Irene Khan: ‘Ook bedrijven moeten de mensenrechten respecteren’

Europese regeringen hameren altijd op het belang van mensenrechten, al vergeten ze daarbij vaak de sociale, economische en culturele rechten te vermelden. Voor ex-secretaris-generaal van Amnesty International Irene Khan is armoede de ergste mensenrechtenschending en zijn politieke en burgerlijke rechten juist nodig om gemarginaliseerde groepen de kans te geven volop te werken aan hun eigen ontwikkeling.
  • Gie Goris Ontwikkeling wordt het best gediend door politieke systemen die mensen echte inspraak geven. Gie Goris
Haar vader was dokter in Dhaka, Bangladesh. Dat betekent dat ze een relatief beschermde jeugd gehad heeft, al maakte ze als tiener wel de oorlog mee tussen Oost- en West-Pakistan, en toen ze later in Noord-Ierland ging wonen, kwam ze opnieuw in een gewelddadig conflict terecht.
Het tekende haar visie op conflicten: ‘Onder de oppervlakkige tegenstelling tussen Pakistan en Bangladesh of tussen katholieke en protestantse Ieren, ging telkens een conflict schuil over economische en sociale kansen en discriminatie.’ Door rechten te studeren ontdekte Irene Khan dat wetgeving een heel krachtig instrument is in de strijd tegen onrecht, ongelijkheid en discriminatie.
Maar de duizenden interviews die ze voor de VN vluchtelingenorganisatie (UNHCR) deed, brachten haar tot het besef dat wetten alleen niet volstaan om mensen hun recht en waardigheid te geven. ‘Ik begreep dat zelfs goede wetten waardeloos zijn als slachtoffers niet in staat zijn zichzelf te organiseren en voor hun eigen rechten op te komen.’

MO* sprak met Irene Khan in het Paleis der Naties in Genève, waar ze door de VN Mensenrechtenraad uitgenodigd was om deel te nemen aan een panelgesprek over de impact van de financieel-economische crisis op de mensenrechten.
Waarom omschrijft u armoede als de ergste schending van de mensenrechten?
Irene Khan
: Mensen zitten klem in de armoede omdat hun mensenrechten geschonden worden. De belangrijkste oorzaak van armoede is discriminatie of onzekerheid. In het Wereldbankrapport The Voices of the Poor, waarvoor meer dan 60.000 mensen in zowat twintig landen geïnterviewd werden, is dé rode draad de machteloosheid van de armen: mensen die niet bij machte zijn hun eigen toekomst in handen te nemen, mensen die niet weten of ze morgen nog wel een baan of een inkomen zullen hebben, mensen die er niet zeker van zijn of ze die avond wel eten op tafel kunnen zetten voor zichzelf en hun kinderen… Het gaat er mij dus niet om de definitie van armoede of mensenrechten te veranderen, maar om de werkelijkheid recht in de ogen te kijken en goed te zien waarover armoede werkelijk gaat.
Wie goed kijkt, ziet dat je armoede niet oplost met geld alleen.
Irene Khan
: Dat klopt, al heb je dat geld natuurlijk wel nodig. Maar zelfs als er meer scholen gebouwd worden, gaan er nog niet automatisch meer meisjes naar school. Investeringen in de landbouw betekenen nog niet dat kleine boeren meer zekerheid krijgen over hun grondbezit. In Mexico zijn miljoenen vrouwen uit het binnenland naar de grensstreek met de Verenigde Staten getrokken, op zoek naar een verbetering van hun economische situatie. Hun inkomen ging er ook op vooruit, maar ze kwamen in de frontlinie terecht van brutaal geweld tegen vrouwen, dat hebben we onder andere in Ciudad Juárez moeten vaststellen.
Hoe maakt het “hebben van een stem” een verschil in de voorbeelden die u geeft?
Irene Khan
: Een stem hebben betekent dat je medezeggenschap krijgt over beslissingen die jouw leven beïnvloeden. Dat lijkt heel vanzelfsprekend, maar toch wordt er vaak aan voorbijgegaan, onder andere vanwege de overtuiging dat armen niet in staat zijn zelf de juiste beslissingen te nemen: ze zijn analfabeet of laaggeschoold, ze kennen niet alle informatie of beseffen de consequenties niet. Dat is uiteraard een schaamteloos foute redenering.

Bovendien geloven veel mensen dat een onvrije maatschappij beter geschikt is voor ontwikkeling dan een participatieve democratie, al zijn er geen statische gegevens die een verband tussen ontwikkeling en onderdrukking bewijzen. Integendeel: voorbeelden zoals Birma en Zimbabwe bewijzen hoe diep onvrijheid een land in de armoede kan storten.
Ik weet dat men tegenover die dramatische voorbeelden zwaait met de ervaring van China, waar een gebrek aan politieke vrijheid wél gepaard is gegaan met indrukwekkende economische groei. Maar ik ben er niet van overtuigd dat er een oorzakelijk verband is tussen die twee.
Misschien is de onvrijheid in China minder groot dan wij denken?
Irene Khan
: China heeft geïnvesteerd in de sociale en economische basisrechten van zijn bevolking. Maar het gebrek aan transparantie en verantwoording van het beleid leidt wel degelijk tot problemen. Want daardoor duurt het veel langer eer het beleid reageert op het ontstaan van te grote ongelijkheid, op ecologische roofbouw, op het gebrek aan rechten voor interne migranten.
Een maatschappij waar burgers geen stem krijgen, waar vrije media niet toegelaten worden en waar het onmogelijk is om je eigen mening uit te drukken, heeft ook meer kans om ten prooi te vallen aan corruptie, wat op zijn beurt vaak armoede voortbrengt. Ontwikkeling wordt het best gediend door politieke systemen die mensen echte inspraak geven.
De westerse liberale democratie is dus toch het beste systeem?
Irene Khan
: Ik zou transparantie, participatie en verantwoording niet meteen gelijkstellen aan de westerse democratieën. Daarvoor zijn er toch te veel schandalen met misbruik van openbare middelen en macht. Democratie is meer dan verkiezingen en een formeel parlement, het is op de eerste plaats een proces dat mensen steeds meer betrekt bij beleid dat hen aangaat.
Nobelprijswinnaar Amartya Sen verkondigt al meer dan twintig jaar de samenhang tussen vrijheid en ontwikkeling, maar er is verrassend weinig gebeurd met dat cruciale inzicht. Sommige regeringen zeggen dat ze eerst de sociale en economische rechten willen realiseren en dat ze daarna tijd zullen maken voor de politieke en burgerlijke rechten.
Andere regeringen stellen dat je eerst en vooral moet werken aan de politieke rechten en vrijheden en dat de sociale en economische rechten dan vanzelf zullen volgen. Ik aanvaard geen van beide uitgangspunten. De armen moeten een stem hebben in het debat, maar ze moeten tegelijk ook te eten hebben.
Vraagt u niet te veel van regeringen in ontwikkelingslanden?
Irene Khan
: In de Filipijnse stad Cebu werden jarenlang plannen gemaakt om iets te doen aan de situatie van de sloppenwijkbewoners, maar die mislukten een voor een. Pas toen de mensen zelf zich verenigden en een dialoog met de overheid aangingen, kwamen er plannen die de zorgen en behoeften van de bewoners centraal stelden, en die dus ook echt iets opleverden toen er geld kwam om ze uit te voeren.

In India is er sinds 2005 een wet op de openbaarheid van bestuur, de Right to Information Act (RTI). Door die wet is de machtsverhouding tussen overheid en burgers fundamenteel veranderd, omdat ze het overheidsbeleid transparanter gemaakt heeft. Mensen kunnen nu beter het verschil zien tussen de rechten die ze hebben en wat daarvan in de feiten overblijft. Dat levert allesbehalve een volmaakte wereld op, maar het zijn stappen vooruit.
In Rajasthan, bijvoorbeeld, kwamen dorpsbewoners dankzij de RTI te weten
‘Met het geld van de financiële reddingsoperaties kunnen we elk kind ter wereld naar school sturen, een half miljoen moederlevens redden of miljoenen mensen van zuiver drinkwater voorzien.’
groot het verschil was tussen de hoeveelheid voedselhulp die de regering toekende en het aantal zakken rijst dat de plaatselijke overheid uitdeelde. Omdat ze dat wisten, konden ze ook rechtzetting eisen.

Ook in Bangladesh, waar recent een vergelijkbare wet is aangenomen, zie je dat mensenrechtengroepen en ngo’s dat instrument gebruiken om met vrouwen, sloppenwijkbewoners, boeren en boerinnen of andere arme en gemarginaliseerde groepen aan een verbetering van hun rechten en hun leven te werken. Maar een wet op de openbaarheid van bestuur heeft natuurlijk alleen zin in een bredere context van persvrijheid en de mogelijkheid om voor je eigen mening uit te komen.
Ziet u vooruitgang inzake de vrijheid van meningsuiting?
Irene Khan
: Aan de ene kant groeit de vrijheid en zijn steeds meer mensen in staat om informatie te verspreiden, via facebook, twitter, mobiele telefoons – herinner u de beelden uit Birma die de wereld rondgingen, ondanks de massale en hardhandige pogingen van het leger om dat te beletten. In Iran hebben mensen via internet en schotelantennes toegang tot informatie die de overheid probeert te verbieden.
Aan de andere kant zie je dat ook de controle over de media toeneemt. En dan heb ik het niet alleen over wat overheden doen, maar ook over de concentratie van media in de handen van enkele commerciële groepen. Die bedreigt duidelijk de vrijheid van informatie en van meningsuiting. De druk om winst te maken bepaalt immers mee waarover bericht wordt en waarover niet. De vraag welke mensenrechtenverplichtingen de mondiale economische spelers hebben, wordt dan ook steeds prangender.
En het antwoord op die vraag is?
Irene Khan
: Ik vind dat al wie macht heeft verantwoording moet afleggen. Het is zonder meer duidelijk dat de multinationale bedrijven en financiële groepen een enorme macht hebben, en dus kunnen ze niet langer hun verantwoordelijkheid inzake mensenrechten ontlopen.
Er zijn al interessante stappen gedaan met vrijwillige bedrijfscodes, maar uiteindelijk zal dat niet volstaan en moeten er internationaal erkende en afdwingbare mensenrechtenstandaarden voor bedrijven komen. Ik geloof dat die standaarden er zullen komen omdat bedrijven vragende partij zijn voor gelijke behandeling.
Belgische bedrijven die in Congo investeren staan vandaag waarschijnlijk meer onder druk van een alerte en geïnformeerde publieke opinie dan Chinese bedrijven. Dat zal hen er zelf toe aanzetten om veralgemeende regels te vragen en te aanvaarden.
Met andere woorden: als de machtige spelers gediend zijn met het universaliseren van verantwoordelijkheden, dan zullen ze daarnaar streven?
Irene Khan
: Als bedrijven meewerken aan het tot stand komen van universeel geldende regels, dan maakt het mij niet zoveel uit waarom ze dat doen. Als het resultaat maar is dat bedrijven ter verantwoording geroepen kunnen worden voor de manier waarop ze met mensenrechten omgaan. En als ze de rechten van mensen schenden, moet er een sanctiemechanisme zijn. Dat is wat telt. Want zo’n doorbraak zou ongetwijfeld ten arme en kwetsbare bevolkingsgroepen goede komen.
Zijn mensenrechten belangrijker dan ontwikkelingshulp?
Irene Khan
: Ik zie de tegenstelling niet. Internationale hulp is een plicht in een internationaal mensenrechtenkader, geen optie. Zeker in de huidige economische crisis, die veroorzaakt werd door de rijke landen, maar vooral de arme landen treft. Er is trouwens een wettelijke basis voor.
Het Verdrag voor economische, sociale en culturele rechten legt regeringen op te voorzien in gezondheidszorg, scholing, huisvesting en dergelijke en erkent dat overheden de realisatie van die rechten kunnen faseren naar gelang van de middelen die ze hebben. Tegelijk zegt het verdrag dat er een verplichting is tot internationale hulp om de betrokken overheden daarbij te helpen.
Met andere woorden: wie de middelen heeft, móet hen helpen die ze niet hebben. Daartegenover staat de verplichting om die hulp goed te gebruiken, en dus een verplichting tot transparantie en verantwoording. Het grootste probleem in verband met ontwikkelingshulp is vandaag echter de beschikbaarheid van de nodige middelen.
Er wordt opnieuw beknibbeld op hulpbudgetten, terwijl er gigantische bedragen beschikbaar waren om de banken te redden. Met dat geld kunnen we elk kind ter wereld naar school sturen, een half miljoen moederlevens redden of miljoenen mensen van zuiver drinkwater voorzien.
Maar het waren niet zozeer de regeringen die verantwoordelijk waren voor de financiële crisis als wel de banken en bij uitbreiding de financiële wereld.
Irene Khan
: Verantwoordelijkheid bestaat niet alleen voor daden maar ook voor nalatigheid. Dat overheden nagelaten hebben de financiële systemen voldoende te regelen en te controleren, maakt hen medeverantwoordelijk voor de excessen en financiële misdrijven die onder hun ogen begaan werden. Maar dat geldt uiteraard nog meer voor hen die verantwoordelijkheid droegen en dragen in de financiële wereld.
Door hun onverantwoordelijke gedrag verliezen kwetsbare migranten hun baan en verliezen hun families thuis dus een inkomen, waardoor miljoenen kinderen niet langer naar school kunnen. Dat belast de toekomstkansen van miljoenen mensen. Meer jonge vrouwen sterven vanwege ontoereikende gezondheidszorg. Meer kinderen worden ziek van onzuiver drinkwater. Er is zo veel geld opgebruikt om de onpeilbaar diepe gaten in het financiële systeem te vullen, dat er geen middelen meer zijn om te investeren in de rechten van de armen.
Mensenrechten zijn universeel, maar hoe zit het met de verantwoordelijkheid van staten voor mensen die zich niet wettelijk op hun grondgebied bevinden?
Irene Khan
: Mensen zonder papieren zijn geen mensen zonder rechten. Mensenrechten verwerf je niet met verblijfspapieren, ze komen je toe op basis van je mens-zijn. Wie geen wettelijke verblijfspapieren heeft, heeft toch recht op gezondheidszorg. En zijn kinderen hebben recht op onderwijs. We kunnen niet toestaan dat iemand onmenselijk behandeld wordt op basis van een louter formele afspraak over papieren.
Wie opgepakt wordt, heeft recht op een eerlijk proces, ongeacht zijn verblijfsstatus. Europa kan zoveel muren bouwen als het wil, zo lang de ongelijkheid en de armoede in de wereld zo groot blijven, worden migranten en vluchtelingen toch niet tegengehouden. We hebben een ruimere benadering nodig die niet alleen focust op manieren om migranten tegen te houden, maar meer investeert in het bestrijden van armoede en ongelijkheid.

MO*LEZING
Irene Khan en minister Steven Vanackere: Armoede is de ergste mensenrechtencrisis Dinsdag 20 april, 19u30, Beursschouwburg Brussel. Inkom: €5. Inschrijven verplicht via jan.buelinckx@mo.be.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur