Jihad.com: de wereld van het radicale internet

Het internet levert extremistische groepen informatie en communicatie- en wervingskanalen. Inlichtingendiensten dweilen met de kraan open.

Het web is het centrum


‘Het internet is een van de drijvende krachten achter de gewelddadige jihadbeweging. Het is het voornaamste middel waarmee zelfstandige radicalisering en rekrutering onder (vaak zeer jonge) moslims plaatsvindt. Dit zijn grotendeels autonome processen, waarin moslims uit zichzelf radicaliseren en zich aanbieden als strijder voor de islam. Tevens speelt het internet een belangrijke rol bij de ideologische en organisatorische ontwikkeling van jihadistische netwerken en in de voorbereiding en planning van aanslagen.’
Dat staat te lezen in het Jaarverslag 2006 van de Nederlandse Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Het is de perfecte synthese van hoe de westerse politie- en inlichtingendiensten de dreiging van radicaal islamitische websites inschatten. Het internet wordt volgens de AIVD gebruikt als virtueel netwerk, voor trainingsdoeleinden of als medium om propaganda te maken. (ps)

Politie kan niet volgen


Websites lijken wel uitgevonden voor de jihadi’s. Ze zijn niet gebonden aan grenzen, efficiënt en onvatbaar. ‘Als we een website afsluiten, blokkeren we het kanaal van de satelliet die de inhoud verspreidt. Maar vaak staat dezelfde website een uur later opnieuw online via een andere provider op een ander continent’, zegt Luc Verheyden, adjunct-directeur van het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD).
‘Als het een Belgische provider is, zou je die kunnen aanspreken, al is zelfs dat niet eenvoudig met de burgerlijke rechten en vrijheden die in de Grondwet zijn vastgelegd. Meestal gaat het om buitenlandse providers, wat de identificatie bijzonder moeilijk maakt.’ Daarbij komt nog eens dat terroristen hun communicatie via het internet met encryptiesleutels beveiligen.
‘We hebben soms twee jaar nodig om die sleutels te ontcijferen’, zegt Glenn Audenaert, hoofd van de Federale Gerechtelijke Politie. Veel jihadistische websites veranderen voortdurend van provider of internetadres, om opsporing door de politie te bemoeilijken. Bezoekers worden op de hoogte gehouden via moeilijk te controleren mailinglijsten, online chatboxen of andere communicatiekanalen.

Luc Verheyden ziet wel wat in de plannen om zulke websites te deradicaliseren. ‘We moeten nieuwe sites maken, met een inhoud die teruggebracht is tot zijn ware proporties. In plaats van de radicaliserend gebruikte koranverzen, moeten we de boodschap verspreiden dat de koran vredelievend is en respect predikt. Mensen met enig aanzien binnen de doelgroep moeten ons helpen om die boodschappen te verspreiden.’
Sociologe Nadia Fadil (KUL) heeft daar vragen bij. ‘De Belgische overheid heeft te weinig credibiliteit om zich met dergelijke zaken te bemoeien. Ze heeft immers geen theologische achtergrond, ze is niet islamitisch. Als ze die extremistische interpretatie wil aanpakken, moet ze de veelvormigheid aan interpretaties van het geloof zichtbaar maken, in plaats van te zeggen wat goed en wat slecht is. Een eerste stap bestaat er in de alternatieven beschikbaar en toegankelijk te maken. Daarna is het aan de jongeren zelf om te kiezen wat ze willen.’

‘Tot op vandaag bestaat er geen stringent wettelijk kader om radicaal-islamistische websites te verbieden. Dat is een punt waar Justitie zeker nog aan moet werken’, stelt Glenn Audenaert. Tegelijk is voorzichtigheid geboden, want het uiten en verspreiden van een radicaal gedachtegoed behoort tot het domein van de vrije meningsuiting. Radicale websites balanceren pas op het randje van de strafbaarheid wanneer ze burgers oproepen om vanuit België mee te gaan vechten tegen de bezettingsmachten in bijvoorbeeld Afghanistan, Tsjetsjenië of Irak.
Brice De Ruyver, veiligheidsadviseur van premier Verhofstadt, zegt dat er wel degelijk een wettelijk kader bestaat om zulke websites te bestrijden. ‘Het probleem is dat het praktisch niet hanteerbaar is, omdat voor elke website die je afsluit, een nieuwe wordt geopend.’ (ps)

Focus op India


India en Egypte spelen volgens Glenn Audenaert, hoofd van de Federale Gerechtelijke Politie, een centrale rol in de circulatie van radicaal-islamistische websites. Luc Verheyden, adjunct-directeur van het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD) is allerminst verwonderd: ‘De stijging van het aantal islamieten in India speelt zeker mee. De uit Pakistan en Afghanistan overgewaaide islam verdringt het hindoeïsme en sikhisme in het land. India is veel te lang een buiten-argwaan-staande natie geweest. De eenzijdige focus van de Britten op Pakistan heeft er mede voor gezorgd dat al-Qaeda de grens is overgestoken naar India.’
Verheyden’s analyse is minstens een beetje overtrokken: de islam is al eeuwen aanwezig op het Indiase subcontinent, en als het radicale islamisme al uit Afghanistan is overgewaaid, dan verdringt het geenszins het hindoeïsme en het sikhisme, maar misschien wel de meer tolerante islamitische tradities in India.

Een andere kwestie is echter het Indiase IcT-potentieel. Een rapport uit 2006 van de Nederlandse Coördinator voor Terrorismebestrijding (NCTb) stelt dat India over zodanig veel hooggekwalificeerde ICT’ers beschikt, dat het moeilijk is om hen allemaal legaal aan het werk te zetten. De gewaardeerde Indiase ICT-opleidingen wekken ook de aandacht van individuen of groeperingen met verkeerde bedoelingen. Radicale geesten infiltreren in de opleidingen of huren goedkope, maar technologisch sterk onderlegde mensen in voor het onderhoud en de beveiliging van hun websites.
Gerald Degroote, hoofd van de Brusselse Computer Crime Unit: ‘India heeft de laatste decennia niet alleen een enorme industriële opgang, maar ook een informatierevolutie doorgemaakt. Het land is als een emmer water die overloopt. Het is logisch dat de vaardigheden van al die ICT-cracks elders gebruikt of misbruikt worden.’ (ps/gg)

Allochtone gemeenschap voelt zich niet aangesproken


In zijn boek Terror On The Internet spreekt terrorismekenner Gabriel Weimann over 4800 radicaal-islamistische websites. Veiligheidsdiensten beschouwen allochtonen van de tweede en derde generatie als de voornaamste doelgroep voor deze sites. Op zoek naar een identiteit zouden zij een makkelijke prooi vormen voor het discours van jihad.com.
Arbi El Ayachi van de vzw Nieuw Belgisch Talent gelooft daar niet veel van: ‘Jonge allochtonen zijn net degenen die over een zeer sterke identiteit beschikken. En trouwens, door Gazet van Antwerpen te lezen, ga ik me toch ook niet meer Antwerpenaar voelen?’
Younes Ouchan van de jongerenorganisatie Hidaya is het daarmee eens: ‘Volgens mij zijn de bezoekers van deze sites eerder gefrustreerden die in een periode van berouw op verkeerde websites belanden. Hun ideologie kan van het ene op het andere moment veranderen.’
Ook Bilal Benyaich van het interculturele platform Kif Kif twijfelt aan de impact bij jonge moslims: ‘Zeker in België surft slechts een marginale minderheid van de moslims naar zulke sites, die de islam nog maar eens in diskrediet brengen. Orthodoxe sites die zeggen wat “de goede moslim” is, zijn veel gevaarlijker. Ze betonneren jongeren in een strikte visie en een letterlijke interpretatie van de koran.’ (ps)


Extra op MO.be:


Criteria om te bepalen wat een jihadistische website is:(bron: NCTb)


Een site is jihadistisch wanneer deze door middel van artikelen, audiovisuele documenten en andere internetfunctionaliteiten (zoals een mailinglist, chat of Paltalkroom) de jihadistische leer verkondigt en verspreidt. Jihadisme, en daarmee een jihadistische site, is te herkennen aan de volgende thema’s:
  • Het godsbegrip dat zich kenmerkt door de verabsolutering van de enigheid van God (Tawhied).
  • De geloofsleer van het salafisme die uitgaat van het geloof (Iemaan) in de leer van enigheid van God (Tawhied) en het concreet belijden daarvan in de praktijk. Dit leerstuk vormt de grondslag van de overige leerstukken.
  • De erediensten (Ibadaat): dit zijn de gangbare pijlers van de islam (geloofsbelijdenis, gebed, vasten, afdracht van de godsdienstige belasting en de pelgrimstocht). De salafisten leggen bepaalde accenten in het verrichten van deze rituele plichten.
  • De toepassing van de goddelijke wet- en regelgeving (al-Hukm bima Anzala Allah, Shari’a). Het gaat hierbij om thema’s als het alleenrecht van God om wetten te maken en de ongeldigheid van de ‘door de mens gaaakte wetten’. Dit leerstuk vormt de grondslag voor de salafistische theorie over de oprichting van een islamitische staat en de inrichting van een islamitische samenleving.
  • De ethiek van loyaliteit en afkeer. Deze houdt in dat een moslim verplicht is om uitsluitend loyaliteit te betuigen aan geloofsgenoten en afkeer te tonen aan ongelovigen.
  • De leer van de ‘uitverkoren groep’ (at-Ta’ifat al-Mansoera): als zuiver in de leer menen zij deze groep te vormen.
  • De leer van de jihadstrijd omwille van God (al-Jihad fi Sabili Allah) oftewel de gewapende strijd als zijnde een verplichting voor individuele moslims om de ongelovigen en de afvalligen te bestrijden en de islamitische staat (het kalifaat) op te richten.

De jihadistische internetsites onderscheiden zich van de salafistische door het expliciet politiseren van theologische, dogmatische, liturgische en ethische grondslagen en het oproepen tot de (gewapende) jihadstrijd.

Extra op MO.be:


Europa checkt het Web


Op Europees niveau begint een en ander te bewegen in de aanpak van radicale websites. Duitsland nam als huidig voorzitter van de Europese Unie op dat vlak het voortouw. De strijd tegen het terrorisme geldt als een van hun prioritaire beleidsdomeinen. Het internetplatform ‘Check the Web’ zal, via de Europese politieorganisatie Europol, de samenwerking tussen de Europese lidstaten op het vlak van de analyse van radicale websites intensifiëren en er tegelijk en gedeelde Europese verantwoordelijkheid van maken.
Totnogtoe was elke lidstaat apart verantwoordelijk voor de controle van zulke sites. Door de verbeterde coördinatie van ‘Check the Web’ kunnen landen elkaar in de toekomst dubbel werk besparen. Informatie over al gecheckte websites en bevindingen van specialisten worden immers centraal opgeslagen in Den Haag, zodat ze ter beschikking staan van alle lidstaten. Naast informatie kunnen de Europese landen ook van elkaars know-how genieten.
Niet alle lidstaten beschikken immers over experten die de radicale websites kunnen analyseren, gesteld dat ze de van het Arabisch tot Urdu variërende boodschappen al begrijpen. Een andere reden voor het internetplatform is het steeds internationaler wordende karakter van de extremistische websites, waardoor het voor lidstaten afzonderlijk bijna onmogelijk wordt om er zicht op te krijgen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift