Jan De Nul: voorbij de verontwaardiging

Jan Pieter De Nul is een begrip. Zeker na zijn tirade tegen de niet-werkende Belgen op het feestje van Trends. Iedereen heeft zich al druk of vrolijk (de achternaam!) gemaakt hierover en Jan Hertoghen fileerde de volkomen foute cijfers waarop De Nul zich baseerde. Nochtans is De Nul geen slecht cijferaar. Dat blijkt uit de jaarresultaten van zijn in Luxemburg, niet in België, gevestigde internationale bedrijf. Vorige maand ontmoette ik het bedrijf op reportagereis in Panama. Daar bleek dat de rechts-radicale ideologie van de eigenaar toch moet wijken voor goed gedrag, als de tegenpartij sterk genoeg is.

  • World Bank/Gerardo Pesantez Enkele van de meer dan 8.000 arbeiders die werken aan de uitbreiding van het Panamakanaal. Door strenge eisen werken de arbeiders in goede omstandigheden, maar deze eisen gelden niet voor andere werven en projecten in het land. World Bank/Gerardo Pesantez

De Jan De Nul Group heeft de bouw van het enorme sluizencomplex voor het nieuwe Panamakanaal binnengehaald in het kader van een consortium (GUPC). Daarmee heeft het bedrijf zich stevig verankerd in de regio, en daar is het een bedrijf als De Nul mede om te doen, zelfs al zou het binnen dit specifieke project verlies maken. Er lokken in de regio nog heel wat projecten waar baggeren en grond verplaatsen bij komen kijken.

Sterke vakbond, strenge eisen

In het sluizenproject is de Jan De Nul Group, als onderdeel van GUPC, een belangrijke speler. GUPC werkt in opdracht van de Kanaalautoriteit, de bouwheer in dit geval. Die bouwheer heeft bij de openbare aanbesteding strenge eisen gesteld, uiteraard over de kwaliteit van het werk, maar ook over veiligheid en milieuvoorschriften. Daar wordt ontzettend in geïnvesteerd en niets wordt op dat vlak aan het toeval overgelaten. Op dat vlak is er niets dan respect voor het indrukwekkende megaproject dat daar uitgevoerd wordt.

Zoals José Reyes, ingenieur van de Kanaalautoriteit zei: ‘Het is een eer om in zo’n project te mogen werken en die eer gaat verder dan het bedrijf zelf, ze straalt af op het land.’  Met andere woorden, voor Reyes is het niet enkel het bedrijf Jan De Nul, maar België dat hier de eer opstrijkt. 

Een andere voorwaarde is dat 90 procent van de arbeiders Panamezen moeten zijn en dat er een vakbond wordt toegelaten, in casu SUNTRACS, een bijzonder machtige en ook radicale vakbond die kan mobiliseren en zijn eisen weet af te dwingen, vaak tot grote ergernis van de werkgevers. Door die acties op de kanaalwerf werd een aanzienlijke loonsverhoging bekomen.

Als het Jan Pieter De Nul ernst is met zijn pleidooi voor een samenleving van actieve werkers, dan moet hij ook laten zien dat het werk dat hij voor ogen heeft, waardig werk is met ernstige lonen en serieuze arbeidsvoorwaarden.

Saúl Méndez van Suntracs wees erop in een gesprek: ‘De criteria die hier in het GUPC gelden, — verloning en veiligheid-  willen we graag van toepassing zien op alle megaprojecten in Panama. Multinationals hebben, door de internationale dimensie, hogere eisen dan de Panamese bedrijven en op die manier kunnen ze ons helpen ons op te werken.’

BLEU

Jan De Nul sleepte in Panama ook andere projecten in de wacht, namelijk het uitbaggeren van de toevoer langs de Stille Oceaan en het verdiepen van een kanaalstrook, de Corte Culebra. In die projecten weigerde De Nul vakbonden toe te laten.

Het bedrijf acht zich ook heel sterk op de Panamese markt, vermits ons land, samen met Luxemburg, een zogenaamd BLEU-akkoord (de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie) getekend heeft met Panama om Belgische investeringen in Panama te beschermen. In de tekst van dat akkoord zijn alle verwijzingen naar de internationale arbeidsnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) geweerd.

De sociale en milieuclausules zijn bijzonder zwak en niet voorzien van een arbitragemechanisme in geval van een conflict of schending, waardoor er geen enkele manier is om deze clausules te doen respecteren. Integendeel, dit akkoord laat Belgische investeerders toe om de Panamese overheid voor een internationaal arbitragehof te slepen wanneer het land een nieuwe sociale of milieunormering wil opleggen die gevolgen heeft voor het bedrijf.

De Coalitie Waardig Werk (samengesteld uit de drie Belgische vakbonden en verschillende Noord-Zuidorganisaties) hebben de ratificering van dit akkoord door de Vlaamse overheid aangeklaagd. In het Vlaamse regeerakkoord staat immers:
“De Vlaamse Regering hecht in haar buitenlands beleid bijzonder belang aan een zo breed mogelijke toepassing in de wereld van fundamentele arbeids- en milieunormen, … In alle BLEU-investeringsakkoorden ijveren we voor de opname van een verwijzing naar fundamentele arbeids- en milieunormen.”

Tot op de bodem

Als het Jan Pieter De Nul ernst is met zijn pleidooi voor een samenleving van actieve werkers, dan moet hij ook laten zien dat het werk dat hij voor ogen heeft, waardig werk is met ernstige lonen en serieuze arbeidsvoorwaarden. De ervaring van Panama toont dat het bedrijf die kelk liever aan zich voorbij laat gaan, maar indien overheid en vakbonden sterk genoeg zijn, ledigt De Nul de beker met voorwaarden tot op de bodem. Dat is, volgens mij, een interessante vaststelling voor iedereen die zich de voorbije dagen -volkomen terecht- geërgerd heeft aan de woorden van De Nul.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.