'Ivoorkust verdient een stralende toekomst'

Interview met minister Gilbert Kafana Koné en VN-topambtenaar Ndolamb Ngokwey

Begin december 2010 werd Alassane Ouattara met een nipte meerderheid tot president van Ivoorkust verkozen. De regerende Laurent Gbagbo en zijn aanhang verwierpen deze uitslag. Hierdoor flakkerde de burgeroorlog weer op, tot de troepen van Ouattara er in april dit jaar, met de steun van de Verenigde Naties en Frankrijk, in slaagden de economische hoofdstad Abidjan in te nemen en Gbagbo te arresteren.

Minister Gilbert Kafana Koné is samen met Ndolamb Ngokwey van de VN-organisatie voor ontwikkelingshulp (UNDP) in Brussel in het kader van een rondreis in Europa, om middelen voor de ontwikkeling van Ivoorkust op te halen. Koné is een man op leeftijd, die zich kalm en waardig uitdrukt en al decennia ervaring heeft in de woelige politieke wateren van Ivoorkust. Hij heeft al heel wat conflicten meegemaakt, het ene bloediger dan het andere, maar nu Ouattara de nieuwe president is spreekt hij vol vertrouwen over de toekomst.

Meneer de minister, u bent minister van Staat van Werk, Sociale Aangelegenheden en Solidariteit. Dat is een indrukwekkende titel. ‘Solidariteit’, wat wordt daar precies mee bedoeld?

Minister Gilbert Kafana Koné: Die solidariteit betreft in de eerste plaats het gebrek aan voedsel, water en behuizing in de nasleep van het conflict. Meer algemeen duidt het de solidariteit van de overheid met de meest kwetsbaren in de samenleving aan. Solidariteit is een voorwaarde voor sociale cohesie, en is eigen aan de Afrikaanse cultuur. Als je een buurman hebt die het moeilijk heeft, probeer je hem te helpen, deel je de dingen die jij hebt met hem. Het is echt een element waarrond de samenleving opgebouwd kan worden.

Na de verkiezingen zagen we een echte burgeroorlog die het land diep verdeelde. Welke concrete maatregelen zijn er getroffen om solidariteit tussen de twee partijen, die elkaar tot de dood bevochten, op te bouwen?

Minister Gilbert Kafana Koné: President Ouattara heeft zoveel mogelijk verschillende politieke strekkingen verzameld in zijn regering. Goed, een van de protagonisten, het FPI [Front Populaire Ivorien, de partij van ex-president Gbagbo], wilde niet toetreden, maar ook met hen blijven we contact houden. De president heeft zich allereerst ingespannen om één enkel leger samen te stellen, vanuit de milities die hij samenbracht toen zijn verkiezingsoverwinning verworpen werd en het nationale leger, dat aan Gbagbo’s kant streed. Daarmee is nog niet alles opgelost, dat leger moet getraind worden en een nieuwe ethiek aanleren, iets wat niet van vandaag op morgen gebeurt. Maar er is tenminste al een eengemaakt bevel.

Daarnaast werd de Commissie voor Dialoog, Waarheid en Verzoening opgericht, die vooral wil bereiken dat de Ivorianen met elkaar praten, zodat het verleden zich niet herhaalt. De voorzitter van de Commissie is een voormalige eerste minister, Charles Konan Banny. Verder zetelen er een katholieke leider, een moslimleider en iemand van de traditionele stamhoofden. Dan nog een aantal gerespecteerde persoonlijkheden die de verschillende regio’s en ook de diaspora vertegenwoordigen.

Krijgen de aanhangers van het vorige regime een stem in deze commissie?

Minister Gilbert Kafana Koné: De commissie is niet opgesteld volgens politieke scheidslijnen. Dit ligt sowieso gevoelig, en we wilden voorkomen dat in de Commissie politieke debatten gevoerd zouden worden. De leden ervan zijn gekozen omdat ze geen bepaalde politieke kleur hebben, om de neutraliteit van de Commissie te vrijwaren. Ze moet in staat zijn te oordelen met haar volle geweten, los van politieke overwegingen.

Enkele maanden geleden heeft MO* een reportage gepubliceerd over de jongeren die tijdens het conflict in de milities vochten. Het risico bestaat dat zij de vaardigheden die ze toen aangeleerd hebben nu gaan gebruiken om in hun levensonderhoud te voorzien

Minister Gilbert Kafana Koné: Ja, inderdaad, het probleem van de tewerkstelling is echt een prioriteit en wordt door verschillende ministeries gezamenlijk aangepakt. Er zijn een aantal projecten op het spoor gezet die zich op de ex-militieleden richten. Zo heeft bijvoorbeeld de minister van Binnenlandse Zaken ontmoetingen gehad met een aantal onder hen, en hen overtuigd mee te werken aan de activiteiten van de Commissie. Ook zijn er verschillende steden die ploegen samenstellen voor het opruimen van de stad, bouwwerken en andere activiteiten die gericht zijn op jongeren zonder specifieke kwalificaties die de handen uit de mouwen willen steken. Jonge ex-soldaten, die elkaar enkele maanden geleden nog naar het leven stonden, werken in die teams nu zij aan zij. Dit soort projecten wordt nog niet op grote schaal ingericht, maar de basis is er wel al.

Na de verkiezingen vorig jaar hebben we gezien dat het conflict verder reikte dan politieke verdeeldheid, ook geografisch en etnisch bestond er een diepe kloof in het land.

Minister Gilbert Kafana Koné: In feite werden die etnische tegenstellingen vooral opgeklopt door politici. De Ivorianen zijn zodanig gemengd, er zijn zoveel verschillende onderlinge allianties dat het conflict een etnische strijd noemen eigenlijk niet strookt met de realiteit. De politiek heeft misbruik willen maken van die diversiteit en is daar deels in geslaagd, dat hebben we gezien. De media werden gecontroleerd door het regime, dag in dag uit was via de televisie dezelfde boodschap te horen, die de nadruk legde op veschillen. Natuurlijk heeft dat sporen achtergelaten en er is tijd nodig om die uit te wissen, maar men beseft vandaag dat etnie niet de essentie is. En dat is al een horde die genomen is.

Dat geldt ook voor de jongeren die in de milities vochten. Zij beginnen zich te realiseren dat ze gemanipuleerd werden, en beseffen dat de toekomst aan hen voorbij dreigt te gaan. Wat ons te doen staat is het creëren van mogelijkheden die hen toelaten de bladzijde om te draaien.

Welk beleid hebt u opgezet voor de vluchtelingen, de mensen die gevlucht zijn voor het geweld?

Minister Gilbert Kafana Koné: De regering heeft al verschillende akkoorden bereikt met de buurlanden, met name met Ghana en Liberia, om hun terugkeer te bespoedigen. De missie van de Verenigde Naties (UNOCI) is aanwezig en verzekert hun veiligheid. Het is voor de humanitaire voorzieningen voor deze mensen dat wij nu hier in Europa zijn. We willen de aandacht erop vestigen dat de crisis in Ivoorkust nog geen verleden tijd is, dat Ivoorkust niet vergeten mag worden net nu de crisis beheersbaar geworden is.

Meneer de coördinator, wat houden deze humanitaire voorzieningen in? Welke concrete projecten zijn er opgestart?

UNDP-coördinator Ndolamb Ngokwey: Alleen al in de westelijke regio zijn er meer dan 420 humanitaire werkers aanwezig, die eten, zuiver water, onderwijs en vaccinaties voorzien voor de mensen. Dit doen we zowel op de vluchtelingensites als in de plaatselijke gemeenschappen, waar de meerderheid van de ontheemden zich nu bevindt, in de dorpen bij families die hen opvangen. Dit is een teken van de solidariteit die leeft onder de bevolking, waar de minister het al over had. We noemen die gastgezinnen ‘de onzichtbare humanitaire werkers’.

In de stad Bouaké bezocht ik een gezin dat op een gegeven moment maar liefst 65 personen te gast had. En de kostwinner daar was chauffeur van beroep, en had zeker geen geld te veel. Zo zie je hoezeer de mensen bereid zijn opofferingen te maken en te werken aan een betere toekomst voor het hele land. Maar om dat te bereiken is goede wil alleen niet voldoende, er is ook geld nodig. Momenteel hebben we slechts dertig procent van het benodigde budget, het doel van onze missie nu is iedereen duidelijk te maken dat dat financiële deficit een directe weerslag heeft op wat we kunnen realiseren op het terrein.

Wat verwacht u van Europa?

Minister Gilbert Kafana Koné: Zonder Europa zouden we er niet in geslaagd zijn een einde te maken aan het conflict. Nu willen we Europa vragen ook de volgende stap in dat engagement te zetten, en het werk dat begonnen is te voltooien. Er zijn nog steeds vele ontheemden binnen het land, en wanneer ook de vluchtelingen uit de buurlanden gaan terugkeren kan dit problemen veroorzaken. Wij willen Europa om een kleine inspanning vragen, zodat we het verleden definitief achter ons kunnen laten.

U zegt dat het in belangrijke mate dankzij Europa was dat Ivoorkust een uitweg uit de crisis heeft kunnen vinden. Wat betekenden dan de beweringen van ex-president Gbagbo, die het over ‘een koloniale reactie’ had?

Minister Gilbert Kafana Koné: Ik ga u één ding zeggen: dat is een populistisch discours, dat niet tot Europa gericht was, maar tot zijn aanhang. Dat waren niet de woorden van een staatshoofd, maar van een bendeleider, een topgangster die het land gegijzeld hield. Het zijn dus stellingen die vergeten moeten worden, en die men niet op de rug mag laden van Ivoorkust als land, van de Ivorianen als soeverein volk.

Hoe legt u het uit dat de Constitutionele Raad de beslissing van de Kiescommissie, die stelde dat Ouattara de verkiezingen in 2010 gewonnen had, verwierp en Gbagbo opnieuw tot overwinnaar uitriep?

Minister Gilbert Kafana Koné: U moet weten dat overheidsinstellingen in Europa niet hetzelfde zijn als instellingen met dezelfde naam in Afrika. Als je weet dat de hoge ambtenaren door het staatshoofd gekozen worden uit zijn bondgenoten, dat ze zijn orders opvolgen en door hem betaald worden, kan je die niet op voet van gelijkheid plaatsen met bijvoorbeeld de Grondwettelijke Raad in Frankrijk of België. Qua vorm lijken die Ivoriaanse en Europese instellingen misschien wel op elkaar, maar wat inhoud en werking betreft absoluut niet.

President Ouattara heeft zich er nu op toegelegd om het land te veranderen in een moderne staat. Vandaag wordt bijvoorbeeld de Grondwettelijke Raad niet geleid door iemand uit zijn eigen achterban, maar door een vooraanstaande professor, voorzitter van een andere partij, die bekend staat om zijn onafhankelijkheid. Het zijn in de eerste plaats de personen die de instellingen belichamen die de werking ervan garanderen, en de president ziet erop toe dat het waardige staatsmannen zijn.

Hoe ziet u de toekomst?

Minister Gilbert Kafana Koné: Ivoorkust heeft een geweldig potentieel. De grond is rijk en onze export is gevarieerd, de belangrijkste producten zijn cacao, koffie en hevea. Daarnaast is ook de exploitatie van de Ivoriaanse mijnen op gang gekomen en zijn de Ivorianen relatief goed opgeleid. Er is de eensgezinde wil om vooruit te gaan, en Ivoorkust heeft nu ook een staatshoofd dat door iedereen gerespecteerd wordt. Ik ben erg optimistisch over de toekomst.

UNDP-coördinator Ndolamb Ngokwey: Als er één land is dat een stralende toekomst verdient, is het Ivoorkust wel. Het is meer dan ‘wishful thinking’, ons optimisme is gebaseerd op feiten. Het potentieel is enorm, het moet nu enkel waargemaakt worden.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur