Ivoorkust. De vrede wordt gegijzeld.

Eind 2004 was de burgeroorlog in Ivoorkust enkele dagen wereldnieuws. Negen soldaten van de Franse vredesmacht sneuvelden, waarop het Franse leger de hele Ivoriaanse luchtmacht in één klap tot schroot herleidde. Intussen is het stil op het internationale nieuwsfront. In Ivoorkust zelf woekert het geweld ongestoord verder.
Twee jaar na de ondertekening van de vredesakkoorden van Marcoussis -door de regering van Abidjan en de rebellen uit het noorden- is Ivoorkust nog steeds verdeeld tussen een zuidelijke zone onder regeringscontrole en een noordelijke rebellenzone. VN-blauwhelmen en Franse militairen bewaken de bufferzone tussen beide. In november 2004 wakkerde het regeringsleger de vijandigheden weer aan door een luchtaanval op rebellengebied, waarmee ze een grondoffensief wilden voorbereiden. Bij die luchtaanval werd een Franse kazerne gebombardeerd, met negen Franse doden tot gevolg, waarna de Franse vredestroepen zo goed als de hele luchtmacht van het regeringsleger vernietigden.
Het bombardement op de kazerne leek erop gericht te zijn om de Franse troepen het land uit te jagen. Pas toen Gbagbo bijna al zijn aanvalsmiddelen kwijt was, keerde de Ivoriaanse president terug naar de onderhandelingstafel -of deed hij tenminste alsof.
Gbagbo’s medestanders blijven intussen de vredesakkoorden “die opgelegd werden door het buitenland” verwerpen. Die akkoorden voorzien de hereniging van het land, de ontwapening van de strijdende partijen en van de regeringsmilities, maar ook de herroeping van de wetgeving die de noordelijke presidentskandidaat Alassane Ouattara uitsloot van deelname aan de verkiezingen van 2000. Die wetgeving maakt van Ouattara immers een “vreemdeling”, wat hem het recht op een openbaar, verkozen ambt ontzegt.
Dit punt raakt de kern van het conflict, want op basis van die gewraakte wetten is een kwart van de Ivoriaanse bevolking “vreemdeling”. Het feit dat ze van buitenlandse afkomst zijn of etnisch verwant met Burkina Faso of Mali, is belangrijker dan het gegeven dat ze meestal in Ivoorkust geboren zijn. Die notie van Ivoirité, door het Front Populaire Ivoirien (FPI) van Gbagbo met vuur verdedigd, is niet meer en niet minder dan de Ivoriaanse tegenhanger van de Eigen Volk Eerst-campagnes elders ter wereld.

Eigen Haat Eerst


Eind januari trakteerden zowel de nationale radio als de krant Notre Voie -gecontroleerd door het FPI- de Ivorianen op grote dosissen haatpropaganda tegen de Fransen, die ervan beschuldigd worden de rebellen te bewapenen. Eén van de meest hardnekkige stemmen in het haatkoor is Simonne, de echtgenote van Gbagbo, alias Xena Warrior Princess. Voor haar hebben alle problemen maar één oorzaak: Alassane Ouattara, ‘Burkinees van vaders kant én van moeders kant’.
Generaal Philippe Mangou, de nieuwe chefstaf van het leger, beschuldigt half januari de rebellen van een terroristisch complot om de president te vermoorden. Maar de haat komt niet enkel uit één kamp. Twee topmensen uit de RDR van Ouattara voorspelden in januari op een publieke samenkomst de moord op Gbagbo in de volgende woorden: ‘De hyena zal achtervolgd worden tot in de diepten van zijn duisternis en zal geslacht worden.’
Op de woorden volgen de daden. Mikpunt van de regeringsmilities en de politie is iedereen die uit het noorden komt of moslim is. Begin januari werden twee door kogels doorzeefde lichamen gevonden in Abobo, dicht bij de hoofdstad Abidjan. Op tien januari schoten politie-agenten twee buschauffeurs van Dioula-afkomst dood in een van de wijken rond Abidjan, onder het voorwendsel dat ze vluchtmisdrijf pleegden.
Op het platteland gaan intussen de etnische zuiveringen door. Onder het voorwendsel van natuurbescherming begon de regering in december met de uitdrijving van een 50.000 koffieplanters en hun families uit het nationaal reservaat van Marahoué. Deze mensen bewoonden dit gebied al sinds 1959. Vlak voor kerstmis werden Burkinese boeren in Gagnoa van hun velden verdreven door leden van de Bété -de etnie van Gbagbo.
Bij de tegenaanval op het Bété-dorp vielen elf doden. Waarna dan weer zeven Burkinezen het leven lieten bij represailles. Het regeringskamp heeft geen monopolie op geweld of massagraven. In juni 2004 werden in het noorden, in Korhogo, 99 lijken ontdekt in een massagraf, na botsingen tussen rebellenfracties onderling.
De context is Afrikaans, maar de logica is universeel fascistisch. Op 13 januari werden de leiders van een boerenmars tegen de lage koffie- en cacaoprijzen met de dood bedreigd door een van de milities. Dezelfde dag bezetten “patriotische” milities de arbeidsbeurs in Abidjan om de bijeenkomst van een vakbond te voorkomen.
Intussen doet Laurent Gbagbo er alles aan om zijn tijd aan de macht te rekken. Hij laat het parlement aanpassingen in de grondwet stemmen, waardoor de voorwaarden om kandidaat te zijn bij de verkiezingen gewijzigd worden. Tegelijk wil hij over die wijzigingen een referendum organiseren, goed beseffend dat zo’n referendum er niet kan komen tenzij de rebellen eerst de wapens neerleggen. En die laatsten willen pas ontwapenen als ze garanties betreffende de grondwet hebben…
Zonder ontwapening kunnen ook de presidents- en parlementsverkiezingen niet doorgaan. Maar Gbagbo heeft dan ook niets te winnen bij vrije verkiezingen. Als de 40 procent kiezers, die nu niet ingeschreven zijn toch geregistreerd worden, is de kans groot dat hij die verkiezingen verliest. De verdenking is daarom groot dat Gbagbo de verkiezingen eindeloos wil uitstellen en gebruik wil maken van artikel 48 uit de grondwet, dat hem volmacht verleent als de instellingen niet op reguliere wijze kunnen functioneren.
Hij heeft overigens al aangekondigd dat hij niet van plan is af te treden als de verkiezingen niet op de voorziene datum doorgaan. Volgens sommige juristen zal het land dan geconfronteerd worden met een juridisch vacuüm. De chaos dreigt.
Echt verontrustend is het internationale gedoogbeleid tegenover het regime van Gbagbo. Op 10 januari kreeg hij, tijdens een vergadering van de Raad voor Veiligheid en Vrede van de Afrikaanse Unie, in Libreville (Gabon), van zijn Afrikaanse ambtsgenoten weer uitstel om werk te maken van een effectieve vrede. De Afrikaanse regeringsleiders vragen de VN bovendien de uitvoering op te schorten van de sancties tegenover personen die van misdaden tegen de menselijkheid verdacht worden.
Die sancties, zoals het verbod om te reizen en de bevriezing van de bezittingen, viseerden verschillende mensen uit het entourage van de president, onder andere zijn eigen echtgenote. De top van Libreville wekte met deze beslissingen de woede op van de oppositiepartijen en rebellen. Die beschouwen de Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki, die op 6 december als vredesbemiddelaar werd aangesteld, als een verrader en weigeren in te gaan op de deadline voor ontwapening tegen midden april.
Mbeki is bovendien, als voorzitter van het ANC, ook lid van de Socialistische Internationale, net als Gbagbo en net als onze sp.a en PS. Op 23 december riepen tien Franse PS-parlementsleden op om het FPI uit te sluiten van de Socialistische Internationale, waarvan het nog steeds volwaardig lid is. Op onze vraag aan SI-ondervoorzitter Elio di Rupo of men intussen tot een besluit gekomen is, antwoordt Etienne Godin -verantwoordelijke internationale relaties van de PS- dat ‘er een commissie naar Ivoorkust gestuurd wordt om de dialoog tussen beide partijen te bevorderen’. Met andere woorden: kameraad Gbagbo is nog steeds welkom in de kring van socialistische partijen, al wordt het gemor over zijn negatieve reputatie steeds luider.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2388  proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift