Jeffrey Sachs en Gorik Ooms pleiten voor wereldwijd gezondheidsfonds

2,5 miljard mensen hebben tot op heden geen toegang tot basisgezondheidszorg. MO* sprak met Jeffrey Sachs, gerenommeerd Amerikaans ontwikkelingseconoom en Gorik Ooms, voormalig directeur van Artsen Zonder Grenzen over de oprichting van een Wereldgezondheidsfonds. ‘Het vult de huidige gaten in het gezondheidssysteem op’, zegt Sachs.

  • photolimits.be Gorik Ooms photolimits.be

In Brussel vond in oktober een driedaagse conferentie plaats over de creatie van een Wereldgezondheidsfonds. De Hélène De Beir Foundation wilde daarmee de aanzet geven om oplossingen uit te werken rond basisgezondheidszorg voor de armsten. Gorik Ooms en Jeffrey Sachs kwamen er allebei spreken.

Gorik Ooms, voormalig directeur van Artsen Zonder Grenzen, is onderzoeker aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde en de universiteit van Yale. Zijn doctoraat schreef hij over het recht op gezondheid en over de duurzaamheid van gezondheidszorg. Hij ontwikkelde het idee om het Mondiaal Fonds voor de strijd tegen aids, tuberculose en malaria om te vormen tot een volwaardig wereldgezondheidsfonds.

Jeffrey Sachs, een gerenommeerd Amerikaans ontwikkelingseconoom, is ook voorstander van dit idee. Hij is directeur van het Aarde-instituut van de universiteit van Colombia en is sinds 2002 adviseur van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Zijn bekendste boek is “The End of Poverty: Economic Possibilities for Our Time”.

Hoe kan een Wereldgezondheidsfonds een mechanisme zijn om de Millenniumdoelen te verwezenlijken?

Jeffrey Sachs: Malaria en tuberculose zijn meer onder controle dan vroeger, en ook de aids-pandemie heeft intussen zijn piek gehad. Hoewel betere preventiemaatregelen nodig blijven, daalt het aids-cijfer, en ook op het vlak van immunisatie wordt vooruitgang geboekt. Die vooruitgang hangt nauw samen met de financiering voor nationale en wetenschappelijk onderbouwde plannen.

Op sommige belangrijke vlakken is er een tekort aan financiering. Zo zijn er bijvoorbeeld geen investeringen gedaan in verloskundige noodhulp. Het gevolg is dat het aantal moeders –vooral in Afrika- die sterven tijdens de bevalling, niet daalt. Ook de middelen die nodig zijn voor een doorbraak van de lokale gezondheidswerking, ontbreken. Gezondheidswerkers kunnen nochtans een groot verschil maken bij gebrek aan dokters en verplegend personeel. Bij de omvorming van het Mondiaal Fonds tot een breder Wereldgezondheidsfonds zouden we dus de gaten kunnen opvullen die nu bestaan. Niet enkel specifieke ziekten, maar het volledige gezondheidssysteem zou op die manier gefinancierd kunnen worden. Men is het erover eens waaruit interventies zouden moeten bestaan. Het is slechts een kwestie van ze op brede schaal op te zetten.

Waarom slagen we er niet in om de Millenniumdoelen te bereiken?

Gorik Ooms: Met het huidige paradigma waarop  ontwikkelingssamenwerking is gebaseerd, kan je de Millenniumdoelen niet bereiken. Wat we nodig hebben om de Millenniumdoelen te realiseren, is op wereldschaal eigenlijk peanuts. Alleen bestaat vandaag het idee dat ontwikkelingshulp tijdelijk moet zijn. Met andere woorden: we moeten onszelf als donor zo snel mogelijk overbodig maken. We mogen niet meer geld geven dan wat het land binnen afzienbare termijn zelf kan opbrengen.

Het gevolg daarvan is dat gezondheidszorg en onderwijs in deze landen op een belachelijk laag niveau komt te staan. Een school moet goedkoop genoeg zijn voor de lokale middelen. Dit betekent dat er geen boeken zijn, 60 kinderen in een klas zitten en er les gegeven wordt onder een boom. Het is dan zogezegd duurzaam in die zin dat dit is wat het land zelf kan betalen, maar dit is geen goed onderwijs. Het duurzaamheidsprincipe, op nationaal vlak bekeken, heeft hier een averechts effect.

Op vlak van klimaatsverandering en visvangst bestaat er al wel mondiale solidariteit. Een mondiale sociale zekerheid bieden is een gelijkaardige sociale plicht. Gezondheid is een mensenrecht, dus ook de bescherming ervan moet geglobaliseerd worden. Er is dus meer geld nodig en meer voorspelbaar geld.

Was er op de conferentie in Brussel eensgezindheid over hoe zo’n Wereldgezondheidsfonds er dan uit moeten zien?

Gorik Ooms: Het onderwerp van de conferentie was heel wat ruimer dan enkel het model van een Wereldgezondheidsfonds. Persoonlijk ben ik wel voorstander van het model van een Wereldgezondheidsfonds, maar ik denk dat we het ruim genoeg moeten bekijken.
Het is vooral belangrijk om af te stappen van bilaterale relaties en geld van verschillende landen samen te leggen. Bilaterale ontwikkelingssamenwerking is namelijk teveel onderhevig aan de wisselvalligheden van de regeringen van de donorlanden.
Op de conferentie kwamen een aantal consensusvoorwaarden voor de oprichting van een Wereldgezondheidsfonds wel naar voor.

Zo is het uiterst belangrijk dat de verhouding tussen donorlanden en ontvangende landen er een is van evenwaardigheid, geen verhouding van de bedelaar en de milde weldoener. Er moet een sterke betrokkenheid zijn van het middenveld in de beslissingen die genomen worden.

Het mag ook niet om enkele specifieke ziekten gaan, het moet om algemene gezondheidszorg gaan, met de mogelijkheid om de structuren voor basisgezondheidszorg te financieren. Een laatste voorwaarde is dat de buitenlandse middelen een aanvulling zijn van de binnenlandse middelen en die dus niet wegduwen. Dit is het vrij technische verhaal over het probleem van de fiscale ruimte en de politiek van het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Momenteel wordt er met het IMF een bepaalde fiscale ruimte afgesproken voor uitgaven van het land, in het algemeen of per sector. Het gevolg daarvan is dat als je meer buitenlandse hulp geeft, binnenlandse middelen weggeduwd worden, omdat het land niet meer mag uitgeven dan wat het met het IMF afgesproken heeft.

Landen zullen dit Wereldgezondheidsfonds moeten spijzen. Hoeveel geld zouden de rijke landen moeten geven aan het fonds?

Jeffrey Sachs: Ik ben voorstander van een lastendeling die berekend wordt als een proportie van het nationale inkomen. Er moet gelijkheid zijn onder de donoren. Onder meer de VN-commissie voor Macro-economie en Gezondheid berekende wat nodig is voor een basiswereldgezondheid. Dat komt ongeveer overeen met 0,1 procent van het nationaal inkomen van de donorlanden. Dat zou een pool creëren van ongeveer 35 miljard dollar per jaar waarvan de helft naar het Wereldgezondheidsfonds zou moeten gaan. Als het op de juiste manier aangewend wordt, volstaat dit om basisgezondheidszorg te financieren in de arme landen. Uiteraard moet het worden bijgepast met geld van de landen zelf.

Gorik Ooms: Mijn schattingen over de benodigde hoeveelheid geld,  verschillen van die van Jeffrey Sachs. Hij gebruikt schattingen voor de armste landen en ik gebruik schattingen die ook rekening houden met een aantal lagere middeninkomenslanden. Maar het principe is hetzelfde. Het basispakket gezondheidszorg kost tussen de 30 en de 40 euro per persoon per jaar. Geen enkel land slaagt erin om het met minder te doen, wellicht is er zelfs iets meer nodig.

Moet een Wereldgezondheidsfonds geld voorzien zonder er voorwaarden aan te verbinden?

Jeffrey Sachs: Ik ben geen voorstander van het onvoorwaardelijk geven van geld. Wat ik aanraad is dat landen aangemoedigd worden om een nationaal gezondheidsplan op te zetten, dat voorgelegd wordt aan een onafhankelijke raad van wetenschappers.
Als beslist wordt om het plan te financieren, moet het geld gaan naar de vooropgestelde doelen. Dat moet worden onderworpen aan audits en toezicht van nabij, met de mogelijkheid om bij te sturen.

Ik ben in elk geval niet van mening dat het gezondheidszorgplan gedicteerd moet worden door de donoren. Het moet wel aan enkele normen voldoen: het moet fair zijn en de armen bereiken. Het moet ervoor zorgen dat de Millenniumdoelen bereikt worden. De donoren financieren met andere woorden ontvangende landen om op een wetenschappelijk sluitende en eerlijke manier de Millenniumdoelen te bereiken.

Gorik Ooms: Natuurlijk zijn er voorwaarden, eerder op het technische dan het politieke vlak. Een blanco cheque uitschrijven is onverantwoord en zou de ontvangende landen enkel een slechte dienst bewijzen. Dat zeiden ook de conferentiedelegaties uit het Zuiden, op voorwaarde dat er op een niveau van een evenwichtige relatie wordt onderhandeld.

Heel wat arme landen hebben geen democratisch systeem. Hoe zou een Wereldgezondheidsfonds met deze landen samenwerken?

Gorik Ooms: Dat is een moeilijke kwestie, vooral vanuit mensenrechtenperspectief. Ik vrees dat internationale steun enkel aanvullende steun kan zijn. Wat er nationaal gebeurt, moet min of meer correct gebeuren, anders krijg je problemen. Er zijn natuurlijk wel een aantal oplossingen om het probleem te omzeilen. Het Mondiaal Fonds heeft bijvoorbeeld in Zimbabwe beslist om enkel nog geld te geven aan missiehospitalen die niet verbonden zijn aan de staatsstructuren.

Maar het is soms wel verbazend dat in landen met een minimum aan democratie toch op een serieuze manier aan gezondheidszorg kan gedaan worden. Democratie mag dus geen absolute voorwaarde zijn om geld te ontvangen. De voorwaarde moet zijn dat het geld correct gebruikt wordt. Je kan trouwens ook pas democratie genereren als je mensen een voldoende niveau van gezondheidszorg en onderwijs kan aanbieden.

Hoe groot is de politieke wil om een Wereldgezondheidsfonds op te zetten?

Jeffrey Sachs: Ik denk dat er een middelmatige politieke wil is. Bij de Obama-administratie leeft het gevoel dat er iets moet gebeuren rond gezondheidszorg. Dit is ook het geval in Noorwegen en Groot-Brittannië. In België was er een stemming in de Senaat die het principe van een Wereldgezondheidsfonds ondersteunt. Anderzijds beseft de Obama-administratie dat het moeilijk is om de benodigde budgetten in het Congres gestemd te krijgen. Ik denk dus dat de lancering voor een voorstel nog even op zich zal laten wachten.

Er is een sterke duw in de rug nodig, en hier kan een campagne door wetenschappers, ontwikkelingswerkers, experts en activisten een verschil maken. Groot verzet zal er niet zijn, enkel wat ongemak bij overheden die vrezen dat hun staatskas ontoereikend is. Ik vind het echter niet erg om overheden ongemakken te bezorgen. Zeker als ongemak ervoor kan zorgen dat ze hun eigen verbintenissen naleven. Want we vragen hier enkel aan Europa, de VS en Japan om de beloften na te leven die ze zelf gemaakt hebben.

De Belgische Senaat stemde een resolutie over een wereldwijde sociale gezondheidsbescherming. Is er in België een groot draagvlak voor het idee van een Wereldgezondheidsfonds?

Gorik Ooms: Ik denk dat België helaas niet veel zin heeft om aan de kar te trekken. Ik reken op Marleen Temmermans om tijdens het Belgische EU-voorzitterschap het onderwerp op de agenda te plaatsen.

In België is er een sterke school die voorstander is van horizontale gezondheidszorg. Deze was dus van in het begin sterk gekant tegen het Mondiaal Fonds. Ik kan alleen maar hopen dat die mensen zich openstellen voor de argumenten pro, maar ik vrees dat ze er eerder negatief tegenover zullen staan. Het is puur menselijk om zich een mening te vormen over een initiatief en die te herzien.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Lisa Develtere is sinds 2018 redacteur bij Sociaal.Net. Voorheen was ze freelance journalist en fotograaf en leverde ze regelmatig bijdragen voor MO*.