pakistan


Met Pakistan onderhield Iran vooral een militaire samenwerking in het begin van de jaren negentig. Maar door de sterke banden van Saoedi-Arabië met Islamabad en de steun van Pakistan aan de taliban bekoelden de betrekkingen sterk. De toekomstige bouw van een gaspijpleiding van Iran via Pakistan naar India zou die betrekkingen weer kunnen opwarmen.
Saoedi-Arabië wordt eerder als een natuurlijke bondgenoot van Pakistan gezien. De Arabische Golfstaat zou rechtstreeks geld naar de beruchte madrassa’s, moskeeën en stichtingen van de wahabistische stromingen in Pakistan sturen. Experts nuanceren dit. ‘Dat er ergens een salafistischer, wahabistischer interpretatie van de islam is, betekent niet dat Riyad zich daar onmiddellijk wil gaan installeren’, zegt Nonneman. ‘In het verleden waren de banden sterk, maar zelfs dan nog erg berekend, met het oog op de banden met Amerika en de strijd tegen het communisme. Nu is er trouwens een kink in de kabel. De vroegere premier Nawaz Sharif was een goede bondgenoot van Saoedi-Arabië, maar de huidige president, Asif Ali Zardari, is een sjiiet. En dat is een probleem.’
Er wordt ook te veel een mix gemaakt van het Saoedische wahabisme en de ideologie van de Pakistaanse Deobandi’s, zegt Joas Wagemakers. ‘Er zijn wel degelijk verschillen. Het wahabisme is een heel puristische islamitische stroming, waar geen ruimte is voor vernieuwing. Bij de Deobandi’s zie je daarentegen meer gebruiken uit de populaire islam en meer regionale tradities.’
Als er al sterke banden zijn met Saoedi-Arabië, heeft dat voor een groot deel ook te maken met de bedragen die arbeidsmigranten uit de Golf naar huis sturen, zegt Bruno De Cordier, onderzoeker bij de Conflict Research Group van de Universiteit Gent. ‘Die gastarbeiders zijn beïnvloed door de strenge wahabistische leer in Saoedi-Arabië en steunen dus vooral de conservatievere groepen in hun herkomstland, zoals de Deobandi’s.’ De cijfers die De Cordier geeft zijn duidelijk. Tussen 1988 en 2002 steeg het aantal wahabistische madrassa’s van 160 tot 380. Het aantal Deobandimadrassa’s daarentegen steeg van 1800 naar 7000.

Het verraad van Hamas


Veel Saoedi’s delen de overtuiging dat het Israëlisch-Palestijns conflict het politieke kernprobleem is in het Midden-Oosten. In de buitenlandse politiek van koning Abdullah vormt het conflict een teer punt. De Saoedi’s, trouwe bondgenoten van Amerika, zitten tussen hamer en aambeeld, want de soennitische Palestijnen worden verondersteld hun natuurlijke bondgenoten te zijn. Saoedi-Arabië bood al in 2002 aan om de betrekkingen met Israël te normaliseren, maar reageerde ook woedend op de oorlog tegen Gaza begin dit jaar.
Riyad onderhield in het verleden zowel met Hamas als met Fatah goede banden. ‘Aanvankelijk stapte Saoedi-Arabië niet mee in de internationale boycot tegen Hamas’, zegt Nonneman. ‘De Saoedi’s waren van mening dat er zonder Hamas toch geen akkoord zou komen en pleitten voor een eenheidsregering.’ Maar na de unilaterale machtsovername door Hamas van Gaza, werd het Saoedisch bemiddelde Mekka-akkoord over een Palestijnse eenheidsregering natuurlijk opgeblazen. Abdullah voelde zich persoonlijk verraden door Hamas, dat zich niet aan zijn belofte had gehouden.
Voor Iran vormen de Palestijnen de kers op de taart waarmee het de harten van de Arabische moslims voor zich kan winnen. Iran is al lang aanwezig in de bezette gebieden. En omgekeerd. De vroegere PLO-leider Yasser Arafat, nochtans een soenniet, was destijds de eerste om ayatollah Khomeini te feliciteren na het omverwerpen van de sjah in 1979. ‘De Moslimbroederschap, die aan de wieg van Hamas stond, vond ook inspiratie in het sjiisme’, zegt Wagemakers. ‘Je mag je niet blindstaren op die sektarische scheidslijnen. Er waren wel degelijk liaisons. Hamas krijgt steun uit Iran, maar zit daarom niet volledig in de zak van Teheran. Ze hebben vandaag simpelweg geen keuze. Voor wat hoort wat.’
Zowel Nonneman als Wagemakers nuanceert de macht van Iran over de spitsbroeders van de Palestijnen in Libanon, de Hezbollah. ‘De Iraanse Opperste Leider, ayatollah Khamenei, is de spirituele inspiratie van de Hezbollah, en zijn portretten hangen op bij de Hezbollah-aanhang in Beiroet. Er zijn wederzijdse ideologische belangen, en ook de familiale banden tussen de Hezbollah en Iran zijn sterk. Maar Hezbollah is in de eerste plaats een Libanese groep, met een eigen nationale agenda’, meent Wagemakers.

Bagdad dichter bij Teheran


Iran en Irak delen niet alleen een sjiitische agenda. Er werden ook banden gesmeed toen een groot deel van de oppositie onder Saddam Hoessein steun kreeg van Iran. En ook de Amerikaanse inval in Irak leverde de Iraniërs aanhang bij de Irakezen op. Door sjiitische, anti-Amerikaanse milities te steunen, won Iran populariteit, ook bij de leiders. Zo ging de Iraakse premier Nuri al-Maliki al vier keer op bezoek in Teheran om uit te leggen dat het Amerikaans-Iraakse Defensiepact geen bedreiging inhoudt voor Iran. De Iraniërs kantten zich immers tegen het behoud van Amerikaanse bases in Irak. In de definitieve versie van het Pact staat echter dat die bases in geen geval mogen dienen om andere landen aan te vallen.
De banden tussen Iran en Irak zijn ook economisch heel sterk. Beide landen ondertekenden stevige handelsakkoorden over onder meer transport, energie, vrij verkeer voor sjiitische pelgrims, grensbeveiliging, het uitwisselen van informatie van de inlichtingendiensten. Volgens een recent rapport van de onderzoekscel van het Amerikaanse Congres bedraagt de bilaterale handel nu vier miljard dollar.
‘Iran is erin geslaagd om in Irak een vinger in de pap houden, maar ook hier is het niet zo dat Bagdad Teheran gehoorzaamt’, vult Nonneman aan. ‘De meeste Iraakse sjiieten laten zich vooral inspireren door ayatollah al-Sistani, zelf van Iraanse oorsprong, maar iemand die zeker niet naar Irans pijpen danst.’
Ook Saoedi-Arabië onderhoudt al lang informele banden met Irak, zegt Nonneman. ‘Die relaties berusten enerzijds op dollardiplomatie en anderzijds op goede informele contacten met bepaalde Iraakse stammen. Door die laatste te financieren, houden de Saoedi’s een soort patronageverhouding in stand. De relaties zijn belangrijk, maar ze hebben wel hun beperkingen.’ Minder gelukkig voor de Saoedi’s was dat sommige soennitische bewegingen banden hadden met Al Qaeda, wat hen in een lastig parket bracht tussen publieke opinie en internationale druk.

Gezamenlijke belangen


Iran en Saoedi-Arabië hebben ook gemeenschappelijke belangen. ‘Het zijn net kinderen’, zegt Paul Aarts. ‘Kijk naar dat gehakketak over de naamgeving van de Golf. Het is niet meer dan een spelletje tussen twee bijzonder chauvinistische partijen. Zo immens diep is de kloof niet. Onder de vorige, vrij hervormingsgerichte Iraanse president Khatami, klaarde de hemel boven Iran en Saoedi-Arabië enigszins op, de contacten werden beter. Beide partijen hebben elkaar immers nodig om de binnenlandse en regionale stabiliteit te bewaren. Het is boeiend om te zien dat er elke week wel ergens een conferentie over het gezamenlijke Persian Gulf Security Pact is.’
Iran leurt al jaren met het voorstel om een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid met de Golfstaten te ontwikkelen, zegt Nonneman. ‘Hier zie je echt weer zo’n typische patstelling. Iran wil als absolute voorwaarde van zo’n regionale veiligheidsstrategie dat er geen inmenging is van de Amerikanen. Per definitie aanvaarden de Golfstaten dat niet.’
Saoedi-Arabië is als de dood voor slechtere relaties met Iran, omdat de olie- en de gasinstallaties in de Arabische Golf bijzonder kwetsbaar zijn. ‘Iran kan zeker militair terugslaan. Zijn slagkracht kan beperkt worden door Amerikaanse luchtaanvallen, maar Iran kan Qatar zeer snel bereiken. Dat verklaart ook de grote nervositeit bij de Arabieren over de Iraanse betrekkingen met de VS en Israël.’
Iran beseft ook dat het niet kan leven van ideologische retoriek alleen. Daarom gaan in Iran volgens Nonneman ook hier en daar stemmen op die aanvaarden dat een realistische regionale structuur met de acht Golfstaten niet kan zonder enige associatie met externe machten zoals de VS en Turkije. ‘Maar zolang Iran Ahmadinejads blijft produceren, zit dat er niet echt in’, voegt Nonneman eraan toe.
Economische cijfers en gegevens over Saoedi-Arabië en Iran.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur