'Jemen op de rand van humanitaire ramp'

“We staan op de rand van een humanitaire ramp”, zeggen hulpverleners in Jemen. Tienduizenden mensen zijn op de vlucht voor de hevige gevechten tussen leger en rebellen. Ze schuilen onder bruggen en bomen en krijgen nauwelijks eten en medische hulp.
In de verzengende hitte van de woestijn bij de Saoedische grens weerklinkt om de paar minuten hevig artilleriegeschut uit de bergen. Mortieraanvallen en luchtbombardementen zijn nu vertrouwde geluiden voor de boeren en herders die op de vlucht zijn voor de oorlog die vorige maand in het bergachtige noorden uitbrak tussen het Jemenitische leger en de sjiitische Hoethi-rebellen.

“Telkens als we iets horen, vluchten we onze tenten in”, zegt Askar Ragass, een boerin die met haar gezin in het al-Mazraq-kamp woont, samen met vijfhonderd andere gevluchte families. “We moeten denken aan wat er thuis gebeurd is. Het geluid van een bombardement vergeet je nooit. Wanneer je een vliegtuig hoort, dan verstijf je gewoon en kun je niet meer bewegen – je denkt dat het jou onder vuur gaat nemen.”

De families in al-Mazraq hebben alle reden om zich onveilig te voelen. Op 16 september werden meer dan tachtig mensen gedood tijdens een aanval op een vluchtelingenkamp in de provincie Amran, een paar honderd kilometer hiervandaan.

Verschroeide aarde



Het leger lanceerde Operatie Verschroeide Aarde tegen de sjiitische rebellen die meer autonomie eisen in meest noordelijke provincie Saada. Het conflict komt hard aan in het verarmde land, vooral bij de boeren in het noorden.

Bijna tien procent van de kinderen die in het al-Mazraq-kamp arriveren is zwaar ondervoed en moet meteen naar het ziekenhuis.

Niettemin rekenen deze vluchtelingen zich nog bij de gelukkigen. Van de naar schatting honderd vijftig duizend vluchtelingen in het noorden van Jemen zijn zij de enigen die toegang hebben tot schoon drinkwater, voedsel, medische verzorging en vooral bescherming.

Tienduizenden burgers die hun huis ontvlucht zijn, zitten nu gevangen tussen de gevechten. Ze schuilen onder bruggen en bomen en hebben nauwelijks of geen toegang tot hulpverlening.

Al-Amal is een van de weinige hulporganisaties in het oorlogsgebied. “We staan op de rand van een grote menselijke catastrofe”, zegt Tayyib Izzedeen, onderdirecteur van al-Amal. “In Saada-stad is er geen eten meer, er is geen elektriciteit, geen water, er zijn geen medicijnen. En als je al iets vindt, dan is de prijs verdrievoudigd.”

Geen eten of water



Izzedeen zegt dat de situatie nog prangender is in Baqim, 20 kilometer van de Saoedische grens, waar tot dertigduizend burgers, de meeste vrouwen en kinderen, gestrand zijn in de open lucht.

“Ze zijn omsingeld door de gevechten tussen stammen en de Hoethi’s, en door de bombardementen van regeringsvliegtuigen”, zegt Izzedeen. “Ze hebben niets te eten, geen medicijnen, geen bescherming, geen onderdak – niets van wat ze nodig hebben om te overleven.”

VN-agentschappen die vastzitten aan de grens tussen Jemen en Saoedi-Arabië geraken niet tot bij de burgers nauwelijks enkele kilometers verderop. “Er is in de verste verte geen sprake van humanitaire corridors”, zegt Laure Chedrawi van het VN-Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR).

Cordon



Het Jemenitische leger heeft een cordon gelegd rond de oorlogszone. Het vindt het te gevaarlijk voor burgers om de zone te verlaten en voor hulpverleners om de zone binnen te gaan.

De Saoedische regering laat niemand de grens over omdat ze vreest dat met de vluchtelingen ook Hoethi-rebellen het land zouden binnenkomen.

Ondertussen leidt het gebrek aan georganiseerde, duidelijk afgebakende burgerkampen tot nog meer verwarring – met tragische gevolgen. “Dat onlangs een groot aantal mensen gedood is in de provincie Amran, is een zeer verontrustende boodschap voor de gevluchte burgers”, zegt Naseem Ur-Rehman van Unicef.

“De regering zegt dat daar geen vluchtelingen waren maar de realiteit is dat de vluchtelingen over een grote oppervlakte verspreid zitten. Nu weten ze niet meer waar ze naartoe moeten.”

Vluchten



Hassan Ahmed Naba’ee en zijn gezin behoren tot de weinigen die uit de oorlogszone konden ontsnappen en al-Mazraq konden bereiken. “Een mortier- en artillerie-aanval heeft ons ’s nachts opgeschrikt”, zegt Naba’ee, terwijl het zweet van zijn gezicht loopt in de verstikkende hitte van de tent. “Er was een aanval op doelwitten van de regering – en toen sloeg de regering terug. Ze voerden willekeurige bombardementen uit op onze dorpen en huizen. We konden onmogelijk blijven en zijn op de vlucht geslagen.”

Naba’ee’s pasgeboren tweeling huilt ontroostbaar terwijl de gezinsleden hem om beurten wat verkoeling tracht te bezorgen door met stukjes karton te zwaaien.

De oorlog, die, met tussenpozen, al sinds 2004 aan de gang is, lijkt zich nog uit te breiden. Er wordt nu al gevochten in de provincies Amran, Jowf en Hajja, ver voorbij de grenzen van het noordelijke Saada. Het conflict dreigt zo het land te stabiliseren en een hongersnood te veroorzaken in het noorden.

En als al-Mazraq nog de beste omstandigheden laat zien voor de burgers in het noorden, dan is er veel reden tot bezorgdheid. “Al-Mazraq is veilig”, zegt Izzedeen van al-Amal. “Dat is waarom je daar de hulporganisaties ziet. Maar in alle andere noordelijke gebieden van Jemen wordt de dreiging van een humanitaire ramp steeds groter.”
Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift