Japanners zetten vreemdelinghaat mondjesmaat opzij

Een paradijs voor hulpbehoevende buitenlanders is Japan nog lang niet, maar de Japanners milderen stilaan hun traditionele argwaan tegenover vreemdelingen. Het is makkelijker geworden een asielaanvraag in te dienen en dat begint de ronde te doen.
Japan behandelde in 2006 945 asielaanvragen, een absoluut record voor het land. Vergeleken met andere landen is dat nog altijd een verwaarloosbaar aantal: kleinere landen als België en Nederland kregen vorig jaar rond de 10.000 aanvragen binnen. Maar voor Japan gaat het om een kleine dijkbreuk. Volgens het Japanse ministerie van Justitie ontving Japan in 2005 nog maar 384 geldige aanvragen.
“Japan reageert op de internationale kritiek die zijn harde aanpak van asielzoekers uitlokt”, oordeelt Nathalie Karsentry van het Japanse kantoor van de VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR.
Japan schrapte in 2004 de voorwaarde dat asielzoekers hun aanvraag binnen de twee maanden na aankomst moeten indienen. Nu kunnen dus ook mensen die al een hele tijd zonder papieren in Japan leven hun kans wagen. Bovendien voelen activisten die het opnemen voor vreemdelingen zich gesterkt nu Sadako Ogata, de voormalige Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen van de VN, aan het hoofd staat van de Japanse ontwikkelingssamenwerking.
Uiteindelijk keurde Japan vorig jaar maar 34 aanvragen goed, een bescheiden cijfer in vergelijking met de 2.300 erkenningen in België. Veruit de meeste vluchtelingen die in Japan mogen blijven, komen uit Myanamar (Birma), een land met een regime dat wordt uitgespuwd door de VS en alle Europese landen. Maar alle aanvragen van Turkse Koerden werden geweigerd. “Japan heeft enge banden met Turkije”, legt de vooraanstaande mensenrechtenadvocaat Shogo Watanabe uit. “Blijkbaar hebben politieke overwegingen meer gewicht dan humanitaire.”
“Er moet nog veel veranderen”, zegt Karsentry. Japan heeft nu een commissie van academici en andere experts die de asielaanvragen kan onderzoeken en ook het beroep tegen een afwijzing kan behandelen. Maar de uiteindelijke beslissing is nog altijd in handen van de migratiedienst, klaagt Karsentry. “Asiel is geen migratiekwestie, het is een humanitair vraagstuk”. Activisten lobbyen al lang voor een onafhankelijke procedure die de rechten van asielzoekers respecteert
Af en toe gaat de Japanse overheid nog echt over de schreef. Vorig jaar zette Japan vier minderjarige Koerden het land uit die een asielaanvraag hadden ingediend. Twee andere jongens van 16 werden maandenlang vastgehouden tot door activisten ingeschakelde advocaten de twee vrij kregen. Eén van hen heeft een vader die ook op zijn erkenning door Japan wacht.
“De harde vluchtelingenpolitiek heeft te maken met de Japanse weerstand tegen vreemdelingen”, oordeelt Misaki Yagishita van Amnesty International in Japan. Trouwen is zowat de enige manier om als vreemdeling een permanent verblijfsrecht in Japan te krijgen. In dergelijke regels wordt de diepgewortelde vreemdelingenangst zichtbaar. En die leidt soms tot excessen. Vorige maand werd een Iraans gezin dat al tien jaar in Japan leefde het land uitgezet. Alleen de oudste dochter mocht nog twee jaar in het land blijven om aan een Japanse universiteit te studeren.
Maar allicht kan Japan het zich niet blijven permitteren zo uit de rij te dansen. “Als Japan ooit een permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad wil, moet het zijn systeem om asielzoekers te erkennen verbeteren”, zegt een andere vertegenwoordiger van de UNHCR in Japan.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3196   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift